Vincent Bijlo
MAANDAG OP DE CAMPING
Het is zowaar mooi weer. Niemand had er eigenlijk op gerekend. De slechtweerprogramma’s worden afgeblazen. De activiteitencommissie had bedacht dat het leuk zou zijn om naar SnowWorld te gaan, in Zoetermeer, maar daar is het nu te mooi weer voor.
Henk en Peter zitten buiten te roken. "De maanlanding," zegt Henk, "man, ik weet het nog zo goed. 40 jaar geleden, ik was op deze camping met mijn ouders. De campingbaas had een televisie gehuurd, we zaten met zijn allen in de kantine de hele nacht voor de televisie. Toen ze geland waren liepen we naar buiten om te kijken of we ze op de maan zagen staan, lachen was dat. We hadden ook al staan zwaaien om te kijken of we op televisie kwamen."
"Peter," roept Peters vrouw vanuit de caravan, "haal jij de was effe binnen, ik zie een enorme bui aankomen op Buienradar.nl."
"He/ Hoe kan dat nou, de zon schijnt."
"Doe het nou maar, het kan niet meer lang duren, waarom geloof je mij nou nooit?"
Peter staat zuchtend op. "Wijven en buienradar," zegt hij in plat Utrechts, "da’s net zoiets als mannen en krultangen."
Henk lacht. "Daar zou ik nog wel eens graag heen willen, naar de maan. Barbecuen op de maan, dat lijkt mij wel wat."
Peter steekt een nieuwe sigaret op en gaat weer zitten. "Nou," zegt hij, "dan mag je wel een elektrische barbecue hebben."
"Hoezo?"
"Een vuurtje blijft niet branden, er is daar geen lucht."
"Geen lucht? En hoe ademen ze dan?"
"Met meegenomen lucht van de aarde."
"Nou," Henk staat op, "dat heb ook een voordeel, dat er geen lucht is, dan ken er tenminste geen bui aankomen."
Het begint opeens heel hard te regenen. Peter springt op, maar hij is te laat, de was is al nat.