Vincent Bijlo

SE FRAGEN MIJ NOOIT VOOR HET GROOT DIKTEE

Elk jaar weer worden er ferbluffent feel vauten gemaakt in het Groot Diktee Der Nederlandsche Taal.

Er was eens een keer een bee-enner, die had 10044 vauten, niet in het hele diktee, nee, in één zin. Dat was die Bonnie Sinblair, die sangeres die soveel soop, nog meer dan Haazus. Of was het Kellie, die frau die froeger een man was, en dat beter maar had kennen blijfen, die ook een keer met de iekuutest hat meegedaan, dat ze minveertig had, met een gevoelsiekuu van mintachtig!

Die kennen allemaal egt niet sgrijven, die beee-enners. Die Boorus Dietrieg en die Zara Kroost, man man man, daar lusten de monden geen broot van.

En weet je waarom die Prilip Phlerix presenteert? Omdat als die mee sou doen hij er helemaal geen ene jota van zou bakken, hij zou nog geen sielabbe goed sgrijven. Nou ken hij zich versguilen agter dat presenteren. Ag weet je, ze durfen mij gewoon nooit te fragen, nee, want dan kennen ze wel oppouden. Want ik doe elk jaar weer mee, vanagter de teevee natuurlijk, want ze fragen me niet, belagguluk natuurluk maar ik weet waarom, en dat sou so sielig sijn voor de Sjaabotjes en de Siemerinkjes en de Siebelinkjes en de Frits Barontjes.

En daarom fragen se my dus niet, ik ben gewoon te goet, maar daar daar ken ik nix aan doen, en sy ook niet, dus we laten het maar so.

Ik vont het niet egt moeiluk gisteren, weet je, de tusse-n moet je eigeluk gewoon altijd ertussesetten, tensij het niet hoeft, maar dat merk je vanself. Ik dagt nog, na sin ses, dit wort nix, maar wat denk je, weer nul vaute. Hoe is het tog elk jaar weer mogeluk, ik ferbaas meself keer op keer. Weet je, taal, het is gewoon een questie van doen, je intuwiesie folgen, dan komt het altijt goet.