Cabaretier

Bekijk en lees hier meer over dE SHOWS VAN VINCENT BIJLO.

Tekst: DE BEURS VAN BIJLO


(Ik zit op een evenwichtsbalk.)

Ik zit hier nou een maand, in dit revalidatieoord, en het gaat al een stuk beter met me, vind ik zelf. Het personeel vindt dat niet, tenminste, dat denk ik. Een keer per week komt er een man een nieuwe stapel gebrailleerde financiële dagbladen brengen, dat zegt hij ook altijd:

"Meneer Bijlo, hier zijn uw nieuwe, gebrailleerde financiële dagbladen. Gewoon blijven scheuren, alles komt weer goed."

En dan klopt hij op mijn voet, altijd op mijn linker, en dan hoor ik een paar seconden niks, en dan slaat er een deur dicht. Dan zal hij wel weg zijn, denk ik.

Ik heb hier alles wat ik nodig heb, een persoonsgebonden budget, dat is bedacht door Kok, die van de Socialistische keuken een fastfoodketen heeft gemaakt. Elke patiënt, die hier overigens zorgkoper heet, moet zelf zijn zorg inkopen, dat doe ik bij New York Pizza. Gisteren had ik een pizza die heette "ocean dip". Dat zegt genoeg.

Toen ik een maand geleden binnenkwam kon ik helemaal niets meer. Ik kon niet eens meer praten. Twee dingen kon ik nog zeggen: "Lachen! humorrrrrrrrrrrr!"

Ik ben een maand geleden hier gebracht omdat ik thuis niet meer te handhaven was. Ik liep de hele dag met een draadloze microfoon door het huis grappen te maken, en het waren echt goeje grappen. Was niks mis mee. En mijn vrouw die kan veel hebben, en de buren ook, en de mensen aan de overkant van de straat ook, en de rest van het dorp ook, die kennen me wel ondertussen, maar de burgemeester vond het minder. Want ik had geen vergunning, tenminste, voor die geluidswagen niet. En toen, op een morgen, het moet ongeveer een maand geleden geweest zijn, want ik schijn hier al een maand te zitten, op die morgen dus, was ik om zes uur nog steeds door het dorp aan het rijden, ik kon zelf rijden, er liep een soort grijze streep over de weg, daar hoefde ik alleen maar achteraan te rijden. Op die morgen dus, om zes uur, grappen waren niet echt goed meer, ja, dat wist ik wel, ik ben niet gek, bleek ik al de hele nacht stil te staan, pal voor het huis van de burgemeester. "Lachen, humor." (de balk breekt.)

DE TOP VAN DE WERELD (piano)

 

 

Ik zit op de top van de wereld

En ik zie de kuddes miertjes gaan

Elke ochtend heen

Elke avond terug

Elke ochtend elke avond staan

Ze in de rij voor een brug

Te weinig licht

Te weinig lucht

te weinig ruimte

Ze zijn zo keihard aan het werk

En de beurs, dat is hun kerk

Geldverdomme geldverdomme

Het kan mij nu niets meer bommen

Ik zit boven die idioten

Ze gaan maar lekker naar de kloten

Laat ze maar bombarderen

En Taliban mores leren

Laat ze maar lekker debatteren

En Islamieten op straat molesteren

Ik zit hierboven en ik zit hier goed

Er is niets van beneden dat mij nog iets doet

Te weinig licht

Te weinig lucht

Te weinig ruimte

met hun ruimteschild

hun luchtafweer

en hun laserlicht

te weinig lucht

te weinig ruimte

te weinig licht

(Ik begin financiële dagbladen te verscheuren, en maak actuele economische grappen.)

Dit is het Corneillehuis, het Brand Corneillehuis, niet dat er brand is, maar het wordt gesponsord door voornoemd biermerk, dat als leus heeft: "het leven is verrukkelijk." Maar bier wordt hier alleen op recept verstrekt. Het zit hier vol met overspannen kunstenaars. Gevallen stand up commedians, geflipte cabaretiers, gekgeworden schilders… Ze mengen hier hun verf op de vloer van de gangen. Het is een vangnethuis met WAO-functie. Op de begane grond is een theaterzaal waar je op therapeutische basis theater kan maken. Maar dat doe ik niet! Ze hebben hier geen goede draadloze microfoons. Ja nou ja, ik stel ook mijn eisen, maar de dramaturg hier, de therapeutische virtuele terugkoppelennaarjezelftoedramaturg, die vindt dat arrogant, die zegt namelijk dat dat er niet toe doet. Dan kent hij mijn draadloze microfoon nog niet.

Hij heeft me geobserveerd, die dramaturg. Ze zeggen dat hier camera’s hangen, dat is goedkoper dan echte mensen. Hij ziet heel veel woede in mij. En een gevoel van onmacht. Hij vindt dat ik die woede en onmacht moet transformeren tot een conference, maar dat ik zelf maar moet aangeven wanneer ik daar aan toe ben. Nou, dat kan hij wel zeggen, maar zonder draadloze microfoon wordt hier helemaal niets aangegeven.

Ik heb overal gezocht naar die camera’s, ben ik een week mee bezig geweest, en ik had er één gevonden, vlak naast de deur, op ooghoogte.

Ik heb om even te testen een uur of drie met een broodmes op mijn keel gestaan, er gebeurde niks. Ik heb zagende bewegingen gemaakt, ik heb "dood" geroepen, maar ze nemen me hier gewoon niet serieus. Ik dacht nou, nou zal ik ze hebben, nou maak ik een echt sneetje, komt Jan De Bouvrie binnen, die zit hier naast en die zegt:

"Wat sta jij nou voor dat stopcontact te doen?"

