Vincent Bijlo
HET TELLEN VAN DE SEMMEN IN LELYSTAD
Heel zacht, boven het suizen van de altijd koude wind die door de polder woei, was het ritselen hoorbaar.
"344, 345, 346… Men telde geconcentreerd de stemmen. 347, 348… God wat is het hier warm, kan iemand even een raam openzetten?"
Een teller stond moeizaam op, wankelde naar het raam en schoof het open. De ijzige wind joeg door het vertrek.
"Dicht, dicht, idioot, sukkel, Almeerder, lid van de Wilderse elite, nou kunnen we weer helemaal overnieuw beginnen!"
De stembiljetten wervelden door het stembureau.
"Ik verwacht niet," zei de voorzitter, "dat we het voor 9 juni af krijgen, als dit zo doorgaat."
"1, 2, 3, 4, is er nog thee?"
De theepot werd hem aangereikt. Hij schonk zijn mok vol. De deksel viel van de pot.
"Kijk nou wat je doet, Boshater, Rutte-adept dat je er bent!" De thee golfde over de zojuist getelde stemmen. "Die zijn nu allemaal ongeldig, het zijn theebiljetten," merkte een teller lollig op.
"Nee," zei de voorzitter, "zeker niet, nu stoppen met tellen, laten drogen en dan weer overnieuw beginnen."
"Laten we dan eerst even de benen strekken," zei de teller van de theebiljetten, terwijl hij ze voorzichtig oppakte en op de kachel legde. "Het is die kachel die het hier zo heet maakt, dat ding is gloeiend," zei hij.
"Niet aanzitten," zei de voorzitter, "anders gaat hij uit en dan krijgen we hem nooit van zijn leven meer aan."
Men liep naar buiten, ademde diep de frisse lucht in en belde naar huis dat het nog wel even ging duren. Ondertussen droogden de theebiljetten sneller dan gedacht en weldra begon de geur van schroeiend papier zich door het vertrek te verspreiden. Zullen we volgende keer maar weer gewoon met de computer stemmen?