HET IS VANDAAG LUILAK, MAAR IK SLAAP UIT

 

Dat waren nog eens tijden. Dat ik om vier uur 's morgens opstond op Luilak, stoer naar buiten liep, een biertje opentrok, dat overigens nooit smaakte in de ochtendkou, een sigaret optak, een strijker afstak en schreeuwde: Luilak, beddezak!Ik vierde altijd Luilak, in mijn puberteit. En elk jaar dacht ik: ik blijf volgend jaar liggen, maar altijd kon ik het niet laten; Het fietsen met blikjes aan een touwtje achter mijn fiets, het vuurwerk afsteken, op toeters blazen, ik maak nou eenmaal graag lawaai.

Het lullige was alleen dat er, hoeveel lawaai ik ook maakte, nooit iemand kwaad een raam opendeed, of schreeuwend in pyjama naar buiten kwam.In het laatste jaar dat ik het vierde zou het gebeuren. Ik had een popband samengesteld, we hadden repertoire ingestudeerd, een mix van werk van Herman Brood, Lennon&Mccartney en Bijlo.Vooral dat van Bijlo moest de mensen uit hun bed krijgen. Het was een soort turbo-symfonische rock. Het knalde en dreunde en piepte en bonkte door de buurt. Vogels vlogen geschrokken op, het gras op het plantsoen waar we op speelden ging plat liggen, maar de mensen, ze deden niets. Een politiebus reed door de straat. Hij werd door ons begroet met gejuich en we schroefden het volume nog {at op. De agenten zwaaiden vriendelijk, applaudisseerden en reden rustig door.Teleurgesteld stopten we na een halfuur met spelen. We reden nog wat rond op brommers met afgezaagde uitlaten maar de lol was er voorgoed af. Ik liep het stille huis in waarin iedereen nog in diepe rust was, ging op de bank zitten en viel in slaap. Vijf uur later kwam mijn vader beneden. Hij schudde me heen en weer en riep: Luilak beddezak! Daarna heb in nooit meer Luilak gevierd.