Vincent Bijlo
IN DE HAAN BEDACHTEEN WE DE OPLOSSING VOOR BELGIE
"Wie weet er nog wat België is," zei de Vlaming terwijl hij een Duveltje openmaakte. "Sssstttt," zei het flesje.
Er viel een lange stilte. We zaten bij de open haard in het Zonnehuis, een Bed And Breakfast in het Vlaamse kustplaatsje De Haan.
"België," zei ik, met het zangerige Vlaamse accent dat ik meteen overneem zodra ik in Vlaanderen ben, "België is een slecht huwelijk dat kijft in twee, wat zeg ik, drie talen tegelijk. Men veinst dat men elkaar niet verstaat maar men begrijpt elkaar donders goed."
De Vlaming knikte hartstochtelijk. De bank waarop wij zaten schudde ervan. "Maar," zei hij, "één ding meneer," hij tikte met zijn vinger waarschuwend op mijn borst, "één ding, wij willen niet bij u horen. Uw Wilders is voor ons een buitenlander, zo eentje die het voor de hele groep verziekt, en onze Marokkanen zijn onze Marokkanen. En ik waarschuw u maar vast, die zijn veel en veel erger dan de uwe, de onze beschikken over geweren, Kalasjnikovs, terwijl die van u alleen maar eieren hebben om te gooien naar een overjarige oliedomme halve gare kwakende eend die zich partijleider noemt. Dat is nog wel het ergste dat men een ei kan aandoen, het naar de bolle kop van die Verdonk gooien. U hebt toch een partij voor dieren? Die moet daar onverwijld actie op ondernemen. Ik hoorde trouwens op uw tv dat die partij haar congres achter gesloten deuren hield, dat vond u zo raar in Holland, ik niet, men was bang dat de leden zouden ontsnappen, net als in den zoo waar ze alle kooien potdicht houden."
We brachten een toost uit op Vlaanderen, het Tsjechië van Noordwest-Europa. De Walen, besloten we, die mogen Slowakijetje gaan spelen, en Brussel, ooit een bruisende stad, Brussel, dat wordt de nieuwe Europese hoofdstad, met Engels als voertaal.
Zo losten wij in het mooie De Haan het Belgische probleem op.