DE MISPLAATSTE TROTS VAN EEN SPINDOCTOR
Trots. Ik begin zo langzamerhand een hekel aan dat woord te krijgen. We moeten tegenwoordig overal trots op zijn. Nu ook weer op ons leger. Althans, dat vindt staatssecretaris Jack de Vries, op wie ik overigens niet echt trots ben. De Vries was in zijn voormalige functie als spindoctor verantwoordelijk voor de keiharde, vuile CDA-verkiezingscampagne met het beruchte dagelijkse "draaimoment van de PvdA." Dat noemt zich een christelijke partij, de schepper zelf zal er ook niet echt trots op zijn denk ik.
Trots op ons leger ben ik ook niet, ons leger voert op dit moment een vechtmissie in Afghanistan uit, die aan het volk verkocht is als een wederopbouwmissie.
Ons leger, vindt De Vries, moet zichtbaarder zijn in het dagelijkse straatbeeld. In een interview met de Defensiekrant, het opinie-orgaan van het leger, pleit hij voor meer uniformen op straat.
Ik hoor de laarzen, de bevelen, ik zie Verdonk en Wilders glimlachend toekijken. Er klinkt marsmuziek, op straathoeken staan tanks. Pantservoertuigen rijden langzaam bumper aan bumper voorbij. Het materieel glimt in het Oranjezonnetje.
Mijn borst zwelt op, ik hef het Wilhelmus aan, wat ben ik blij dat ik hier mag wonen, in dit kleine, trotse land.
Vrouen gooien bloemen naar de soldaten, straaljagers schrijven in de lucht de naam van Jack de Vries.
Trots zijn we, apetrots en dat mogen we laten zien. De glorierijke natie heeft weer een gezonde blos op de wangen, het Neerlnads bloed vloiet ons door de aderen, Jack de Vries heeft ons ons zelfvertrouwen teruggegeven, wij staan pal voor volk en vaderland. Wij marcheren terug naar een nationalisme waarvan ik dacht dat we het definitief achter ons gelaten hadden.