Ik Zeg: "Waarom zit jij hier?"

Hij zegt: "Nou, ik had een bank gemaakt die ik echt leuk vond."

Aardige man, ik heb een avond rosé met hem zitten drinken. Hij had drijfkaarsen op tafel gezet. Alleen zaten die in dezelfde glazen als de rosé. Een burn out.

De Bouvrie loopt hier de hele dag door de gangen, en dan mompelt hij "licht, lucht, ruimte".

Ik snap wel wat hij bedoelt, dat waren de drie woorden van de architect van dit huis, H. P. Berlage. H. P. Berlage was een groot man. Een befaamd architect.

Berlage was mijn overgrootvader… jullie geloven me niet, als cabaretier word je nooit geloofd, en al helemaal niet als je in het Corneillehuis zit, ik geloof al die mensen hier overigens ook niet. Vanmorgen liep er iemand op de gang te roepen: "Ik ben Youp van ’t Hek, godverrrdomme!" Dat is gewoon niet waar, er is maar één Youp van ’t Hek en dat ben ik.

Maar de waarheid is dat Berlage mijn overgrootvader was. Hij was de vader van mijn oma van moeders kant. Ik kan het bewijzen. We hebben een uitstrijkje gemaakt van de muur van de Beurs dat hebben we vergeleken met mijn DNA, er is geen twijfel mogelijk.

Die Beurs dat is een prachtig gebouw, beetje veel asbest, enorme galm, jammer van dat huwelijk, een synthese tussen renaissance en moderne bouwstijl, een monument, een tempel van cultuur. De eerste keer dat ik daar was was met oma. Oma zei: "Vincent," ze had nog zo’n oud socialistisch accent, "Vincent, ik ga jou mijn vaders beurs laten zien."

We liepen door die grote galmbak en oma liep bewonderend te mompelen. "Ja die lichtval, die details…" Ik struikelde over een opstapje "ja" zei oma, "dat noemden we altijd het brekebeentreetje. Wat vind je ervan?"

ik zei dat ik het schitterend vond het was haar vader haar beurs, ik was een correcterig mannetje, dat hoort bij dat artistieke fijnzinnige milieu, dat komt allemaal van de Berlagekant. De Bijlo’s zijn heel anders, dat is een oud geslacht van bollenboeren. Opa Bijlo was beroemd in de familie, elk jaar bij de reünie bakte hij een tulpenbollensoufflé naar een recept uit de Allerhande van februari 1945.

Ik zei dat ik het prachtig vond, die beurs, tegen oma, bovendien als ik zou zeggen dat ik er geen reet aan vond, dan zou ze me misschien laten staan in dat architectonische monument Oma stond stil, en ze zei: "Ik vind het niet leuk dat je tegen me liegt."

Ik zei: "ja maar oma, dat ik hier met jou loop door een gebouw dat jouw vader heeft gemaakt…" oma zei: "Jaja. Maar voel eens hier, we hebben een maquette voor je laten maken."

Dit was de Beurs. Opeens was het alsof ik opgetild werd en als een God boven Amsterdam zweefde. Ik kon met twee armen makkelijk dat imposante gebouw omvatten.

Ik had de Beurs gezien. Ik had een beeld, dankzij de maquette, daarom ga ik graag naar Madurodam want pas als de wereld klein wordt kan ik er iets van begrijpen.

"Het is niet veel," zei oma in de tram "maar ik hoop dat je een indruk hebt, meer kunnen we niet doen. We kunnen niet meer doen dan elkaars hand pakken en elkaar laten voelen wat we zien. Als mensen dat maar eens wat vaker deden."

Ze pakte mijn hand, ze trok me ruw overeind, we waren bij het centraal station. (sjekkie draaien). Lieve oma, een jaar later moest ze naar een bejaardenhuis, een huis voor dochters van grote kunstenaars, het Rosa Spierhuis, ik ging er een keer heen met een taxi, zegt de chauffeur: "Rosa’s Bierhuis?" Was dat maar zo, ook daar was het bier alleen maar op recept verkrijgbaar. Oma werd incontinent, want dat komt in de beste families voor. als ik haar ging bezoeken was het eerste dat ik deed een sjekkie opsteken, een sjekkie van Drion. Ze was klaar met leven zoals Borst dat noemt, ze werd ook heel kwaad als mensen in het bejaardenhuis doodgingen. "Hij wel, en ik niet," zei ze dan. "Ik ga ook niet naar zijn crematie, hij had naar de mijne moeten gaan, die lul."

Uiteindelijk ging ze toch dood, en op haar crematie draaiden ze dit. (adagio Albinoni).

Als oma het over Berlage had dan hoorde deze muziek daarbij. Albinoni. Berlage had mijn oma verteld dat hij dit voor het eerst gehoord op een concert in het Concertgebouw in Amsterdam, waar hij samen met zijn vrouw was, die toen zwanger was van mijn oma. Dit was volgens oma de essentie van muziek, omdat ze dit gehoord had in de buik van haar moeder. Dit zou verplicht moeten worden. Naast zwangerschapsgymnastiek, niks meezwangerende vaders, geen puff daddy, Albinoni. (verkeersinformatie)

Godveredomme! Zet uit, af, af, weg! Kloten-classicFM.

