CONCLUSIE VAN DE COMMISSIE ONDERWIJSVERNIEUWING
Ik kwam in 1985 van de middelbare school af. Dat was nog net voor alle vernieuwingen. Hoewel, wij hadden al twee brugklassen. Daarna kon je kiezen, MAVO, HAVO of VWO. Sandra ging naar de MAVO. Dat was jammer, ik had een oortje op Sandra. Volgens mij was ze tot veel meer in staat, zo klonk ze. Even overwoog ik of ik ook naar de MAVO zou gaan, maar mijn ambitie zei me dat het toch VWO moest worden.
Toen ik naar de universiteit ging, had ik veel geleerd, vond ik zelf. Mar dat vonden de universitaire docenten niet. Wij, VWO-ers, waren niet goed in staat om zelfstandig te werken, bijna alle VWO-lessen waren in die tijd nog klassikaal.
Daar is men iets aan gaan doen. Men bedacht het studiehuis, men bedacht de tweede fase. Men bedacht profielen ipv vakkenpakketten. Maar als je zulke ingewikkelde vernieuwingen wilt doorvoeren, heb je veel tijd nodig. En die was er niet, die is er nooit in het onderwijs. Dat komt door de politiek. Elke vier jaar, en soms nog wel vaker, staat er iemand anders aan het hoofd van het departement.
Niets is zo belangrijk voor het onderwijs als stabiliteit. Als je kinderen iets wilt leren, moet je wel weten wat je ze wilt leren. Als je dat niet weet, of als je niet weet in wat voor vorm je ze het wilt leren, wordt het een zootje.
Dat zal de conclusie zijn van de parlementaire commissie onderwijsvernieuwing die gisteren met haar verhoren begon.
Ik ben niet zo’n type van vroeger was alles beter, want het onderwijs moet zeker met zijn tijd meegaan, maar eigenlijk zou het handig zijn als het ministerie van onderwijs boven de politieke partijen zou staan. Want Links en Rechts en Midden, iedereen heeft baat bij een zo goed mogelijk functionerend onderwijs. Onderwijs is de basis van onze maatschappij. Het mag niet met alle winden meewaaien.