Vincent Bijlo

 

OP DE CAMPING MET DE VOLHOUDERS

 

Autoportieren knallen, kinderen huilen, ouders schreeuwen bevelen naar elkaar. De campingbaas is in discussie met enkele gasten. Ze geven hem de schuld van de regen. Ze eisen of mooi weer of geld terug. "Koffie," zegt de campingbaas, "dat kun je krijgen, gratis, zoveel je maar wilt, en warmte, en gebruik van de wasdroger, allemaal voor niets, maar het weer, dat kan ik niet veranderen."

Peter en zijn vrouw Katja liggen in bed. De regen tikt op het dak van de caravan.

"Het kan mij niet hard genoeg regenen," zegt Peter.

"Mij ook niet," Katja kruipt nog wat dichter tegen hem aan.

Er wordt op de deur geklopt. "Wij zijn weg," roept Henk, "we zijn het zat, we gaan naar Frankrijk en we komen nooit meer terug."

"Maar je kan toch niet tegen zon Henk?" Roept Peter.

"Nee, maar tegen regen ook niet. In Frankrijk is het bewolkt maar droog, helemaal mijn weertype. We mailen, doei!"

Overal om hun caravan heen ritsen ritsen, rinkelen haringen, kletteren stokken, slaan kofferbakken dicht en starten auto’s.

De regen valt gestaag, Peter en Katja vallen in elkaars armen in slaap.

Vier uur later zitten ze fris gedoucht met de campingbaas op het terras van de kantine in de zon.

"Nog een bakkie," vraagt de campingbaas, "ik heb nog 125 liter. We moeten het met zijn drieën opdrinken, jullie zijn de enige gasten."

"Maar we blijven nog een week," zegt Peter, "regen of geen regen. Want als je huwelijk goed is, kan de zomer nooit slecht zijn. Proost." Hij tikt zijn koffiekopje tegen dat van de campingbaas. "Op de lege camping, weet je, wij betalen gewoon voor twee plaatsen, en vanavond gaan we met zijn drieën uit eten."