Vincent Bijlo

EEEN BLOOSPROMOTIE IN GRONINGEN

 

 

Aan de Rijksuniversiteit Groningen is iemand gepromoveerd op blozen. Lief he, dat je bloosdoctor kunt worden. Corine Dijk, zo heet ze, stelt dat blozende mensen doorgaans aardiger en betrouwbaarder worden gevonden dan niet-blozende soortgenoten. Laat men in een lift een harde scheet en men bloost, dan stinkt deze scheet minder.

Maakt men in gezelschap een foute opmerking en men bloost, dan wordt de blozer deze opmerking sneller vergeven. Waren er maar meer blozers. Blozen is zo eerlijk. Je ziet hoe de blozer zich voelt. Je hoort het ook trouwens. Blozers hebben vaak iets ontwapenends, iets verlegens, bijna stunteligs.

De blozer lijkt constant rond te lopen met de vraag: O, is dit niet verkeerd? Ga ik niet te ver?

De blozer is een onzeker type, het blozen kan hem of haar behoorlijk in de weg zitten, ik las laatst dat er zelfs antiblooscursussen bestaan.

Dat is nergens voor nodig, bloos maar blozers, laat maar zien die kop als een boei, niet-blozers zijn er eigenlijk jaloers op, met hun bleke bekkies. Die roepen nu boos dat zo’n bloosonderzoek geen wetenschap is. Laat ze maar praten, de niet-blozers, de onbeschaamden, die scheten laten in de lift en dan zeggen: "Hee, wat hoor ik daar?"

Blozers zijn geen losers, je mag trots zijn op je schaamrood, het verraadt een eerlijk karakter.

En Ik, ben ik een blozer? Vroeger wel, toen ik ook af en toe op de giro nog rood stond, maar nu niet meer. Soms wou ik dat ik het nog kon, zitten in zo’n ballon van schaamwarmte. Ik ga er aan werken. Eerst maar eens een scheet laten in een lift en kijken wat er gebeurt.