Vincent Bijlo
DE KABINETSREACTIE OP HET RAPPORT VAN DE COMMISSIE-DAVIDS
Achteraf kun je zeggen: "Als wij nu de kennis van toen hadden gehad, dan hadden we het misschien anders gedaan. Maar we hadden toen de kennis van nu nog niet. We hadden de kennis van toen. En als ik dus nu, met de kennis van nu de kennis van toen beoordeel, dan zeg ik: Met de kennis van toen geloof ik dat we zuiver hebben gehandeld. Het enige dat ik wel wil zeggen is dat het misschien, nogmaals, met de kennis van nu in het achterhoofd, nee, in het voorhoofd zelfs, dat het misschien iets adequater had gekund. Maar toch ben ik ervan overtuigd dat we politiek gezien in en in teger hebben gehandeld. De beslissingen die we namen waren met ede kennis van toen, en dat was een goede kennis, een kennis waar we op dat moment op konden bouwen, je moet toch ergens op kunnen bouwen, ja, toen konden we nog niet op de kennis van nu bouwen, want die hadden we nog niet, dus we bouwden op de kennis van toen. De beslissingen die we namen waren ingegeven door de kennis van toen. Die kennis, en dat weten we nu, maar toen niet, die kennis lulde maar wat, hij had nog een kennis die hem nalulde, er waren eigenlijk twee kennissen van toen, maar, voorzitter, hoe konden wij weten dat deze kennis van toen maar wat lulde. Je gaat er immers niet van uit dat kennissen maar wat lullen, daar zijn het kennissen voor, die vertrouw je.
Het is dan ook al te makkelijk om nu, zoals de oppositie steeds maar weer doet, ons te betichten van onvolledigheid, onduidelijkheid en opzettelijke verdraaiing van de feiten. Als dat al aan de orde is, moet u toch echt bij onze kennis van vroeger zijn, en niet bij ons.
Ja, voorzitter, en daar wilde ik het bij laten, van je kennissen moet je het maar hebben.