DIT HAD EEN VROLIJK STUKJE MOETEN WORDEN
Het zou een luchtig stukje worden vandaag. Over de kou met Pasen, over de Limburgers die veel lol hadden beleefd aan de sneeuw die bij hun was blijven liggen. Ze hadden de paaseieren in sneeuwballen verstopt.
Het had moeten gaan over ons bezoek van gisteren aan het spoorwegmuseum. Wat een mooi en leuk en educatief en vrolijk en goed museum is dat, ik kom er zeker nog eens op terug, zo’n museum verdient een mooie column.
Het had zullen gaan over de buren, die gisteren terugkeerden uit de Ardennen met een caravan vol verhalen over sneeuwpoppen en lichtbevroren tenen.
En toen was opeens meester Knoop dood. De sneeuw stopte met smelten en wij stonden als bevroren voor de school waar hij werkte.
"Vermoord," zei iemand. "Nee, dat weten ze nog niet zeker," zei iemand anders. Hij was door zijn broer dood in zijn huis aangetroffen. We huiverden. Ik hoorde hem in gedachten praten, met zijn lichte Utrechtse accent. In mijn hoofd kwam de vraag op hoe het in godsnaam mogelijk is dat zo’n in en in aardige en goede man vermoord zou kunnen zijn.
Het is een onzinnige vraag, ik weet het, meester Knoop zal er niet weer door tot leven komen en er worden vaker door en door goede en leuke mensen vermoord, maar toch, Knoop, Bert Knoop, de nestor van de school, het grote warme kloppende hart voor zijn kinderen, de onschuld zelve!
Knoop, die kon speechen als Toon Hermans in zijn beste dagen, die alleen op maandag aan staartjes van meisjes trok, die na dertig jaar nog de cijfers van al zijn leerlingen uit zijn hoofd kende, die Knoop, vermoord?
Ik ken dit alleen uit detectives, maar dit boek kunnen we niet dichtslaan. Het is echt, rauw en hard en het is zeer verdrietig. onze school rouwt.