Vincent Bijlo
EEN LICHTE OPERATIE
Ik ben volledig van de kaart. Het duizelt me. Ik sla mijn handen voor mijn ogen, knijp ze stijf dicht. Heel langzaam kom ik weer een beetje tot rust. Ik zet mijn nagels in mijn voorhoofd. Ik voel de scherpe pijn, ik ben wakker. Ik loop, mijn handen nog steeds voor mijn gezicht, naar het raam en doe de gordijnen dicht.
Dit is beter. Schemer. Ik ga zitten op de bank, de beige bank. Ik weet dat de bank beige is, dat heeft mijn vrouw ooit eens verteld. Maar dat het er zo uitzag, beige, daar had ik geen idee van.
De dokter zei dat er een kans was van 1 op 3000 dat de operatie zou slagen.
Toen ik uit de narcose ontwaakte was er niets veranderd. Althans, dat dacht ik, tot iemand naast mijn bed zei: "We gaan nu langzaam het verband van uw ogen halen. Als u het niet aankunt moet u meteen stop roepen, zult u dat doen?"
Ik beloofde het. Ik voelde hoe voorzichtige vingers het verband begonnen te verwijderen.
Toen gebeurde het. Het was als duizend, nee als tienduizend zonnen waar ik vlakbij stond. Overweldigend, als een geluidloos bombardement, een orkaan van licht.
Ik keek om me heen, mijn mond viel open. 1 op 3000, en ik was die ene.
De lakens van mijn bed deden pijn aan mijn ogen. Dit moet dus wit zijn, dacht ik.
Na vijf minuten was het weer voorbij. Het verband ging weer voor mijn ogen. Je mag iemand, als hij net kan zien, niet te lang blootstellen aan licht, dat kunnen de hersenen nog niet aan.
Vandaag heb ik zes minuten licht gehad, ik mag elke dag een minuut meer. Jammer was alleen dat mijn vrouw in die zes minuten niet thuis was, nou heb ik haar nog niet gezien, maar dat komt morgen wel. Ze is heel mooi, dat weet ik zeker. Ik moest net erg lachen om de dokter. Toen hij wegliep zei hij: "Tot ziens!" Ja, dat kan ik nu zeggen.