Vincent Bijlo
AFCHEID VAN EEN TOERNOOI
Een uur na De Wedstrijd begon het bij ons zachtjes te regenen. Zo’n soort regen die bijna nooit valt. Af en toe een enkele druppel. Die druppels waren tranen, de hemel huilde boven Nederland. Ik lag in het gras in de tuin. Ik was moe. Er viel een druppel in mijn half openstaande mond. Hij smaakte zout. De stilte was oorverdovend. Ik ademde diep de zwoele nachtlucht in. Een briesje aaide mijn warme wangen. Ik glimlachte naar de wolken en dacht: het is maar een spelletje.
Ik had het de hele dag al voelen aankomen. Het hing in de lucht. Ik hoorde het in de opgewonden stemmen van de mensen in de stad. Het zat in het hoge zoemen van de scooters van de pizzakoeriers, in de te harde beats uit de voorbijscheurende auto’s, in de wanhopige koolmees die zich in de stad verstaanbaar probeerde te maken.
Hid-dink, riep de koolmees, Hid-dink, niemand hoorde hem, behalve ik.
Ik dacht aan Zuid-Korea in 2002, ik dacht aan Australië in 2006 en ik dacht aan Nederland in 2008 en ik wist dat het zou misgaan.
Ik heb de wedstrijd niet gevolgd, ik stond, samen met vijf andere acteurs, op het toneel in Haarlem, met een kwartzaaltje voetbalhaters als publiek. Het bleef tijdens de voorstelling, ook op plaatsen waar andere avonden hard gelachen werd, angstwekkende stil.
Nog geen seconde nadat het slotapplaus was verstomd riep iedereen in koor: "Hoeveel staat het?"
Ik hoefde het antwoord niet te horen. Ik dacht aan de koolmees, de scooters en de harde beats. Ik wist dat het voorbij was.
Ik lag een uur later vredig in het gras onder de sterren die schuilgingen achter de wolken. Ik voelde ze schijnen en ik wist dat dat de echte sterren waren, die er altijd zullen zijn.