Vincent Bijlo

EEN MIDDAG IN EEN NIEUW, INGEPAKT DORP

 

 

Dit heten extreme weersomstandigheden, toch is er weinig zo vredig als lopen door het dorp met zijn nieuwe duinen van sneeuw.

Niets is zo sereen als lopen over het nieuwe tapijt waarin je voetafdruk blijft staan. Vandaag wordt er nergens ingebroken, sporenonderzoek is voor de politie een koud kunstje. De dieven zitten werkloos thuis te chagrijnen. Ze horen buiten uitgelaten kinderen en honden. Ze zijn jaloers op de vrolijkheid van de joelende moeders die vaders proberen in te peperen. Vaders kunnen niet meer spelen, daar zijn ze nu al te oud voor. Ze zuchten opgelucht omdat ze niet naar schoonmoeder hoeven. "Veel te gevaarlijk," zeggen ze tegen buurmannen die dat maar al te graag beamen. "Je schoonmoeder moet niet je dood worden." Ze lachen en dan doet de sneeuw het wonder, ze maakt ook, zelfs van de stijfste zakenvaders en de sufste kantoorvaders, weer kinderen. Ze bouwen van sneeuw iets dat heel in de verte aan hun schoonmoeders doet denken.

Achter een rollator zonder winterbanden staat een oude man. Hij ziet dat het goed is. Hij denkt aan winters van vroeger, niets is zo nostalgisch als sneeuw. Hij denkt aan de Schepper, die voor ons dit pak sneeuw heeft geschapen en geschept, om ons nog één keer te troosten voordat de zondvloed ons verzwelgen zal.

Vandaag bestaat God. Hij zit in de zachte balletjes van sneeuw die mij worden toegeworpen. Hij zit in de tintelende lucht, die vandaag zo zuiver lijkt. Hij zit in de zon die even doorbreekt. In de auto's, die vandaag bergen zijn. Hij zit in de afspraken die niet door kunnen gaan.

Er is vandaag geen Tafeltje Dek Je, de oude man eet bij de buren. Het is vandaag al Kerst.