doven-applicatie: Luister goed!DE KNAL VAN HALF ZEVEN

Vincent Bijlo

Gespeeld van september 1991-december 1992

Regie: Bert Klunder


 

Onweer, daar schrok hij vroeger altijd zo van. Niet van de flitsen, want die zag hij toch niet, maar van de knallen. De mensen begrepen dat nooit zo goed. Dan zeiden ze:

"zo'n stoere vent als jij die is toch niet bang voor een paar knalletjes."

En dan zei hij:

"Ja, maar jullie zien die knal tenminste nog aankomen, jullie zien die flitsen."

En dan zeiden zij:"Ja, maar wij schrikken ook van die flitsen."

En dat begreep hij dan weer niet. En dan kwam er weer een. En dan schrokken zij eerst van de flits, en dan waren ze net klaar met schrikken, en dan schrok hij, van de knal. Want de anderen waren zo geschrokken van de flits, dat ze vergaten te vertellen dat er een knal kwam. En dan kwam er weer een, en weer een, en weer een, en ze werden steeds harder en harder, en niemand waarschuwde hem. En dan zei hij: "Volgens mij zeggen jullie gewoon expres niet dat er een knal zal komen waarvan ik zal schrikken. Volgens mij willen jullie mij gewoon laten schrikken. En dan zeiden zij: "Ja, dat is ook zo. Want jij kunt ons toch ook niet waarschuwen voor die flits. Als jij niet kunt voorkomen dat wij schrikken, hoeven wij toch ook niet te voorkomen dat jij schrikt. dat is gelijke behandeling jongen."

En dan kwam er weer een. Maar deze was zo dichtbij, dat de flits en de knal exact op hetzelfde moment kwamen, zodat ze allemaal precies tegelijk schrokken. Hij keek op zijn horloge, en zag dat het precies half zeven was. Mooie titel, dacht hij, "de knal van half zeven."

OHROPAX

Soms heb ik toch zo.n hekel aan mijn oren,

niet aan het uiterlijk, ze zijn vrij goed gevormd

maar aan de herrie die ik de hele dag moet horen

aan het lawaai, waar ik dag en nacht mee word bestormd.

Maar onlangs heb ik daar iets op gevonden

het zijn twee bolletjes, ze zijn gemaakt van was

je stopt ze in je oren in twee seconden

en je hebt van niets of niemand ooit meer last.

Ohropax, ohropax, ze vinden satellieten uit, televisie en ook fax

maar het mooiste blijft toch ohropax.

o nee ik kan er echt geen dag meer buiten,

geen ellende meer, geen honger, geen gezeur

dus als ik u was zou ik ook besluiten

neem ohropax, en je hebt altijd een goed humeur.

Ohropax, ohropax, ze vinden satellieten uit televisie en ook fax,

maar het mooiste blijft toch ohropax.

Hij was vanaf zijn geboorte blind. Hij had geen naam, hij was blind zonder naam, bzn. Hij was alle blinden. Hij was de platoonse idee van de blinde. Hij was de ultieme blinde. Hij was de vleesgeworden nietziendheid, de allesomvattende nonvisualiteit, kortom: Hij zag de ballen. Zijn vader was fotograaf, waarschijnlijk was hij verwekt in zijn donkere kamer. Als kind al was hij gefascineerd door het beroep van zijn vader. Het moest geweldig zijn hoe hij foto.s maakte. Iedereen gaf er tenminste hoog van op, maar voor hem bestond het niet. Zijn moeder was ballerina. Het moest fantastisch zijn hoe zij danste. Iedereen sprak er tenminste vol bewondering over, maar voor hem bestond het niet. Het gebonk van voeten dat hij hoorde op de balletvloer, had niets met kunst uitstaande.

Zijn ouders hadden voor zijn opvoeding weinig tijd. Zijn moeder vond hem maar een blok aan haar been, wat voor een ballerina verrekte lastig is. Ze besteedden hem uit aan een blindeninstituut. Een soort indianenreservaat, maar dan voor blinden. Hij was er eenzaam, en verveelde zich.

(Ik heb ooit eens opgetreden op zo'n blindeninstituut en weet je wat ik toen gedaan heb? Toen heb ik voor die blinden een mimevoorstelling gespeeld. Ik heb nog nooit zo weinig sukses gehad.)

