Vincent Bijlo
PETER THEEWINKEL: DE VLEESGEWORDEN CRISIS
Het huilen staat de honderdvierjarige Peter Theewinkel uit Nieuw-Buinen nader dan het lachen.
"Ik ben alles kwijt," mompelt hij nauwelijks verstaanbaar terwijl hij met bevende, oude, vergeelde vingers een sjekkie draait.
"Voor de zoveelste keer alles kwijt. Klotendirk. Als er iemand weet van omvallen dan ben ik het. In de jaren dertig van de vorige eeuw had ik net besloten het wat rustiger aan te gaan doen en mijn spaargeld op te nemen toen de bank omviel.
Toen de oorlog kwam was ik er net weer een beetje bovenop. Maar die hongerwinter heeft me klauwen met geld gekost.
Bij elke crisis is het sindsdien raak geweest, elke keer was meneer Theewinkel het haasje, de lul zogezegd, de pineut, de pisang, de sigaar.
Ik had miljonair kunnen zijn, nog rijker dan Scheringa, ik heb het mijn hele leven helemaal verkeerd aangepakt.
Gelukkig krijg ik nog AOW, ik wel, en Scheringa straks ook, over zes jaar wordt hij vijfenzestig. Dat noemen ze dan rechtvaardigheid. Ik heb de oude Drees nog gekend, goed gekend zelfs, hij zou nu zelf de eerste zijn die het hele zootje op de schop zou gooien. Veranderende tijden meneertje, die vragen om nieuw beleid. Het socialisme was ooit progressief, en wat is het nu? Het is behoudzuchtig geworden. Neem dat aan van een oude platzakke man, zo arm als een kerkrat ben ik. Ik moet maar hopen dat mijn aanleunwoning niet ook nog omvalt. Ik kan u helaas gen koffie aanbieden, darvoor moet u in Wognum zijn, bij klotendirk en die crimineel van een Wilting. Ik ga niet dood, dat weiger ik, ik kan namelijk mijn eigen begrafenis niet eens meer betalen."