"Ze mogen," zei de cynicus, terwijl hij een slok bier nam, "driehonderdvijfendertigduizend zeehondjes afslachten dit jaar, in Canada. En de regering zegt dat er dan nog genoeg overblijven. Dat fokt maar aan zeg daar, waar maak je je nou druk over man, zeehonden zat. Dat gehuil en gezeur altijd. Het is echt zo’n onderwerp voor vrouwen die niets te doen hebben, en de hele dag damesbladen lezen en televisie kijken."
"Ho, wacht!" Riep ik. "Er zijn zestien miljoen Nederlanders. We zouden er elk jaar makkelijk driehonderdvijfendertigduizend kunnen doodknuppelen, dan blijven er nog genoeg over."
"Nee, bijdehandje," zei de cynicus, terwijl hij een handje pinda’s in zijn mond stopte, "Nederlanders zijn toch wel even wat meer dan zeehonden."
"O ja? Nederlanders maken files, zeehonden niet. Nederlanders zijn agressief, zeehonden niet."
"He," riep de cynicus, "dat stomme gelul ook altijd van jou, er is gescoord in de Champions League, dat heb ik nou gemist, door dat krokodillenzeehondentranengedoe van jou."
Geërgerd nam hij nog een slok bier. "Sla jij eigenlijk wel eens een mug dood?" Vroeg hij.
"Ja, natuurlijk."
"Moet je daar dan geen actiegroep voor oprichten? Waarom is een zeehond belangrijker dan een mug. En je eet vlees, dode dieren. Je hebt leren stoelen in je auto, en wist je dat in kaas stremsel gebruikt wordt uit de maagwand van een kalf, wist je dat eigenlijk wel, he he he?"
"Ik weet het allemaal. Sterker nog, ik heb vanmiddag zelfs een vlieg doodgeslagen. Ik heb in mijn studententijd muizengif gebruikt, omdat de muizen mijn hele basisbeurs opaten…"
"Nou, wat lul je dan, je bent hypocriet."
"Nee, die zeehonden, dat kan gewoon niet, dat mag niet, gewoon, daarom niet, hoe halen ze het in hun botte nare Canadese hersens zeg. Weg met dat cynisme van jou. Jij wilt het niet weten. Dat cynisme, het is een kogelvrij vest, jij kunt nergens door geraakt worden, alleen in je onderbuik, door een doelpunt in de Champions League. En maar scoren met die harde grappen van je, en jij weet altijd zo goed wie er deugt en wie niet. Een vooringenomen, correcte columnreutelaar, dat ben je. De enige die deugt, dat ben jij. Jij, in je stoel, met je bier en je pinda’s. O, wat vinden de mensen jou goed, o, wat kan jij het lekker grof en hard opschrijven allemaal, maar je verandert er niets mee. Jij lacht ze allemaal keihard uit, jij hoont, daar wordt je voor betaald. En ik ben een naïef sukkeltje. Man, donder toch een eind op zeg, met je obligate beroepsmeninkjes, nou, verdomd geestig."
De cynicus zuchtte en zweeg. Hij zette met een harde klap zijn lege bierfles neer. Hij griste de afstandsbediening van tafel en begon te zappen.
"Daar heb je ze weer," riep hij, "die schijtzeehonden van jou. Ze zijn overal." Hij keek, en luisterde naar de gruwelijke details die een voice over de kamer in slingerde.
"Klootzakken," zei hij.
"Wie, die journalisten die het vastleggen?"
"Nee, die Canadezen, wat een barbaren. In welk jaar leven we. O man, ik moet bijna kotsen als ik het zie."
Hij zette de televisie af en liep snel de kamer uit, ik hoorde hem kolkhalzen op de wc. "Ach, dacht ik cynisch, "het zal dat bier geweest zijn, en die pinda’s."
Vanmiddag belde hij, hij zit in Canada. Hij heeft een verborgen camera bij zich, omdat hij de wereld wil laten zien hoe gruwelijk het is.
"Goed zo," zei ik, terwijl ik een slok bier nam, "dan ga ik vanavond Champions League kijken, okee?"