Toen hij het lopen met de witte stok onder de knie had, ontsnapte hij. Ontsnapte was eigenlijk een groot word, hij liep domweg de poort uit. Aan het eind van die dag werd hij gevonden, door een boer, die een taxi voor hem belde. Thuis trof hij leegte. Zijn ouders waren er niet, die waren dansen en foto.s maken. Na een week pas kwam zijn vader terug. Hij was naar Ethiopië geweest om daar foto.s te nemen van kinderen die niets te eten hadden, Maar op het vliegveld van Addis Abeba waren al zijn rolletjes met schrijnende taferelen door de Ethiopische douane in beslag genomen. Thuis trof hij zijn zoon die al zeven dagen niets gegeten had. Hij ontdeed hem snel van zijn schamele kledij, legde hem in een kwijnende houding op de grond neer en schoot drie rolletjes vol. De krant was erg tevreden.

"Aan tafel," riep de Ethiopische moeder van elf kinderen. en alle elf kinderen kwamen aangerend, maar ze zagen geen tafel. Dat hoefde ook niet, want er was toch niets om aan tafel op te eten. Mama maakte een grapje. Maar mama moest dit grapje duur bekopen. De kinderen hakten haar in stukken, roosterden haar, en aten mama op. Maar na drie dagen was mama op. Wat nu? Papa opeten dat kon niet meer, dat hadden ze al eens gedaan toen hij quasigrappig had geroepen: "Jongens, ik heb chinees gehaald."

Op hun laatste krachten sjokten de kinderen de woestijn in. Hun moeizame voetstappen begeleid door geweervuur. Honger, dorst, dorst, honger. En af en toe zagen ze wel een soldaat, maar die had zo.n eng geweer, die durfden ze niet soldaat te maken. En de kinderen liepen, en liepen, en liepen... En een voor een vielen ze neer, binnen een dag overdekt met een dikke laag zand. Begraven, vergeten. Maar mcdonalds heeft nu 4 menu

's in prijs verlaagd.

 

Zijn moeder opperde eens dat hij terug moest, naar het reservaat. Hij maaide wild met zijn armen door de lucht, en barstte in tranen uit, dus werd het een gewone school. De leraren daar waren erg behulpzaam. Een biologieleraar had ooit eens door middel van lucifershoutjes de menselijke voortplantingsorganen voor hem voelbaar willen maken. Door het driftige voelen was er een zwavelkopje ontbrand. De volgende dag schreeuwden de kranten: "School in as gelegd door genitaliën." Dit was zijn eerste en laatst seksuele ervaring. Hij zou zijn vingers niet meer branden.

DE COMPUTER.

Ik had een lied voor je geschreven, maar ik heb het weer gewist

want ik drukte op f7 en toen heb ik me vergist.

Hij vroeg "dokument bewaren"? en toen drukte ik op nee

Mijn woede was niet te bedaren, ik riep godvergloeiende godverdee.

Ik heb de computer toen geslagen, de chips die vlogen in het rond

en de buren kwamen vragen of het soms wat zachter kon

maar dat kon niet want ik kookte, ik was van mijn verstand beroofd

ik pakte de harde schijf, smeet die de buurman naar zijn hoofd.

En buurman ligt nu in het ziekenhuis, want achttien megabyte, als je dat tegen je kop krijgt, raak je je geheugen kwijt.

Maar daarmee had ik niet mijn lied terug, o dat schitterend chanson

dat ik voor jou had geschreven, waar de ellende mee begon

Het ging over je billen, over je stem en je gezicht

en het zat vol met metaforen want het was een goed gedicht.

Maar waar het allemaal op neerkwam, en dat klinkt misschien wat flauw,

is gewoon ik vijjelief en ik hou van jou

Maar ik had het willen zeggen op een iets hoger niveau

dat klinkt niet zo clichématig en dat vinden mensen mooi.

Maar goed, het lied is nu verloren, dus ik zeg het maar gewoon,

luister goed schat spits je oren, ik hou van jou ik vijjelief, ik hou van jou ik vijjelief, ik hou van jou ik vijjelief

(Er schijnt vanavond een heel mooi meisje in de zaal te zitten. Een beeldschone jonge vrouw, met een uiterst fijn gezicht, als waren de buitengewoon fijne lijnen door een uiterst fijnbesnaarde beeldhouwer in ebbenhout gekerfd. Tenminstem zo werd zij aan mij beschreven door een van mijn technici dat is nogal een ouwehoer. Maar toch zou ik best willen weten wie dat meisje nou is, en waar ze zo ongeveer in deze zaal zou moeten zitten.

