Vincent Bijlo

DONDERDAG OP DE CAMPING HET ONWEER

 

"Zag je dat," Schreeuwt Henk, "hij sloeg in het toiletblok!"

Peter staat te trillen als een rietje. "O, mijn god," mompelt hij. Hij zag zijn vrouw nog geen twee minuten geleden met een handdoek onder haar arm naar het toiletblok lopen. Hij zoekt steun tegen zijn caravan. Het sjekkie dat nonchalant in zijn mond had gehangen is na de blikseminslag op de grond gevallen.

Henk komt naast Peter staan. Ook hij trilt. De helden van de bbq zijn met stomheid geslagen. Ook Henk zag Peters vrouw lopen. Ze denken hetzelfde.

"We gaan kijken," mompelt hij, "kom maar."

Hij neemt Peter bij de hand, langzaam lopen ze door de neergutsende regen naar het toiletblok. Binnen vijf seconden zijn ze doornat, ze voelen het niet. Hun voeten kraken op de schelpenpaadjes, als lopen ze over een kerkhof. Er slaat weer een bliksem in, ditmaal verder weg.

Ze kijken naar de top van het heuveltje waar het toiletblok staat. Daar staat een gestalte die hen van onder een paraplu lachend aankijkt.

"Wat lopen jullie nou raar te doen, zijn jullie dronken?"

Peter zakt bijna door zijn knieën. Vol ongeloof zegt hij: "Ik dacht dat je… dat de bliksem…"

"Hij sloeg in de heren," zegt zijn vrouw, "kijk maar."

Ze wijst naar het herenblok. In het midden van het dak zit een groot gat.

"Er was niemand binnen," zegt ze, "ik ben meteen gaan kijken."

De helden van de bbq denken hetzelfde. Als wij hadden zitten poepen, en dat duurt meestal wel een halve krant, dan waren wij nu omgelegd door Moeder Natuur.

Peter sluit zijn vrouw in zijn armen en kust haar zoals hij dat in jaren niet heeft gedaan. Die nacht beleven ze hun huwelijksnacht opnieuw.