SALUUT VOOR HUGO CLAUS, DE BELG DER BELGEN

 

De schrijver van het rijkste Vlaams is heen. Hugo Claus, met zijn sonore stem, die gedichten bijna zingend voordroeg is niet meer.

Welluidend, dat is precies hoe het klonk als hij zijn gedichten voorlas. Klank en inhoud waren een.

In zijn poëzie stond elk woord op zijn plaats, het moest er zo staan, dat eiste het gedicht.

En dan zijn proza! Lees Het Verdriet Van België en u zult veel meer begrijpen van het door trots en taal en oorlog en geschiedenis verscheurde land.

Het verstikkende katholicisme dat de opgroeiende Louis Seynave omhult greep mij naar de keel. Toch is het een boek met ontzettend veel geest. Er valt heel veel te lachen. "Wat moet dat moet," was de lijfspreuk van de vader van Louis. Zelfs een scheet die eruit moest kon niet wachten terwijl Louis en zijn vader zich verborgen voor de Duitsers in de oorlog.

Claus had een soort Algemeen Beschaafd Vlaams ontwikkeld, een taal die veel rijker is dan ons Noord-Nederlands. Hij heeft mijn vocabulaire verrijkt met uitdrukkingen als: "U gaat tegen mijn hand oplopen," dat klinkt mooier dan "ik ga je een dreun verkopen."

Of wat te denken van "ik zie u graag", "ik hou van je."

Ik leg mijn peinskistje in de handen, die kop zo vol van gedachten, en ik verwijl voor een paar uur bij Hugo Claus, man van geest, man van woord, vitalist die niet kon ontkomen aan Alzheimer. Ik zal vanavond poëzie van hem lezen, want wat moet dat moet, ik zal mij laven aan zijn letteren. De woorden zullen dansen tussen mijn slapen, en ik zal mij bedenken: poëzie, het is de brandstof voor de geest die ik af en toe zo node mis.