Ik zou natuurlijk kunnen vragen of de dames onder jullie zich even een voor een aan mij zouden willen beschrijven, maar dat lijkt me eigenlijk toch niet zo'n fijn plan. Ten eerste duurt het nogal lang, ten tweede is het nogal saai voor de heren en iedereen beschrijft zich natuurlijk veel mooier dan hij is. Ik zou natuurlijk ook kunnen vragen of ik jullie gezichten even een voor een zou mogen voelen. Hoewel dat heb ik een keer gedaan en dat is me niet zo goed bekomen hoor. Wat een rotzooi kreeg ik aan mijn handen zeg! Iemand was vergeten haar masker van dokter Van der Hoogt af te doen, en menigmaal raakten mijn vingers verstrikt in een beugel. Er was er eentje bij die had een beugel, nou daar was de Hembrug niets bij echt waar.

Maar wat ik wel zou kunnen doen, en dat is misschien wel een aardig idee, is jullie even te laten lachen. Ik heb namelijk ontdekt dat lachen heel veel zegt over het uiterlijk van mensen. Aan lachen kun je heel veel horen over mensen. Omtrent schedelgrootte, borstomvang bilpartij, dat zijn allemaal dingen die je aan lach kan horen. Ik heb bijvoorbeeld een buurvrouw en die lacht zo. HHHHHHHHAAAA!!!!!! Die heeft een gezicht, dat zou een straalbezopen, paranoïde metselaar in het donker nog niet eens in elkaar kunnen troffelen. Of een oom van mij, die lacht zo. HAHAHAHAHAHAHAHAHAHa dat is een kettingrokende, gebochelde vrijgezel, waarvan bij elke "ha" een wolkje door de kamer stuift. Zie je nou wel aan lachen kun je dus blijkbaar heel veel horen. en daarom zou ik jullie willen vragen even voor mij te willen lachen, maar: een voor een. Ja, anders kan ik natuurlijk nooit horen waar ze ongeveer zit. Het gaat alsvolgt: we beginnen links vooraan dan gaan we zo de eerst rij naar recht haha tweede rij rechts nar links tot we iedereen gehad hebben ja. we doen het zo ik vertel een mopje en dan jullie effe pats pats pats ja?

Wat is het toppunt van lef? In Italië beweren dat je rechter bent. Hè jongens wat flauw wat zeg ik nou, ik zeg een voor een. Nou ik hoorde wel wat ik hoorde wel een zwaar bepoederde mevrouw lachen, en op de derde rij zit een man met een heel verkeerd jasje aan.

We doen het nog een keer en dan echt effe een voor een en ik waarschuw je maar vast: Ik ga niet eerder weg voordat ik haar heb gevonden, gisteren is het half vijf geworden.

Vutleeftijd bij ambtenaren van waterschappen gaat omhoog. 61 =5.

Nou laat dan maar zitten. Je mag dan nog zo'n lekker figuur hebben als je geen gevoel voor humor hebt hoeft het van mij niet meer.)

De zon gaf slechts warmte, en de maan kende hij alleen uit de radioverslagen over de apollovluchten.

Kleuren waren er niet. Zwart, grijs en wit, die begrippen kende hij wel, maar het waren holle woorden. Ze zeiden hem evenveel als do re mi de doven. En wat te denken van sneeuwwit, hagelwit, krijtwit, gebroken wit, asgrauw, kretablauw, pimpelpaars, knalrood, kon een knal rood zijn, en wat waren in godsnaam pasteltinten. Het was ook niet uit te leggen. Je kon hem wel vertellen dat beige heel lichtbruin is, maar daar had hij niets aan, aangezien hij al niet wist wat lichtbruin was. Kleuren waren blijkbaar zo vanzelfsprekend, dat niemand ooit de moeite had genomen, woorden te verzinnen om ze uit te leggen. Een ding wist hij zeker, hij hield niet van rood. Hij vond, dat het hem niet stond. Dat was een raar soort eigengereidheid die nergens op gestoeld was, maar zolang hij het niet wist, kon je hem best rood aan doen.

Beelden in zijn hoofd had hij niet. Slechts dat, wat zijn handen konden voelen, sloeg hij fragmentarisch in zijn geheugen op. Bomen waren lange rechte kale palen. Tot er een omviel, in een zware storm. Toen pas kon hij bij de takken. Als je hem vroeg hoe een schip eruit ziet, dacht hij aan een klompje, met een zeil erin, of aan de veerboot naar terschelling, waar hij ooit eens op had gezeten. Het rook er naar patat, en er waren veel kinderen die alsmaar huilden. Sindsdien waren schepen voor hem drijvende snackbars met irritante klotekoters.

