WE ZIJN VERSTRIKT GERAAKT IN DE TV-TENTAKELS

 

Het enige dat de zaak-Holloway bij mij oproept is weerzin, grote weerzin. Weerzin tegen die verschrikkelijke Van der Sloot. Een aan wiet verslaafde puber die het land nu al weken in zijn greep houdt. Weerzin tegen een zogenaamde vriend van hem, die in opdracht van een programmamaker aan Van der Sloot bekentenissen ontfutselde. Weerzin tegen de programmamaker, Peter R. de Vries, die in een doortrapte show stukje bij beetje de ranzigste narigheid over de kijker uitstortte. De waarheid, daar is het De Vries niet om te doen. Geld en roem, dat zijn zijn motieven. Bijna klaarkomend bouwde hij, in een van reclame doordrenkt programma, de schoorsteen moet ook roken nietwaar, de uitzending op. Dat heet journalistiek op het scherpst van de snede te zijn. Hij confronteerde de moeder van Natalee Holloway, uiteraard voor de camera, met de verschrikkelijke bekentenissen van Van der Sloot.

"Hoorde je," zei hij met zijn slepende stem, "hoe respectloos hij over je dochter sprak?"

Dat is respectloosheid beantwoorden met respectloosheid. Zo ga je niet om met een moeder die een dochter is verloren.

Weerzin, tegen de kijkers. Vroeger keek men naar ophangingen op het galgenveld, nu met bier en chips in de huiselijke kring naar Peter R. De Vries, en naar de reclame natuurlijk, want nogmaals, de schoorsteen moet roken.

We zitten met zijn allen gevangen in de tentakels van de televisie. Ze hijgen in onze oren, slaan ons in het gezicht met hun waarheid. Het wordt steeds moeilijker er aan te ontkomen, zelfs programma’s als Pauw en Witteman nodigden de verschrikkelijke Van der Sloot uit, tot tweemaal toe zelfs. Het kwaad scoort, het kwaad scoort goed, en die schoorsteen, die moet toch roken nietwaar.