Toen ik hier net twee dagen zat belde mijn vrouw, ze heeft een hele mooie, lieve, zachte stem, ze zegt: "hoi liefie, hoe is het?"

ik zeg: "Weet jij wel dat mensen alle mooie dingen kapot willen maken, omdat ze in hun broek schijten van angst. Mensen schamen zich als ze moeten huilen om mooie muziek. Dat schijnt niet meer te mogen. Mensen maken dingen stuk omdat ze niet kunnen bevatten dat ze mooi zijn. De mens moet eens leren met zijn poten van mooie dingen af te blijven."

Ze zegt: "Ja, dat weet ik, maar ik wilde even vragen…"

"Weet jij wel dat wij denken dat we heel wat zijn. Wij zijn nu zelfs zo arrogant geworden dat we onszelf willen klonen, maar als alle 5 miljard mensen nu tegelijk heel hard op de grond zouden stampen, dan nog zou de aarde geen mm afwijken van zijn baan om de zon.

Maar toch maken wij wel even uit wie en wat hier op de aarde leven mag.

Dieren zijn voor op je bord, in de dierentuin en waku waku. Bossen, staan alleen maar in de weg, zonde van de ruimte, die hebben we hier hard nodig vinexlocaties moeten er komen, en tegen de zondagmiddagverveling planten we een drive inbosje met een educatief bezoekerscentrum waar kinderen kunnen leren dat bomen uit de grond komen en dat regenwormen uit de grond komen als het heeft geregend. En naast dat bezoekerscentrum bouwen we een kartbaan, als we genoeg hebben van die saaie kutnatuur…"

Ze zegt: "Maar ik, liefie…"

En nu moeten we nog blij zijn dat Bush Irak wil aanvallen, omdat hij nog beter dan zijn vader wil zijn, die man valt alleen landen aan waar zo weinig mogelijk Amerikaanse doden zullen vallen.

Ze zegt: "Luister nou eens naar me!"

Ik zeg: "Luister maar eens naar mij. Weet jij wel dat het nooit genoeg is, de beurs is er het bewijs van, aandelen kelderen al als de winst net iets lager is dan vorig jaar. De gekte regeert, de mens is het geloof in zichzelf verloren, gelooft in de vooruitgang. We zijn er nu zelfs in geslaagd het klimaat te veranderen. Nog effe en we kunnen depressies omleiden zodat op koninginnedag de zon altijd schijnt, met maxima van 25 graden. Kan veel simpeler, schaf koninginnedag af. We geloven allang niet meer in Jezus of in Boeddha of in Allah. We geloven in de Euro, onze keiharde oude guldens worden omgesmolten tot wapens waar we weer in kunnen beleggen. Rampen worden niet meer uitgedrukt in menselijk leed, maar in bedragen, letselschadeadvocaten zijn de enige hyena’s die nog niet zijn uitgeroeid. Weet jij dat wel. Iedereen heeft aandelen in de vernietiging van de aarde. Wij ook! Weet jij dat wel…"

Nou, dat wist ze denk ik wel, want ze had al opgehangen. En we mogen maar één keer per week bellen, daar kijken we altijd ontzettend naar uit.

IK HOU VAN JOU (piano)

Ik hou van jou

omdat jij lacht om leuke grappen

En die zijn allemaal van mij

Omdat jij vindt

dat rood mij heel goed staat

Omdat je hoopt

dat het beter met me gaat

omdat jouw stem

op die van niemand anders lijkt

omdat je films voor me kijkt

omdat make up

jou niet mooier maakt

omdat je door muziek

heel diep wordt geraakt

omdat je zo treurig bent

omdat je humeurig bent

omdat je de kleuren kent

en mijn humeuren kent

ik hou van jou omdat je weigert

rampen te verslaan

ik hou van jou omdat je bang bent

eerder dood te gaan.

Een week later belde mijn vrouw weer, haar stem was nog zachter, nog warmer, nog ronder en nog mooier geworden.

Ze zegt: "liefie, hoe is het?"

Ik zeg: "Geweldig. Weet jij waarom Stevie Wonder geen noten kan lezen?"

Ze zegt: "Ja, dat weet ik al, hij was ontzettend leuk ik heb erg gelachen maar…"

Ik Zeg: "Mijn broer bewaarde zijn glazen ogen altijd in het ogenblikje…"

"Ja, dat weet ik maar ik hou…"

"Ray Charles komt bij de dokter, die dokter zegt: "meneer Charles, ik heb slecht nieuws voor u, uw vrouw ligt op sterven."

"O," zegt Charles, "ik schrok al, ik dacht dat u zou gaan zeggen dat ik haar binnenkort kon zien."

"Maar liefie, zie je dan niet…"

"Weet jij hoe een blinde een mol vangt?"

Nou, dat wist ze denk ik wel, want ze had al opgehangen. Terwijl het toch zo’n leuk grapje is. Gewoon, met een mollenklem.

Het is hier eigenlijk de bedoeling dat je op je kamer blijft, om je rust te hervinden, maar daar werd ik nou niet bepaald rustig van. Jan de Bouvrie doet wel acht keer per dag zijn kamer in de metamorfose, en die van mij ook als ik even aan het pissen ben en als ik gepoept had had ik zelfs andere meubels. En aan mijn andere kant woont een oude tapdanser. Hij is gelukkig in een rolstoel beland, want dat getap dat kunnen we niet hebben, daar zouden we maar overspannen van worden.

Die man heeft een bel, wij hebben allemaal een bel, maar je kan drukken wat je wilt, er komt nooit iemand. Die bel hebben ze zeker uit de CAO gehaald.