(Laatst was mijn zus ziek, en toen dachten de doktoren, en dat vond ik zelf eigenlijk wel erg leuk, toen dachten de doktoren dat ze dat syndroom van De la Tourette had, ken je dat? Nou dan zit je gewoon een beetje rustig zo te praten en dan opeens kut! of je zit op een hele officiële vergadering en dan opeens klootzak! En dat leek mij nou zo fijn voor mijn zus als zij dat zou hebben. Ja, dan had ze die oersaaie familiereünies eens een beetje kunnen opluisteren, en dan had ze misschien ook op televisie gekund, bij Sonja, Ivo of Karel. Want die vragen wel eens van dat soort mensen, Sonja, Ivo of Karel. En dan zeggen ze tegen zo'n man: "Goh, wat vervelend voor u dat syndroom De la Tourette, hahahahaha." En dan zegt zo'n man: "Ja, het is natuurlijk wel kut ehh vrij vervelend als zo'n klootzak ehhh zo'n man waar je dan blijkbaar klootzak tegen gezegd hebt, als die zich dan beledigd voelt." En dan zeggen Sonja Ivo en Karel: "Jaja, we vinden het heel erg hahahaha." Maar ja, dat ging helaas niet door, want mijn zus bleek een heel ander syndroom te hebben. Mijn zus bleek het syndroom De la Verité te hebben, ken je dat? Nou, wat houdt dat nou in, mijn zus die zegt precies, en daar kan ze echt niks aan doen, mijn zus die zegt precies, en ze is de enige in heel Nederland die dat heeft, die zegt precies wat ze denkt. En dan kom je dus niet bij Sonja, Ivo of Karel als je precies zegt wat je denkt. Want als je zegt: "Jezus Karel, wat ben jij een hypocriete, sensatiebeluste quasi-jongensachtige, stoere avro-eikel!" dacht je dan dat Karel zou zeggen: "Goh wat vervelend voor u dat syndroom De la Verité, nou vergeet het maar).

Zijn harde lot...

(Ik zat laatst een beetje te zippen en te zappen en te zoppen met die televisie, ja ik heb televisie, tenminste alleen het geluid, dat vind ik al erg genoeg. Ik heb echt een ongelofelijk medelijden met jullie als ik me bedenk wat jullie avond aan avond op dat kastje moeten zien. En nou hebben ze tegenwoordig nog wel breedbeeldtelevisie. Breedbeeldtelevisie, da's de enige televisie waar Tineke de Nooy helemaal op past. Vanmiddag las ik trouwens in de krant dat ze nu een tvprogramma gaan maken voor verstandelijk gehandicapten, lijkt me totaal overbodig. Maar ik zat dus zo'n beetje te zippen en te zappen en te zoppen met dat ding, eerst kwam ik terecht bij rtlplus, dat is zo'n nieuwe duitse soft pornozender. Ik viel middenin een programma dat heette, Ein Liebesgruss aus der Lederhose, ik hoorde alleen maar scheten. Toen zapte ik naar Duitsland 3, daar waren ze een mimevoorstelling aan het nasynchroniseren, daarna kwam ik terecht bij Nederland 3, het 8-uurjournaal, ik hoorde daar Desi Bouterse verklaren: "Er is geen enkele reden (snuif) aan te nemen dat ik (snuif) betrokken zou zijn bij welk (snuif) drugstransport dan ook. Toen kwam ik bij Nederland 2, Love letters van Linda de Mol. En Linda de Mol vertrouwde de kijker toe dat ze onlangs zelf ook in het huwelijk getreden was. Met wie in godsnaam, dacht ik, dan moet je toch op zijn minst wel tbs hebben. Een soort alternatieve straf, ga jij maar met Linda de Mol trouwen. Nederland 1 sloeg alles. De uitdaging. en die avond was de uitdaging Angela Groothuizen opknappen, dat lukt je nooit in een uurtje.

