Vincent Bijlo
ZIJN EN HAAR HAAR WORDEN STEEDS LANGER
En nu ziet men dan, in deze crisistijd, steeds meer mensen met steeds langer wordend haar. Ze lopen somber over straat, iPhone aan het oor, Ipad in de hand, terwijl gordijnen van haar steeds maar weer voor hun ogen vallen. Vermoeider en vermoeider strompelen ze voort op hun knellende merkschoenen. Ze werpen af en toe het hoofd in de nek om nog enig zicht op de omgeving te houden. Ze zien zichzelf in de etalageruiten. De gezonde wintersportkleur is alweer bijna weg. Oh, een knipbeurt, wat zouden ze graag een knipbeurt hebben, maar de kapper is zo godallemachtig duur.
Bibberend zitten ze even later aan een dubbele espresso. Hun haar hangt inmiddels bijna tot op de grond. Er moet een kapper gegoogled worden, en wel nu, meteen, maar helaas, de iPhone en de iPad hebben hier geen bereik. Naar buiten lopen is geen optie, het is zo verschrikkelijk koud. Ze dragen weliswaar een suède jas, maar er zijn grenzen. Opeens schrikken ze. Ze zijn vanochtend vergeten hun pil te nemen, de wonderpil die moet zorgen voor wat meer vrolijkheid in hun arme levens. Ze staan vlug op, hun dubbele espresso halfvol, als een enkele espresso, achterlatend.
Het parkeren is duur. Twaalf Euro, voor anderhalf uur, wat een zakkenvullers, daar bij de gemeente. Ze rijden nog snel even door de wasstraat, vanwege de pekel, dat tast de lak zo aan, zonde, de auto is net nieuw.
Vlak voordat ze thuiskomen gebeurt het. Hun haar valt weer voor hun ogen, waardoor ze even geen zicht op de weg hebben. Boem! Alle airbags klappen uit. God wat heeft zo’n auto er veel. Het is hun schuld niet, het komt door de kapper, die is zo godallemachtig duur.