Nee, dat bezuinigen, dat hebben ze echt niet kinderachtig aangepakt. We krijgen hier shocktherapie, maar de transformators zijn allemaal weggesnoeid. Wij gaan gewoon aan het stopcontact.

Op een morgen hoor ik die tapdanser bellen, bellen en ik hoor hem schreeuwen: "Powerball powerball!"

Ik denk, o God het zal toch niet gebeurd zijn? Ik ren naar buiten, ik flikker over een wijnkoeler op een pootje van Jan, maai een bamboekamerscherm omver, trap een gipsen ornamentje tot poeder, ik storm bij die ouwe tapdanser naar binnen, en ik zeg: "Veel water drinken."

Ik wist precies wat er aan de hand was, het was mij ook eens overkomen.

"Powerball helpdesk met Dennis waarmee kan ik u helpen?"

"Er is iets verschrikkelijks gebeurd met mijn powerball," roept de tapdanser.

Ja hoor, ik dacht het wel.

"Powerball helpdesk met Dennis waarmee kan ik u helpen?"

"Ja hallo met Vincent Bijlo."

"Zegt u het maar meneer Bijbal."

"Het is Bijlo."

"woo, dan ga ik Bijlo zeggen, uw keuze, daar heb ik vet respect voor."

"Er is iets verschrikkelijks gebeurd met mijn powerball."

"O tricky, zeg maar! Bright color of clean bubble?"

"O, dat weet ik niet."

"Dat moet ik weten meneer Bijlo, anders kan ik u niet helpen, bright color is voor ultraglans, en clean bubble is voor het beste megaresultaat zonder gebruik van glanszout, bij voorbeeld voor lasagnaschalen, espressokopjes, kristallen wijnglazen, tafelzilver en sauskommen. Wat heeft u vanavond gegeten?"

"Ik, kip, of…"

"Dat is hyperbelangrijke info, bent u aan het hyperen? U bent vet in paniek, kijkt u even op het logo. Wat ziet u op het logo op de verpakking?"

"Oooooooooo, kutlogo’s, een hamer en een sikkel."

"Een hamer en een snikkel, woo, vet goed. Dat moet een ander merk zijn.

Dan kan ik u helaas niet helpen en dan wens ik u namens de power ball bedankt voor het bellen."

"Nee wacht, ik heb, mijn tablet, omdat ik dacht dat het een klein nutsje was, heb ik het met power ball en al ingeslikt."

"Okee, grappog. Dat ga jij niet leuk vinden."

"Ik zie allemaal grijze dingetjes, en overal komt schuim uit."

"Woo, dat zullen vette bellen zijn, cool, dan ga jij wel superschoon worden van binnen, voor het beste ultraontslakresultaat, en de dood zal over acht uur intreden. Dan zeg ik namens de powerball helpdesk van harte gecondoliseerd, en belt u gerust nog eens."

De tapdanser was inmiddels in elkaar gezakt dus ik bel de helpdesk van het Brand Corneillehuis.

"Brand Corneillehuis helpdesk met Dennis."

Ik werd op een nacht van mijn bed gelicht, door die man, die mij altijd financiële dagbladen komt brengen. Hij had niks te scheuren bij zich, hij zei ook niet dat het allemaal wel weer goed zou komen, hij pakte me bij mijn arm en hij zei:

"De directeur heeft mij gevraagd u te halen."

Het klonk alsof hij wou zeggen: Dan weet je wel hoe laat het is. Ik had geen idee hoe laat het was. We kwamen Youp van ’t Hek nog tegen op de gang, ik zeg: "Youp, weet jij misschien hoe laat het is?" Hij zegt: "Niemand weet toch hoe laat het is."

We liepen een gang door, nog een gang door, een trap op, een trap af, weer een trap op, weer een trap af, ik zeg nog: "Hadden we niet beter op dezelfde verdieping kunnen blijven?"

Hij zegt: "Dat is uw eigen schuld, dat heeft Berlage zo gewild."

Hij maakte met een sleutel een zware deur open, die knarste. Vanachter ede deur klonk een stem:

"Zo, daar staat u dan."

De deur viel dicht met een klap, die lang nagalmde.

"Daar staat u dan, in uw Zeemanpyama, hij staat u niet. U zou uzelf eens in de spiegel moeten zien. Ik had ook zo’n pyjama, vroeger, maar dan praat ik wel over dertig jaar geleden. Hopeloos uit de mode, er is geen vrouw die nog met zo’n pyjama naar bed wil, zelfs mevrouw Zeeman niet. U zou eens een string moeten proberen, u moet mee met uw tijd. Heeft u eigenlijk al een mp3speler?"

"Ja, die zit in mijn gehoorapparaat."

"En hoe laadt u die dan op?"

"Tijdens de shocktherapie."

"En wat voor muziek luistert u dan?"

"Electric boogy."

"Jaja, grapjes, mopjes. Ik weet waarom u hier zit meneer Bijlo, u bent de draad kwijt."

"ze sluiten mij er anders elke week weer op aan."

"Grapjes, mopjes, zet nou die humor van u eens even in de ijskast, naast de Croma in de knijpfles."

"Wij bakken alles in koudgeperste olijfolie."

"zo u wilt, meneer de snobist, zet u die humor dan in de ijskast naast de koudgeperste olijfolie."

"Die moet je op kamertemperatuur bewaren."

"Zo! En nu is het genoeg. U verbeuzelt mijn kostbare tijd. Ik zeg u nu ten ene male waarom u hier bent."