Maar toen kwam ik terecht bij rtl4. en ik hoorde me daar toch een stem! Zo schitterend, prachtig mooi vol warm timbre. Het was gewoon heerlijk om te horen hoe die fluwelen stembanden in dat strottehoofd tegen mekaar klepperden. En weet je wie het was? Patty Brard, van het programma Doen met die meloen, of Schuiven met die druiven, of hoe heet het, Eruit met je fruit. De inhoud daar gaat het nou effe niet om maar die stem. Ik kan haar helaas niet nadoen, maar jullie moeten weten hoe die stem klinkt, anders kloppen die kijkcijfers gewoon niet.

Ik ben erg gevoelig voor stemmen. Ik zat vanavond te eten in een restaurant, komt er een mevrouw naar me toe die schreeuwt: "U hebt mooie handen!"! Dan denk ik sodemieter een end op. Ja stemmen kunnen bij mij heel veel onheil aanrichten. Moet je bijvoorbeeld Gerrit Den Braber op de avroradio een recept horen voorlezen, dat is zoiets onappetijtelijks.

Boeuf bourgignon. 1 kg doorregen rundvlees 500 g uitgebakken spek, vet bewaren, 250 g champignons een halve fles franse landwijn en een bouquet garni, bon appetit.

Nou dan hang ik kotsend over tafel echt waar. Maar volgens mij is de ergste stem die ik ooit gehoord heb toch die van Kees Schilperoort. Als de duivel zou bestaan, en de duivel zou een stem hebben dan was het ongetwijfeld de stem van Kees Schilperoort.

Weet je wat trouwens leuk is, stemmen nadoen. Stemmen nadoen is ontzettend leuk. Vroeger deed ik vaak Robert Paul na, maar dat doe ik niet meer, dat leek nergens op. Of soundmixen, ik heb ooit eens Lee Towers gesoundmixed, I can see clearly now).

Zijn harde lot...

(Ik lees boeken op bandjes, want braille dat neemt zoveel plaats in. Zo heb ik bijvoorbeeld het Prisma zakwoordenboek. Dat is 1.43 m dik, een knappe blinde die dat in zijn zak kan steken. Er is ooit eens een postbode bij mij voor de deur bezweken omdat ik het oude testament besteld had, ja god straft onmiddellijk. Nee boeken op bandjes dat is erg leuk maar daar zitten me toch stemmen bij. Wat dacht je bijvoorbeeld van Turks fruit, van Jan Wolkers. Voorgelezen door een tachtigjarige haagse kakmevrouw met een klapperend kunstgebit.

"Ze schoof haar stoel naar achteren, stond op, en trok haar mooie, gebloemde nachtjapon tot boven haar borsten omhoog. Toen ging ze op bed liggen, en zei, met haar dikke, geile lippen: "nou moet je me keihard en heel regelmatig neuken."

Dat is toch een ware verkrachting als je dat hoort. Of wat dacht je van het handboek soldaat, voorgelezen door een ex-knilmilitair:

"in de oorlog is het geoorloofd met het doel de tegenstander uit te schakelen, geweld tegen combattanten en militaire doelen toe te passen, schiet dan godverdomme.

Of wat dacht je van een wetenschappelijk artikel, voorgelezen door iemand die er geen zak van begrijpt.

"Als wij de gekonkjipeerde differentiatiehijpotheesen integrren in de theriofilosofische wetenschap, traakeren wij een drieluddige gekomplikeerde waarschijnlijkheid die a priori nog niet hoeft te leiden tot een correlationeel verband."

Nee die man moet een heel ander soort dingen voorlezen. Die man zou moeten voorlezen:

"Wratjes op de handen. vele mensen hebben last van Wratjes op de handen. U kunt hier het volgende tegen ondernemen. Besprenkel de wratjes, bij voorkeur des avonds voor het slapen gaan, met de ochtendurine.")

Hij had Iets met geluiden. Zijn buren waren daar inmiddels allang aan gewend geraakt. Ze gingen niet meer rechtop zitten van schrik in bed, als om vier uur .s nachts plotseling een kudde wilde buffels aan de andere kant van de muur voorbijstoof. Noch vluchtten zij ijlings hun bomvrije ruimte in, als het bomalarm plotseling afging. Tegen de tijd dat het sein "alles veilig" werd gegeven, waren zij allang weer in slaap gevallen. Hij verzamelde nu eenmaal geluiden. Ze hadden daarmee leren leven als iemand, die op de aanvliegroute naar Schiphol woont. In het verlangen zich een eigen wereld te creëren, had hij een imposant geluidsarchief bij elkaar gesprokkeld. Daar kon de bbc nog een puntje aan zuigen. Je kon het zo gek niet bedenken, of het was er. Van de ontploffing van de eerste hbom, tot het huilen van een vrouwelijke baby. Van schietende nazis tot schietende stasis, die geluiden leken erg veel op elkaar. Van 2 hooggehakte dames, tot paard in draf, het verschil kon je moeilijk horen. Van boerenkar op landweg, tot spitsuur op de champs élysées, die hadden ook veel overeenkomst, het schoot allebei niet erg op.

