Vincent Bijlo
EEN ULTRAKORTE VAKANTIE IN TWENTE
We liepen over de door het bos voor ons uitgerolde roodbruine loper van herfstbladeren door Twente. De Vlaamse Gaai kraste, de fazant hief zijn alarmroep aan: "pas op, westerlingen!"
De laatste rozen stonden te geuren op landgoed Twickel, een eikel viel op het hoofd van de tuinman, in de verte vermengde zich het geluid van de provinciaaleweg met dat van de bladblazers.
Er stond een stevige wind, die met één vlaag een uurtje bladblazen ongedaan maakte.
In Ootmarsum scheen de zon. Ootmarsum is het Milaan van Twente. Het is befaamd om zijn tassen en schoenen van merken waar je in Amsterdam echt goed naar moet zoeken. Je vindt ze binnen een minuut in Ootmarsum, logisch, het is een stuk kleiner.
Het is pittoresk en idyllisch en schilderachtig, Ootmarsum, en het heeft een Openluchtmuseum. Daar kun je de open lucht eens op je gemak bekijken.
En designwinkels. Een Twents jongetje vroeg aan zijn oma: "Oeoemaa, wat is dat, diezain?"
"Diezain," zei oma, "da’s je blauw betalen voor iets dat je niet nodig hebt. Kijk, hier, dat is van een pleeborstel een drinkbeker maken."
"Wilt u mij dan blauw betalen, oeoemaa, ik vind het een mooie beker."
Oma kocht de pleebeker, natuurlijk, want zo gaat dat in Ootmarsum.
In Twente droomden gisteren de bomen van volgend jaar en het wild was onrustig, het jachtseizoen is net geopend.
Toen ik thuiskwam trof ik een mail van Herman Finkers. Hee, toevallig, denk je Twente, zeg je Finkers. Of ik ook tegen een vliegveld in Twente ben. Ja, natuurlijk, hoewel, het mag wel, maar dan ondergronds.
Laat die vliegtuigen nou maar bij ons, dan komen wij naar Twente voor de rust.