Vincent Bijlo

 

EEN NIEUWE HERFST EEN OUD GELUID

 

De zon wordt zachter, de avond draaft al om haardvuur. De dagen zijn nog warm maar je merkt al dat ze moeizamer op gang komen. In het bos ruikt het naar paddo’s, kinderen beginnen weer met sprokkelen en verzamelen voor een herfsttafel.

Maar zo snel geeft de zomer het niet op. Hij laat nog één keer rozen bloeien, en hier en daar tikt zich nog een piepklein piepend vogeltje uit het ei.

Midden op de dag doet de zon nog net of het augustus is, maar dichtbij de aarde ruik je de rotting al, de natuur maakt humus voor het nieuwe groen van volgend jaar.

Eind september reiken verval en nieuw begin elkaar de hand.

De bomen staan er rustig bij, ze kennen dit nou wel, dit spel met bladeren en aarde en wind en water en kou en kale winterse mistroostigheid. Het brengt de beuken en de eiken niet van hun stuk, bomen denken altijd al aan volgend jaar.

De stoelen op de terrassen twijfelen of ze al in winterstalling zullen gaan, ze hebben nu al heimwee naar de lange zwoele avonden.

En in de tuinen schudden tuinkeukens hun pannen, ze voelen zich zo ongelofelijk overbodig. Er is maar 1 keer in ze gekookt van de zomer. De barbecue host een restje kolen op, hij rilt in de kille avond, maar vuur is nu niet meer voor buiten.

De zitkamer ontvangt ons verbaasd, goh, lang niet gezien. De verwarming knalt, de leidingen zijn zo lang niet door de warmte uitgezet.

De bank is nog niet omgevallen, staat op ons te wachten en zit nog steeds zacht. He, herfst, bokbier, vul de glazen, laten we drinken op oogsten en zaaien, op eind en begin, op oud en nieuw.