MIJN BLIK OP DE ZIENDE MEDEMENS 2

 

Het is een zwaar lot als je moet zien. Ik benijd mijn ziende medemensen niet. Maar sukkels zijn het wel. Ze lopen als debielen hun ogen achterna. Maar dingen die ze echt zouden moeten zien, die zien ze dan weer niet. Een vlek in hun netgekochte overhemd is belangrijker dan een massamoord die plaatsvindt in een land waar ze een paar jaar geleden nog op vakantie zijn geweest. Dan zitten ze voor de televisie, en zeggen tegen elkaar: "Zie je die brandende kerk daar? Daar mochten we toen niet in, omdat jij een te korte rok aan had." Terwijl bij die kerk godverdomme honderden mensen geëxecuteerd zijn.Schaamte kennen ze niet, althans niet als er licht is. Als de kerk weer herbouwd is, gaan ze gewoon weer naar dat land. Ook al ruikt het nog naar bloed en ook al heerst er een dictator met keiharde hand, het zal ze worst wezen, als ze maar lekker vakantie kunnen vieren.Heel af en toe geven ze wel eens iets aan een plaatselijke bedelaar. Dat doen ze niet omdat ze met de bedelaar te doen hebben, nee, ze hebben alleen met zichzelf te doen. Ze doen het, omdat ze dan, als ze daarna witte win en oesters bestellen, in het ommuurde en zwaarbeveiligde hotel, het gevoel hebben dat ze iets heel goeds gedaan hebben. Dan glimlachen ze tegen hun spiegelbeeld en denken ze: Wat zijn wij toch ontzettend goed bezig. De wereld heeft maar mazzel dat wij er zijn, wij zienden. Ze zouden bij wijze van experiment eens alles wat kan spiegelen uit de wereld moeten verwijderen. Ik weet zeker dat de rijkdom dan veel rechtvaardiger verdeeld zou worden.