Vincent Bijlo
EEN EENZAME WASBEER OP HET DRENTSE PLATTELAND
De regen heeft iedereen van straat terras en fietspad gejaagd. Ze geselt ongenadig hard het land. Het pannenkoekenhuis is vol met dampende kleumende mensen. Buiten, op het Drentse platteland, zoekt een eenzame wasbeer beschutting. Hij is knorrig, zoals alleen wasberen kunnen zijn. Net was het nog leuk, toen de zon nog scheen. Hij liep parmantig door het weiland en zwaaide met zijn voorpoot naar verbaasde fietsers.
"Wat een raar beest," riepen ze allemaal. "Waar komt dat nou in ene vandaan? Wat is hij lief he?"
Het vertederde hem. In Duitsland, waar hij tot voor kort woonde, had hij dat al jaren niet meer gehoord. Men was daar aan hem gewend geraakt. Maar Duitsland is geen goede plaats meer voor wasberen, vindt de wasbeer.
Vroeger vond hij nog wel eens een eindje bratwurst of een bammetje schnitzel op de grond, of een vergeten zakje gummibeertjes, maar de laatste tijd kostte het zoeken naar voedsel hem steeds meer moeite.
Sinds er een beschavingsoffensief was uitgebroken in de Bondsrepubliek ruimden de Duitsers keurig al hun troep op.
"Je moet naar Nederland," had een mooie berin hem aangeraden, "daar flikkeren ze alles gewoon in de natuur, daar is zat te fressen." Hij had haar gevraagd of ze met heem mee wilde, maar ze had beleefd bedankt, ze vond hem niet aantrekkelijk genoeg, "nogal ongelikt" had ze vanuit de hoogte gezegd.
En hier staat hij dan, in de geselende regen. De berin had gelijk gehad, er is ontzettend veel te eten in Nederland, maar hij heeft het zo koud, en wat heb je aan eten als je eenzaam bent? Hij sjokt voort, eet sultana’s, topdrop en chips, en blijft hopen op een mooie, lieve, zachte warme berin.