Vincent Bijlo

 

RUBEN EN DE TELEGRAAF

 

O, Ruben, weerloze, arme, gebroken Ruben. Wat doen ze je aan, de hufters zonder moraal, de genadeloze klootzakken. Kijk, je staat op de site van de Telegraaf, tussen de damesmode en de citroensapkuur, "12 kilo eraf in 3 weken."

Ze hebben je in het ziekenhuis toevallig aan de telefoon gekregen, een arts gaf zijn toestel aan jou door, misschien had hij geen zin meer om met de Telegraaf te spreken.

Kijk, daar sta je, bij "altijd de scherpste prijzen." "Misschien ben jij wel de winnaar van die bioscoopbon."

"Als u het hele interview wilt lezen, koop dan de Telegraaf van vrijdag."

Hoe durven ze Ruben. Later, als je groot bent, gaan we verhaal halen. Dan zullen we Sjuul Paradijs en zijn sensatiegeile redactie over hun smakeloze bureaus heentrekken en ze eens flink de ranzige oren wassen.

Dan zullen we ze vragen of er nou echt helemaal niemand was in dat stinkende verdorven redactiehok die zich hardop afvroeg: "zullen we dat wel plaatsen. Gaat dat niet te ver?"

En dan zullen ze vast zeggen: "Ja, natuurlijk hebben we ons dat afgevraagd, maar de lezers wilden toch graag weten hoe het met jou was Ruben."

Dan zal ik zeggen: "Sodemieter toch heel gauw een end op, de oplage, dat was het, de oplage. Schaamteloos scoren over de weerloze rug van een wees die nog niet weet dat hij wees is. Och, hebben jullie gedacht, wat zullen onze lezers daarvan smullen, want zij weten het allemaal wel.

Bestaat er dan niet meer zoiets als empathie? Nee, het woord kennen jullie niet, ik zal het even uitleggen, dat betekent dat je je in iemand verplaatst."

"Jazeker," zegt Sjuul dan, "wij kunnen ons heel goed in de lezer verplaatsen."

"In Ruben sukkel," zal ik roepen, "en in de nabestaanden van zijn omgekomen familie."

Ik hoop dat ze zich dan, onder de ogen van de inmiddels geheel genezen Ruben, diep en diep zullen schamen, maar ik vrees van niet.