Ik zie opeens iets grijs, op de schouder van de directeur. Het springt vlak voor zijn gezicht langs en is weg. Ik hoor de directeur brullen:

"U praat, roept en schreeuwt om te bewijzen dat u bestaat! Want als u niet praat dan bestaat u niet. Dan is er alleen een groot donker gat, ’n vacuüm, ’n leegte!"

De directeur staat nu vlak voor me, ik ruik z’n adem: knoflook, oud vlees, vanillevla… "U roept vanuit het duister, meneer Bijlo en u bent bang. Bang dat u niet meer

gehoord wordt. En terecht!

Want de wereld draait door, sneller, steeds sneller, in beelden, in kreten, logo’s, slogans.

Mensen kunnen niet langer luisteren dan de tijd die nodig is om een orgasme te krijgen."

Ik hoor de directeur hijgen.

En daar is het grijze dingetje weer. Vlak voor me. Het schiet langs mijn pyjama, ik voel het niet, ik zie het!

"Uw wereld wordt kleiner en kleiner en er is niets wat u kunt doen om dat tegen te houden. Niets!

Accepteer dat, meneer Bijlo. Ik geef u nu uw persoonsgebonden budget, inclusief gratis GSM en chipper. U gaat naar beneden, naar de psychomarkt, en u koopt zelf uw zorg in. En mocht u na dat shoppen nog geld overhouden, dan storten wij dat voor u in het psychoclickfund. Maar denk eraan, rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.

Ga naar beneden, volg de blauwe pijlen, zie zelf maar hoe u dat doet."

Het grijze dingetje glipt voor mij de deur uit en dan is het opeens weg.

Ik probeer het te volgen, maar ik zie het nergens meer. En blauwe pijlen al helemaal niet. Ik begin te lopen. Ik loop een trap op, een trap af, weer een trap op en weer een trap af, ik denk nog: Had ik niet beter op dezelfde verdieping kunnen blijven? Ik loop tegen deuren, ik val op de grond, ik trek aan alle deuren waar ik tegenaan loop, ze zitten allemaal op slot, ik hoor overal geschreeuw, hysterisch gelach, ik loop nog een trap op, ik hoor mijn vrouw, mijn vrouw roept mij ik zoek, maar ik kan haar niet vinden, ik loop, ik loop, een koude windvlaag slaat tegen mijn gezicht, ik hoor haar niet meer boven het geschreeuw uit, en dan, plotseling, zit ik hier.

Opa, waarom sta ik hier? Waarom is dit allemaal? Waarom mag ik niet gewoon naar huis? Waarom mag ik niet terug naar mijn vrouw? Die kent u toch wel? Met dat mooie haar, en die bril, maar dat geeft niet. Ze ziet alles, behalve dat rare opstapje in de Beurs, toen ik met haar daar was struikelde ik er ook over. Het brekebeentreetje. Opa, kon ik maar autorijden. Dan zou ik af en toe een eikel in een BMW snijden. Dat zou wat zijn.

Opa, ik wil op het journaal als ik dood ben, maar niet als Marga van Praag het presenteert. Ik wil net zo belangrijk zijn als u. Ik wil een beurs van Bijlo bouwen. Waar mensen komen om te luisteren. De tekst heeft toch niet afgedaan? Ze zitten hier nou al drie kwartier, heel geconcentreerd, als ze zoveel tijd nodig hebben om een orgasme te krijgen… Er moet toch nog plaats zijn voor inhoud. Ik moet ze toch vertellen dat ze niet als debielen achter hun ogen moeten aanlopen? Dat ze niet voor de vierhonderdste keer die beelden van die vliegtuigen die zich in die torens boren moeten zien. Ik moet ze toch zeggen dat ze elkaars hand moeten vasthouden, en elkaar moeten laten voelen wat ze zien? Ze zullen het wel soft vinden, maar dat is alleen maar omdat ze de waarheid niet willen horen. Dat is toch zo, opa, dat is toch zo?

Ik zie opeens het kleine grijze dingetje weer. Het komt langzaam mijn kamer binnen, wordt groter en groter, en dan is het opeens een heel klein grijs mannetje. gedrongen postuur, grijs haar, grijze stofjas, grijs sikje, een ouwerwetse ziekenfondsbrilletje met daarachter priemende grijze oogjes die snel door de kamer schieten.

"wwwareweorijenrowijernfo" zegt hij, heb ik even mazzel dat ik nu kan liplezen. "Wuuuuuuuuuuuuuexjaja, meneer Bijlo, ok kom u even waarschuwen dat het zo langzamerhand uw tijd wordt. De heer Bomhoff heeft gebeld, u zit hier nou al een maand, u moest maar weer eens terug. Komt u straks even naar mijn kantoortje, over een kwartiertje, ik moet nu heel snel naar de Bouvrie, die heeft een muurtje uitgebroken en dat is dragend, moet snel gestut worden anders dondert alles hier in elkaar.

Komt u straks even naar mijn kantoortje, dan regelen we alles. Nou, weet u wat, ik kom u wel even halen, het is nogal een doolhof hier, daar hield meneer Berlage van, Twee trappen af, linksaf, tweede deur links, en aan het eind van de gang rechts, achter de bezemkast is de loge, klein kamertje, mijn bureau kan er net staan, maar meer heb ik ook niet nodig. Ik kom zo, dan drinken we een kopje koffie, en dan geef ik u de ontslagpapieren, die liggen al klaar, u hoeft ze alleen nog maar even te tekenen."

