KIJK DE KUDDE STUMPERS GAAN

En daar liepen ze, tegen de wind en de stromende regen in. Ze sleepten een stoet huilende kinderen achter zich aan. Maar ze moesten voort, ze hadden geen keuze. overal waar ze binnengingen kregen ze nee te horen. Steeds wanhopiger werden ze. Ze verkleumden tot op het bot, maar er was iets dat ze op de been hield. Hun koppen verstrakten, de vastberadenheid maakte plaats voor woede. De kinderen huilden niet meer, ze krijsten. En dat terwijl het allemaal hun schuld was. Het was voor de kinderen dat ze hier liepen, om hun een toekomst te geven.

Uiteindelijk, in een vestiging van Bart Smit, gaven ze het op. Doodvermoeid zakten ze ineen. Ze vielen achterover, tegen een stapel dozen met Lego die omviel. De Lego op zijn beurt stootte de Duplo om, de Duplo de Bob de Bouwerauto’s, de Bob de Bouwerauto’s de Super Mario Galaxy’s, de Super Mario Galaxy’s de Thomas de treinen, de Thomas de treinen de Barbie-make-upkoffers, de Barbie-Make-upkoffers de Playmobil, de Playmobil de fisher Price, en zo ging het maar door. Het leek wel dominoday 2007. In de chaos sloegen velen hun slag. Een hulpsint vulde zijn zakken, oudere, niet meer gelovige kinderen pakten wat ze pakken konden. Oma’s en opa’s, die en uur geleden nog zulke aardige, bedachtzame mensen waren geweest, veranderden door het vallende speelgoed in woedende plunderaars.

Het tafereel zag er uit als de beelden die men soms ziet in vluchtelingenkampen, wanneer de VN begint met het uitdelen van voedsel. In het gedrang kwamen enkele Zwarte Pieten om. Ik stond erbij en was verbijsterd. De mensen zijn volkomen doorgeschoten. Ze hebben te veel, dat maakt ze zo ontevreden. Verwende krengen, dat zijn het. Slaven, moderne slaven, van het geld.