TOLERANTIE IS MEER DAN WIJZEN NAAR ANDEREN
De mist was opgetrokken, de knallen waren verstomd, de hufters door slaap overmand en daar lag Nederland. Het was zwartgeblakerd. De stilte was beschamend diep. De burgemeester schraapte zijn keel, keek op het vel papier dat hij in zijn hand had en schrok.
Hij had inderhaast de nieuwjaarstoespraak van vorig jaar van huis meegenomen.
"Na de verschrikkelijke gebeurtenissen die zich in de nieuwjaarsnacht hebben voorgedaan," hee, dat was dus vorig jaar blijkbaar ook zo, "moeten wij actie ondernemen. De maat is vol. Wij laten ons niet langer terroriseren. Wij moeten keihard gaan optreden."
Hij dacht aan zijn buurman. Een respectabele man, althans, zolang het geen oudejaarsavond was. Zodra er geknald werd, veranderde hij. Met elke knal sloeg er een beetje beschaving uit zijn hoofd. En zo kende hij er meer. De burgemeester nam het vel papier in beide handen en verscheurde het. Er ging een golf van ontzetting door zijn toehoorders.
"In velen van u huist een hufter," zei hij met stemverheffing. "Ik heb tijdens de jaarwisseling aardige mensen zien veranderen in beesten. Mensen die gewillig achter Doekle Terpstra en zijn tolerantiebeweging aanlopen zijn op oudejaarsavond in staat tot vreselijke daden. Wij kunnen de vijand zoeken in moslims, of in moslimhaters, maar wij zijn uiteindelijk zelf onze grootste vijand. Hoe tolerant zijn mensen die zelf altijd zo hard roepen om tolerantie?
Tolerantie is vaak alleen maar wijzen naar anderen. Het moet ook kijken naar uzelf zijn. Neem uw verantwoordelijkheid. Ik wil volgend jaar kunnen spreken van een rustige jaarwisseling. Een gelukkig 2008!"
Niemand klapte, men verliet met gebogen hoofd de zaal.