Dan is hij weg. Hij loopt niet weg, hij is weg. Hij lost op. Nu is het gebeurd. Ze hebben het voor elkaar, ik ben gek. Ik kijk rond, althans, ik draai mijn hoofd, maar het mannetje is echt helemaal weg. Er is niks meer. Daar stond een mannetje, echt, een mannetje. Ik zag hem praten. Hij keek me aan, en ik keek terug. Hij knipoogde zelfs. Hij komt zo terug. Dat zei hij, ik kom zo terug om u te halen. Te halen. Uw ontslagpapieren liggen klaar, dat zei hij. Mijn ontslagpapieren, dat kan niet. Ik ben toch overspannen, dat zeggen ze de hele tijd. Stel dat ik nou naar huis zou gaan. Binnen de kortste keren sta ik weer een nachtlang met mijn geluidswagen voor het huis van de burgemeester. Ik ben zo bang dat ik de wereld niet aankan. De wereld verdebiliseert, verprivatiseert, verjohndemolliseert. Ja, ik wil jouw sperma, de ovulatieshow, de slecht nieuwsshow, iemand vertellen dat zijn vrouw van hem wil scheiden en dan filmen hoe hij reageert, lachen, binnenkort krijgen we acht dementerende bejaarden met 30 camera’s. Die vergeten steeds wie ze moeten nomineren, het mislukt, het verschil met big brother is te klein. Sponsors proberen het nog een keer, met mongolen, maar ook dat levert hetzelfde resultaat op als big brother. Nederland is één grote inrichting geworden, hij lijkt open, maar er is geen ontsnappen mogelijk. Pijn zien, dat willen jullie, zien hoe een vierjarige met zijn kop op het stuur van zijn stepje valt. Lachen! Humor! De wereld is blind, maar ja, wat wil je ook, als De Mol zich met televisie gaat bemoeien. En dan is er eens een mooi programma, belt er een of andere lul: "Meneer, mag ik u een jaarabonnement op het financiële dagblad aanbieden?"

"Ja, doe mij maar de hele oplage!"

Ik wilde architect worden, en dan moet je natuurlijk gaan tekenen, nou ik heb sterkere kanten. Ik

word daar vaak op gewezen door kinderen van vrienden, die willen altijd met mij tekenen. Wij hebben zelf geen kinderen omdat ik niet kan tekenen, ze willen met mij tekenen, en op een gegeven moment zijn de smoezen op, dus ik pak een potlood en dan zeggen ze: "nee, niet groen, je moet blauw nemen."

"Nou, geef blauw dan?"

"Wat teken jij gekke huizen."

"Nee, dat zijn geen gekke huizen, dat is vernieuwende architectuur."

"Nee, het zijn gekke huizen. Jij kan niet tekenen."

"Nee, ik kan niet tekenen."

"Wat kan je eigenlijk wel?"

"Nou, pianospelen, een beetje."

ADHD (piano)

Bij ons in de straat woont een jongetje René

En als zijn ouders weg zijn dan pas ik op René

Hij breekt het hele huis af en hij is nog mar twee

Maar hij kan er niks aan doen want hij heeft adhd.

miljoenen mensen hebben het in dit land

een kenmerk is, ze zijn heel irritant

Neem nou zo iemand als Emile Ratelband

Hij kan er niks aan doen want hij heeft adhd.

Youp van ’t Hek (beng)

Willibrord Frequin (beng)

Jack Spijkerman (beng)

Vincent Bijlo (beng)

Ik vind kinderen geweldig. Ik pas er graag op, ik heb maar één voorwaarde; Ze moeten ADHD hebben. Dan gaan we verstoppertje doen, en dan zeggen ze:

"Vincent, zoek me maar, ik zit achter de bank."

En dan zitten ze erop. Of ze zeggen:

"Ik zit op de bank," en dan zitten ze onder tafel. Zij denken dat ik niks zie, maar ze denken ook dat ik net zo slim ben als zij, maar zij zijn slimmer want ze kunnen wel een puzzel van 100 stukjes maken, die ik altijd als hij bijna klaar is per ongeluk door elkaar schop, maar dat vinden ze leuk! Of ze eten alle koekjes op, en dan denken ze dat dat niet mag, omdat ik dat niet zie, maar dat mag wel, heb ik speciaal klaargezet, weten zij niet. Ik vond kinderen eigenlijk zo leuk, dat ik ze zelf eigenlijk ook wel wilde. Maar toen ben ik toch voor alle zekerheid, ja want je kan dat soort dingen tegenwoordig checken, die wetenschap bestaat dus waarom zou je hem niet gebruiken, ik ben naar een geneticus gegaan, want ik wilde het absoluut zeker weten, langdurig onderzoek geweest, behoorlijk pijnlijk ook, fysiek dan, bedoel ik, ze moeten toch je rechterbal afpellen… nou ik zal niet in details treden, behoorlijk kloten allemaal, na een half jaar zit ik op een morgen verstoppertje te doen met René, en hij zit net achter de schemerlamp terwijl ik onder de bank aan het zoeken ben, opeens gaat de telefoon. Ik trap de puzzel kapot, maar dat vond hij helemaal niet erg, de geneticus.

