Vincent Bijlo

 

DE STEM VAN HANS DIJKSTAL

 

 

Hij had een stem van het goede, oude, klassieke VVDsoort. Joviaal, een beetje brallerig, niet te veel, nee, beschaafd brallerig, genietend brallerig, Bourgondisch brallerig.

Hij had een liberale stem, geen conservatieve stem. Een goedgehumeurde stem, hij klonk alsof hij altijd sprak met iets in zijn mond, alsof hij er net iets ontzettend lekkers in had gestopt.

In 2002 was ik was speciaal verslaggever van Trouw. Ik mocht in die hoedanigheid de verkiezingscampagnes verslaan. Er broeide iets in Nederland, Fortuyn was aan zijn opmars begonnen, maar Dijkstal bleef ogen- en orenschijnlijk kalm. Hij deed een dagje Rotterdam en ik mocht mee.

Ik legde hem, gezeten op een terras, uit hoe het brailleschrift werkt. Hij was zeer geďnteresseerd. "Dat zou wat zijn," zei hij. "Als ik nou toch eens braille kon zeg. Ik zou nooit meer iets uit mijn hoofd hoeven leren, ik zou gewoon tijdens mijn speech de zaal in kunnen blijven kijken…"

Na een half uur oefenen kon hij zijn eigen naam al lezen. Hans Dijkstal.

Daarna wandelden we arm in arm door Rotterdam. Iemand maakte ons uit voor vuile homo’s, waarop Dijkstal zei: "Hij is gewoon blind hoor, en van zijn seksuele geaardheid ben ik niet op de hoogte, maar stel dat hij er een is, dan nog zeggen wij van de VVD: Moet kunnen!"

De schelder verontschuldigde zich. Maar Dijkstal nam er geen genogen mee. Hij wilde de excuses pas aanvaarden als de man beloofd had VVD te stemmen.

"Doe ik niet," zei hij, "ik stem Pim."

Over homo’s gesproken. Vijf dagen later werd Pim doodgeschoten. Vanaf dat moment behoorde het politieke landschap met klassieke stemmen als die van Dijkstal tot het verleden. Ik heb nooit op hem gestemd, dat wist hij, maar dat mocht, want hij was een echte liberaal.

Vincent@ad.nl