Vincent Bijlo
TIENGEMETEN
Het is toch een beetje beklemmend, dacht ik. Ik ademde diep de frisse lucht in. Het is een beetje klein, een beetje kinnesinne en kissebissen. Een beetje borstkloppen en ver pissen. Een halfje waarheid, een pufje rook, een handje zand in de ogen van de anderen.
We liepen over het Zuid-Hollandse eilandje Tiengemeten. De zon scheen, de matige wind was lauw, zonderjasweer was het, nietzeurweer, gratislichtweer, buitenbierweer, rokenopeenbankjeweer, glimlachweer, grasligweer, zoenweer. Het is zo vliegenafvangen, dacht ik, zo muggenziften en mierenneuken, zo cijfersmijten en Balkenenden. Zo zetelschuiven en prognosen, zo analyseren en veronderstellen. Zo van oude platen en debatten die voorbijgaan.
De veldleeuwerik lulde en lulde. De kluut kluutte, de hoen hoende wat van dit en dat en de rotgans was met zijn verkeerde been uit nest gestapt, hij was schijtchagrijnig. De lepelaar lepelde wat oude verhalen op van vroeger was alles beter. De scholekster zei "kepiet" en de gierzwaluw gierde om een mop die wij niet snapten. Wij begrijpen niets van vogelhumor.
Ik wandelde met lieve mensen die van vogels houden en vogels beschermen en was blij dat er een dag niet geCohend werd, dat het Rutten achterwege bleef, dat er geen geRoemer was. Ik had mij intussen samen met de CDA-top neergelegd bij het idee dat Balk de verkiezingen niet gaat winnen. Zou er, vroeg ik mij af, eigenlijk iemand in heel Nederland bestaan, buiten Balk zelf, die nog de ijdele hoop had dat hij de verkiezingen wel zou gaan winnen?
Het deed er niet toe, ik liep in het lauwewindweer en ik dacht: nog zes dagen, dan is het voorbij.
Vincent@ad.nl