Vincent Bijlo
EEN AVOND IN CAFÉ WELTEVREDEN
Ik zat in het café gisteravond, maar ik hoefde mijn sigaret niet te doven om klokslag twaalf uur. De asbakken gingen niet van de bar, de lucht klaarde niet op, er ging geen zucht van opluchting door het etablissement, nee, er veranderde niets.
Ik zat in café Weltevreden, dat door de gemeente was aangewezen om een zogenaamd "model- en oefencafé" te zijn. Om tot een "gefaseerde ontmoediging en uitbanning van het roken" te komen, was in Weltevreden het rookverbod al op 1 juni ingegaan.
Aanvankelijk was het daarna heel gezellig. Rokers zaten er heel stoer niet te roken, en niet-rokers kregen opeens heel veel zin in een sigaret. Dat stemde de rokers zeer vrolijk. Er werd veel gelachen in de zuivere, frisse lucht en de sfeer was lenteachtig. Er werd opvallend veel sap gedronken, perensap werd per meter besteld. Er werd veel geflirt, zelfs hier en daar gezoend, dat kwam door die zuivere lucht natuurlijk.
Maar na een week al kwam de klad erin. Steeds vaker verschenen partners van de kroegzitters boos in het café. Op luide toon begonnen ze de beklagenswaardige niet-rokers toe te roepen dat ze hun huwelijk en de zorg voor het gezin ernstig verwaarloosden. Deze partners, die een afschuwelijke stank van rook en drank om zich heen hadden hangen, waren niet voor rede vatbaar. Ze sleepten de ongelukkige niet-rokers het café uit, en duwden ze, nog in het zicht van de cafébezoekers, met geweld brandende sigaretten in de mond. Ze dwongen ze vervolgens te inhaleren en voerden ze af.
Verslagen bleven we achter. Van ons frisse gevoel was weinig meer over. Vannacht om vier over twaalf hebben we de knoop doorgehakt. We zijn allemaal tegelijk weer begonnen met roken. Het werd een mooie blauwe nacht.