Vincent Bijlo

EEN NACHT ZONDER VLUCHTEN

 

 

Het was stil, heel stil, bladstil. Zo stil dat ik de astronauten in het ruimtestation ISS kon horen, ze waren een potje aan het toepen.

Zo stil dat ik sterren op lichtjaren afstand kon horen stralen.

Zo stil dat ik de IJslandse aswolk horde ritselen in de lucht.

Zo stil dat ik de 2000 mensen die op Schiphol op veldbedden lagen hoorde slapen.

Het luchtruim was gesloten, maar het was opener dan ooit. Ik stond in de tuin op het gras en wist heel Europa zonder vliegtuigen, dankzij dat gekke IJsland

Eerst weigeren de spaarders te compenseren omat het Landesbanki was omgedonderd en nu ook nog eens een keer heel Europa ontregelen.

Deze as, dit is dus bankroet, dacht ik.

Ik dacht aan de IJslandse zangeres Björk. Aan het lied dat ze uitvoerde tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Athene. Het was onbeschrijfelijk mooi.

Het was het universum zelf dat ik hoorde, oneindig en onbegrijpelijk groot.

Het was de mens die ik hoorde, de mens die omhoogkeek in verwondering en verbijstering. Ik hoorde het onbevattelijke, ik hoorde dat wat sommigen God noemen. Ik horde dat wij as zijn, en tot as zullen wederkeren. Ik hoorde de eeuwigheid. Ik stond daar op mijn plaats in het gras, ik maakte deel uit van dat enorme universum. Ik kreeg tranen in mijn ogen.

God, wat een vulkaanuitbarsting vermag zeg.

Laten we af en toe al onze vliegtuigen eens een paar dagen aan de grond houden, dan horen we weer eens hoe alles ooit klonk en was, toen de tijd de tijd nog was, toen de ruimte nog onontdekt was, toen wij nog alleen van de wereld waren en nog niet naar de maan.

Ik leek wel stoned, daar, op het gras, maar dat was ik niet. Ik ademde diep de open lucht van een gesloten luchtruim in.