Hij zegt: "Meneer Bijlo, komt het gelegen." Ik zeg: "Dat ligt er maar helemaal aan wat u te melden heeft." Hij zucht diep, kucht, en hij zegt: "Mag ik Vincent zeggen?" Ik zeg: "Nou liever niet TeunJan…" Ik hoor intussen René een biertje nemen, maar dat had ik klaargezet dus dat mocht, ik ga zitten, bovenop het scheetkussen, en TeunJan zegt: "Meneer Bijlo, Vincent, ik heb hier uw/je dossier voor me en op mij rust de zware verplichting u/jou te moeten inlichten omtrent het feit, het onontkoombare feit, het trieste feit ook, lullig is misschien een beetje een te licht woord in dit verband, hoewel ik het zelf wel lullig vind, voor u/jou, nou ja, laat ik dan maar gelijk met de deur in huis vallen, gewoon als mannen onder elkaar, dat is toch altijd het beste met dit soort zaken…" René is intussen aan zijn vierde biertje toe, maar dat mocht, dat had ik klaargezet dus dat mocht, er was ook nog Duvel, hij zegt: "Misschien moet u er even iets te drinken bij pakken, ik heb alle tijd…" Ik neem een Fristi, "uw nageslacht zal naar een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, daar wil ik verder niet omheen draaien, en dat zult u mij ook niet horen doen, daar ben ik glashelder in, daar mag u mij op aanspreken, dat is tenslotte mijn taak, ik neem die verantwoordelijkheid, ik wilde dat ik dat van al mijn collega's ook kon zeggen, dat zou ik wel kunnen doen maar dat is bezijden de waarheid, bent u daar nog, uw nageslacht zal net zo veel kunnen zien als u.". Ik zeg: "Weet u het zeker?" Hij zegt: "Ja Vincent."

Ik leg zacht de hoorn neer, strompel naar de keuken, René kan toch niet zo goed tegen Duvel, hij wil kotsen in de gootsteen, maar hij is nog niet lang genoeg, en ik roep: "allemaal van die leuke, voelende kindjes, daar kan je verstoppertje mee spelen zonder dat je je hoeft te verstoppen, je kan bij tekenen alle potloden gebruiken die je maar wilt, weg met de puzzels.

Elke middag, stipt om vier uur, sta ik temidden van de altijd vrolijke ouders aan het hek van de school. Weldra zal de zoemer weerklinken, het juichende sein voor mijn drieling om zich door de openbarstende schooldeuren een weg naar papa te banen. En ja, daar gaat de zoemer al. En nog geen tien tellen later hoor ik het vrolijke tikken van hun drie kleine stokjes. Als een klein kleuterfanfaretje komen ze naderbij. Ik sla mijn bekkens tegen elkaar, zodat ze weten waar papa staat. Na een kwartiertje zijn ze bij me, en met zijn vieren lopen we tikkend en zingend naar huis. Overal waar we langsgaan springen de mensen verrukt opzij, en worden gftbakjes aan de kant geschoven. Joris tikt de maat, Iris doet de variaties en Boris heeft geen gevoel voor ritme, dus hij doet maar wat, maar wel op zijn eigen maniertje. Als we straten moeten oversteken gooien we onze stokjes eerst naar de overkant en dan rennen we er achteraan. Het is elke dag feest. En thuis ook, want mamma heeft een grote pot thee gezet. Na de thee doen we verstoppertje, we verstoppen ons niet echt, want dat hoeft niet. We hoeven alleen maar niks te zeggen, want dan zijn we er niet. Maar we moeten steeds heel hard lachen, dus niemand wint. Maar dat hoeft ook niet, omdat winnen niet gezellig is. En als mamma gaat koken, doen wij tikkertje in de tuin. Dan neem ik altijd pleistertjes mee, want o wat gaan ze dan vaak op hun snuitjes, of halen hun lieve lijfjes open aan de vuurkorf. Maar het leuke is dat papa dat ook doet. Mamma roept, we gaan eten, frietjes, met olijfonaise, dat wordt smullen geblazen. En gele vla toe. Joris zegt dat die vla speciaal voor mamma geel gemaakt is. De meneren in de vlafabriek vinden mamma ook heel lief, net als wij allemaal. Dan stop ik mijn schatjes in bad en voor het slapengaan lees ik voor uit het grote voelboek van de braillebeer met duizend punten. Als ik het dichtklap vraagt Boris: "Papa, wanneer mag ik gehoorapparaten?"

"Nou," zeg ik, "dat duurt nog heeeeeeel lang. Als je 20 bent, maar dan moet je wel heel goed je best doen."

Ik geef Iris nog een kusje op de bult op haar hoofd en ik zing nog één liedje.

KINDERLIEDJE (piano)

Vandaag scheen de zon

En morgen schijnt de zon

De zon schijnt Voor Joris

en ook voor Iris

En als de zon hier is

Dan schijnt hij ook voor Boris

Hij zal altijd blijven schijnen

Hij zal nooit verdwijnen

Er is altijd licht

met je oogjes open

en ook met je oogjes dicht.

En nu, mondjes dicht allemaal, lief slapen allemaal, stop je glazen oogjes maar in het ogenblikje, daaaaaaaaaaaaaaaaggggggg!

Mijn vrouw wist nog van niks, die wist van dat hele onderzoek ook niks, die wist niet eens dat ik kinderen wilde, ik dacht, ik ga het tactisch aanpakken. Dus ik zeg: "Weet jij wel dat wij veel te klein wonen en dat het hier veel te veel lawaai is." Daar was ze het helemaal mee eens, dus wij zijn diezelfde middag nog naar de makelaar gegaan, en twee dagen later zijn we verhuisd, vrijstaand huis, grote, omheinde tuin, zodat ze niet zomaar de straat op kunnen lopen, dat is gevaarlijk want ze zien niet wat eraan komt, en nu wonen we in een kindvriendelijke buurt, klimrekken, wipkippen, zachte tegels, buitenschoolse opvang en een kinderdagverblijf, en daar wonen wij pal naast. Nou dat is het beste voorbehoedsmiddel.

