DE VERSCHRIKKELIJKE ZINLOOSHEID VAN OORLOG
Nog maar nauwelijks was Peter van Uhm bijgekomen van de plechtigheden waarbij hij was geïnstalleerd als Commandant der Strijdkrachten, of hij kreeg te horen dat zijn zoon Dennis, als militair uitgezonden nar Afghanistan, was omgekomen.
Een aanslag met een bermbom had hem het leven gekost.
Zo dicht kunnen vrolijkheid, ik neem aan dat Van Uhm vrolijk en trots was bij zijn benoeming, en verdriet en verslagenheid dus bij elkaar liggen. Het is een afschuwelijke, noodlottige gebeurtenis, net als het sterven van al die anderen in die zich voortslepende oorlog afschuwelijke gebeurtenissen zijn.
Laatst sprak ik met de vriendin van een omgekomen soldaat in Afghanistan. Ze zei dat ze trots was op haar vriend. Trots op wat hij gedaan had, trots op zijn missie. "Maar ondertussen," zei ze, "kan ik hem niet meer vasthouden, kan ik hem niet meer aankijken."
Ik stond met mijn ogen vol tranen en ik wist iet wat te zeggen. Het werd stil om ons heen en de zinloosheid van oorlog hing voelbaar in de ruimte.
Hetzelfde verdriet overviel me enkele dagen later toen ik een column las van een Amerikaanse columnist die vurig voorstander van westerse aanwezigheid in Afghanistan en Irak was. Er was een Amerikaanse jongen omgekomen in de strijd, die op basis van zijn columns overtuigd geraakt was van het nut van onze aanwezigheid daar. De columnist voelde zich verantwoordelijk voor de dood van de soldaat.
De oorlog, die voor de columnist eerst alleen maar op papier bestond, was vlees en bloed geworden.
Ik kan niet anders doen dan alle nabestaanden van alle slachtoffers heel veel sterkte wensen. Blijf van ze houden. We denken aan jullie.