3 MAART, NATIONALE DAG VAN HET ZIEN
"Nederlanders zijn zuinig met complimenten," zei gisteren Hans Poortvliet in deze krant. Daarom organiseert hij jaarlijks de Nationale Complimentendag.
Is dat een compliment waard, zo’n dag organiseren? Dat is nog maar de vraag. Het is nou niet bepaald een compliment aan het Nederlandse volk als je beweert dat het zo zuinig is met complimenten. Nederlanders zijn van nature zuinig, dus ook met complimenten. Ze houden de hand op de bek. Ze sparen complimenten en bewaren ze voor slechte tijden. Het compliment is hier in Nederland het appeltje voor de dorst. Pas als de Nederlander het echt niet meer alleen af kan, dan gaat hij complimenten geven. Dan hoopt hij dat door het geven van complimenten mensen hem uit zijn benarde positie zullen bevrijden.
Zo is de Nederlander, dat is zijn identiteit, daar kan geen Nationaal Complimentenjaar tegenop.
Het probleem van de Nederlander is dat hij altijd naar de grond kijkt. Is het niet om door anderen verloren geld te spotten, dan is het wel om de ander niet te hoeven zien. De Nederlander is onverschillig, dat noemde men vroeger tolerant.
Daarom stel ik het volgende voor: Morgen, woensdag 3 maart, is het Nationale Dag van het Zien. We kijken elkaar aan, zien elkaar en zien dat het niet uitmaakt of je een hoofddoek draagt of een geblondeerde geföhnde haardos hebt, iedereen heeft op zijn hoofd wat hij of zij wil, dat is vrijheid met een grote V.
We zien elkaar en dan zal het complimenten regenen.
We lopen met zijn allen naar het stemlokaal en stemmen op partijen die de wereld niet verdelen in wij en zij. We stemmen op partijen die de angst niet laten regeren. Kijk elkaar aan mensen, morgen, daar zijn jullie ogen voor gemaakt.