Die kinderen zijn geweldig, die zitten de hele dag lief laloe op zo’n tractortje, zijn buitengewoon geïnteresseerd in mijn bezigheden, vragen ook altijd: "Wat doe jij daar?" maar die ouders, vreselijk chagrijnig. Kinderen worden daar als pakketten neergeflikkerd, moeder stampt als een olifant weer terug naar de auto, acht uur ’s morgens, ik lig er net in, toetert kwaad naar een andere moeder die haar auto dubbel heeft gezet en worstelt met een maxicosy ’s middags worden ze met dezelfde kwaaiigheid weer opgehaald, ik ben een keer in de weg gaan staan en ik heb zo’n moeder gevraagd: "Weet jij eigenlijk wel waarom jij in godsnaam kinderen hebt!" Ze hoorde me helemaal niet, ze stond te klagen tegen een andere moeder, dat het zo moeilijk te combineren was, maar het hoefde toch van niemand. Weet u wel dat die kinderen net zulke zeikerds worden als jullie?

En toen luisterde ze opeens wel. "Zeikerds, zeikerds, mijn kinderen zeikerds? Weet jij eigenlijk wel hoe moeilijk ik het heb. Weet jij wel dat ik vijf dagen per week opvang moet hebben, want ik moet werken, anders kan ik die opvang niet betalen.

En weet jij wel dat speelgoed heel duur is? Maar ze moeten het hebben omdat ze het op de peuterette ook hebben. En weet jij eigenlijk wel dat ik veel vragen heb, die mijn man niet kan beantwoorden omdat hij er nooit is omdat hij ook een carrière heeft, ik zit tot diep in de nacht te chatten bij moeders online, torenhoge telefoonrekening, dus ik moet overwerken en straks gaan ze naar school dan krijg ik ook nog een keer de bso, en dan zijn we eens thuis zitten ze te dreinen en te huilen, en dan loop ik even naar boven, en wie zit daar achter de computer even iets door te nemen voor de zaak… Hij zit godverdomme porno te kijken, hij komt net klaar als ik de kamer binnenkom. Ik zie de blik in zijn ogen, en ik denk: Wat prachtig, zo heb ik hem al in geen jaren zien kijken. Sinds de kinderen er zijn niet meer. Ik wil hem dat vertellen maar er wordt van beneden geschreeuwd en gehuild dat het groene potlood kwijt is en dat ik kabouter Plop moet komen opzetten, ik word kotsmisselijk van die Kutplop dus ik zeg tegen die rukker die nog steeds als een klein jongetje naast me zit zet die Kutplop op en doe je broek dicht, die druipt af maar kan de band van plop niet vinden, hij kan ook niks, rukken, verder niks, en weet jij wel dat als ze ’s avonds in bed liggen ik niks meer kan, zelfs lingo is te moeilijk, en weet jij wel dat iemand zoals ik, die haar verantwoordelijkheden neemt het heel erg zwaar heeft…

Op dat moment beginnen alle kinderen van de peuterette tegelijk te huilen. Ik loop snel mijn huis in en ik roep dat ontevreden wijf nog na: "En weet jij wel dat ik een ontzettende hekel heb aan mensen die altijd weet jij wel tegen mij roepen!"

"Vinnie," zegt mijn vrouw later op de avond, "heb jij wel eens nagedacht over kinderen?"

En op dat moment gaat de telefoon. De geneticus. Hij zegt: "Ik denk dat ik nu wel Vincent mag zeggen. We hadden uw dossier verwisseld met dat van iemand anders. Al uw kinderen zullen kunnen zien."

Ik zeg: "Nou, dan hoeft het van mij niet meer."

ALS IK STRAKS THUISKOM (piano)

Als ik straks thuiskom

Weet ik dan nog de weg

Staat alles nog waar het stond

Ligt alles nog, waar ik het neer had gelegd

Zit jij te wachten

Of lig je in bed

Of heb je net koffie gezet

Als ik straks thuiskom

Ben jij dan al weg

Werd je het zat en heb je bedacht

Ik heb nou al weken op die sukkel gewacht

En hij luistert nooit, wat ik ook zeg

Als ik straks thuiskom

Hebben woorden dan nog zin

Noem jij mij dan nog steeds vin

Als ik straks thuiskom.

En daar is het mannetje weer. Hij gaat voor me staan, zet zijn brilletje af en glimlacht van oor tot oor. Hij heeft een paar drankjes van de sponsor gedronken.

"Raad eens, meneer Bijlo" zegt hij, "wat mij overkomt. Ik kom net bij die De Bouvrie, heeft-ie het muurtje zelf al hersteld. Sterker nog, hij heeft zijn kamer weer in de oorspronkelijke staat hersteld. En die ouwe tapdanser, heeft zijn power weer helemaal terug, hij stond op de gang te tappen. En die man, die zei dat hij Youp van ’t Hek was, dat is Freek de Jonge. En al die schilders waren keurig hun verf aan het mengen in de daartoe bestemde bakjes. Nou, gaat u mee? Voordat u gaat moet ik nog even een beetje updaten.

Het circus Balkenende staat nog steeds in Den Haag, had u niet verwacht hè, Zal ik u even een arm geven?"

"Nee, ik vind het zelf wel."