LEVE DE DOOFPOT, REDDER VAN ONZE MONARCHIE

Het kan raar lopen in het leven. Dat illustreert het volgende verhaal.

Prins neemt steekpenningen aan van een vliegtuigbouwer. Het land staat op zijn kop. De straf die de prins krijgt opgelegd is mild, hij mag nooit meer een uniform dragen in het openbaar.

De prins neemt nog een keer steekpenningen aan, van een andere vliegtuigbouwer. Premier Den Uyl weet dat, mar denkt bij zichzelf: als ik dit naar buiten breng dan dondert de monarchie in elkaar met alle gevolgen vandien.

De premier houdt zijn mond, het rapport over de steekpenningenaffaire verdwijnt in de doofpot.

Nu, eenentwintig jaar na de dood van Den Uyl, duikt het rapport op.

In de kranten krijgt Den Uyl van medepolitici postuum voor dat verzwijgen veel lof toegezwaaid. Hij heeft destijds het juiste gedaan. Hij was een groot redder des vaderlands.

De doofpot wordt geprezen, leve de doofpot, de doofpot is de redding van onze monarchie geweest.

De premier had geschiedenis kunnen schrijven, net als Drees, die ooit de monarchie redde, net als Kok, die de Oranjes in de zaak-Maxima te hulp schoot.

Hij had het land in een constitutionele crisis kunnen storten, waardoor de rol van de Oranjes waarschijnlijk zou zijn uitgespeeld. Dan waren we nu een moderne republiek geweest, dankzij onze grote Socialistische held Joop den Uyl.

Hij deed het niet, het zou teveel overhoop gehaald hebben, vond hij. Hij had de sleutel tot een moderne staat in handen, hij borg hem diep, heel diep weg. Het valt me bitter van hem tegen. Den Uyl heb ik altijd een groot en bevlogen politicus gevonden, maar eigenlijk was hij dus ook, zo blijkt nu, heel bang en heel klein, net als al die politici die de doofpot nu lof toezwaaien.