Vincent Bijlo
EEN TRIEST VERHAAL VAN EEN KORTZICHTIG ONDERNEMER
De strooizoutspeculant dacht zijn slag te kunnen slaan. Hij had 50 ton zout gekocht, via een bevriende Antilliaanse zouthandelaar. Op de Antillen is het nooit glad, maar toch hebben ze strooizout, omdat het Nederlandse gemeentes zijn.
Hij wilde dat zout pas op de markt gooien als er echt, maar dan ook echt geen zout meer voorhanden was. Hij zou in één klap rijk zijn, heel rijk, de schaarste zou de zoutprijs ver richting goudprijs opdrijven. Maar helaas, de dooi gooide roet in het eten. De sneeuw ruimde zichzelf op, de wereld werd weer hard en kaal. Opeens hoorde hij de snelweg weer in de tuin. De sneeuwpop die er sinds 20 december stond is bezweken, door de temperatuur geeuthenaseerd.
En daar zat hij dan, met zijn 50 ton, opgeslagen in een grote loods met een hoge huur.
"Begin een pekelvleesfabriek," zeiden zijn lollige vrienden ’s avonds in het café. "Of ga in de haring!" Hij vond hun grappen flauw. Moedeloos liep hij naar huis. Zijn voetstappen galmden door de holle, sneeuwloze straten. Hij liep langs een verdrietig sleetje, het stond eenzaam in een plasje smeltwater. Hij liep langs een verloren handschoen, die een middelvinger tegen hem leek op te steken. 50 Ton zout, en de vorst zou niet meer terugkeren, dat zei Piet Paulusma eerder op de avond, en als Piet dat zei, dan was dat zo. Hij zweerde bij die weerman, maar wat zou hij er veel voor over hebben als hij één keer ongelijk had.
Zijn droom was in dooi opgegaan. Hij sloeg zich voor zijn kop, het geluid kletste tussen de gevels van de zwijgende huizen. Kortzichtige hufter dat hij was, hij had toch moeten weten dat niets zo onbestendig is als de Nederlandse winter.