23 februari 2021. Koning Willem IV is woedend. Net aangekomen in Lech krijgt hij het bericht dat Balkenende het in Nederland weer eens voor elkaar heeft, het kabinet is gevallen. Zijn moeder, die net de Apfelstrudel uit de oven haalt, kan een glimlach niet onderdrukken. Ze herinnert zich al die keren dat Balk op de stoep van het paleis stond.
Hij stond er dan altijd zo, ja, zo bedremmeld bij. Aandoenlijk was het, hem zo te zien. Hij zag er uit als een jongetje dat kwam vertellen dat hij per ongeluk in de border in de tuin op een bloem was gaan staan. Ze had altijd de neiging gevoeld om hem op zulke momenten in haar armen te sluiten, tegen haar borst te drukken, hem over het bloempotkapsel te aaien en hem in bad en daarna lekker warm in bed te stoppen.
Willem IV is niet zo teerhartig als zijn moeder. Hij trekt kwaad zijn ski-jack uit en rent naar boven om een koffertje te pakken.
"Hoe lang gaat dit gezeik nog door?" Hoort zijn moeder hem van boven roepen. "Met Rocky was het ook een keer afgelopen. Balkenende XIV, houdt het dan nooit op? En waar gaat het helemaal over, deze crisis, over de terugtrekking van onze troepen uit België. We hadden daar al lang weg moeten zijn. Verlos ons van die ma!"
Maar eer de koning in Nederland is teruggekeerd is Balk door de leiding van het CDA alweer benoemd tot lijsttrekker voor de volgende verkiezingen.
Er zullen nog negentien kabinetten Balkenende volgen, waarvan er niet één de rit uitzit. Als uiteindelijk in 2049 Balkenende XXXIII na vijf uur al valt, begint langzaam bij de leiding van het CDA door te dringen dat het misschien, heel misschien wel eens tijd wordt voor een nieuwe leider.