Vincent Bijlo
RUSSISCHE ZAKEN, DEEL 1
Ik mis Moskou. Ik ben er maar heel kort geweest, maar toch… Het is zo’n rare stad, je loopt letterlijk van de ene verbazing in de andere.
Mensen spraken ons aan in het Russisch, ons Russisch is niet meer wat het in de dagen van de Koude Oorlog was. Zij kenden geen woord Engels, zelfs "No problem" of "yes yes yes my friend" hoor je ze niet zeggen.
Wij praatten meestal Nederlands terug. Dat werkte wel, op de een of andere manier, een volzin met een volzin beantwoorden. Maar soms ook niet, dan gingen we over op Spaanse of Italiaanse woorden.
Vlakbij het Rode Plein kwamen we Alec tegen. Hij gaf ons een hand, dat doen Russen vaak, handengeven op straat, liet ons visitekaartjes zien van blijkbaar belangrijke mensen, hij riep er "important important" bij, Alec kon wel Engels, en hij vertelde ons dat hij een plan had. Hij ging een bank overnemen, een grote Europese bank, en dan zou hij in Rusland tientallen filialen openen, en wij moesten daaraan meedoen. Wij zouden er over nadenken, gaven hem weer een hand en ik zei: "Volgens mij, Alec, kun je beter een bank overvallen, dat gaat toch sneller." "yes, yes," zei Alec.
We liepen naar het mausoleum van Lenin.
Lenin, althans, het gemummificeerde lijk van Lenin, begon onlangs te schimmelen. De groene schimmel, vertelde de restaurateur, die ging er wel makkelijk af, maar de zwarte schimmel, die was bijna niet meer van de mummie te verwijderen.
Het is hem toch gelukt, Lenin in schoongekrabd, maar het mausoleum is dicht. Als we vragen waarom het dicht is krijgen we als antwoord: "omdat het tien over een is." (Wordt vervolgd.)