(Héé zullen we is even met zijn allen keihard op de grond stampen? Ja zullen we is doen? Ik nee namelijk altijd dit programma op en dan kom ik vanavond thuis, dan draai ik dat bandje terug ik zet het volume op tien en dan zeg ik:

"Dit was nou ... er zaten 2000 mensen in de zaal."

Dus een beetje hard stampen graag. Ja? ik tel tot drie, en op het moment dat ik drie zou gaan zeggen even keihard met je rechtervoet. zodat ze in nieuwzeeland denken hooooo!! Ik heb een keer in Roermond 5,5 gehaald, daar moeten we vanavond overheen. okee. een, twee beng. Bedankt, ik zal dit niet licht vergeten.)

Overal waar het geluid hem heen bracht, daar was hij. Kwam het geluid van de metro van Amsterdam tot hem, dan waande hij zich in een overvolle wagon, omstuwd door zwartrijders, die gewapend met scherpe fileermessen en korte hakbijlen de controleurs te lijf gingen. Draaide hij een bandje met muziekwinkelgeluiden dan was hij in een muziekwinkel. Zette hij een bandje op met open haardvuur, dan werd het vanzelf warm en gezellig in huis. Wilde hij een avond naar het café, dan stopte hij zijn kroegcassette in de recorder, startte, en hij was in de kroeg.

DE PIANO HEEFT GEDRONKEN

en die barkruk heeft iets weg van jou

het urinoir speelt Mozart

en de flipperkast brult het Wilhelmus

En de prijslijst heeft inflatie

en mijn stropdas doet een hazeslaapje

het tapijt moet naar de kapper

en de gordijnen hebben hooikoorts

de piano heeft gedronken

de piano heeft gedronken

de asbak gaapt luidruchtig

en de viltjes hebben kippevel

en de radio heeft keelontsteking

en de pinda.s hebben de vallende ziekte

en de piano heeft gedronken

de piano heeft gedronken

en een dienstertje heeft vlam gevat

en het droogboeket dat schreeuwt om water

maar de tapkast rekt zich lachend uit

de telefoon neemt nog een sigaret

en de piano heeft gedronken

de piano heeft gedronken

de piano heeft gedronken

ik niet, ik niet, ik niet.

Zijn geluidenverzameling was wat de naald is voor de verslaafde. Zijn geluiden waren wat de muzikale fruitmand moet zijn voor de terminale EO-patient. Zijn cassetterecorder was de parachute, voor de piloot. Tenminste, als die open ging. Als hij dichtbleef, sloeg deze vergelijking de plank volkomen mis.

Zijn cassetterecorder was de aan elkaar geknoopte lakens, het in een cake verstopte ijzerzaagje, de vluchtauto met handlangers, de helikopter en de omgekochte cipier tegelijk.

Hij kon prachtige wandelingen maken in om het even welk bos. Dan startte hij zijn boscassette en verstoof met zijn spuitbus met boslucht wolkjes woudgeur zijn kamer in. Hij had een spuitbus met boslucht, ozonvriendelijk, anders loste je er nog niets mee op. Ja, de ozonlaag maar dat kon niet de bedoeling zijn. Tijdens een van deze schitterende wandeling de blauwe route, of het kon ook wel de rode paaltjes geweest zijn, bedacht hij zich, dat hij toch maar bofte. Moeder natuur mocht dan langzaam door de mensheid haar nek worden omgedraaid, voor hem bleef zij tenminste op cassette nog behouden. Hij kwam zelden mensen tegen in het bos. Af en toe een paar joggers.

Maar verder kwam hij bijna nooit mensen tegen, in het bos. Een keer was hij de electriciteitsmeteropnemer tegengekomen. Maar in het bos was geen stroom, dus hij had hem weggestuurd. Een andere keer had de melkboer gevraagd of er nog melk moest zijn. Dat kocht hij thuis wel, anders moest hij er het hele eind mee lopen sjouwen.

Hij kende alle vogels bij naam. Zeldzaam waren de prachtige momenten dat hij de zang van de kneu hoorde. Op heel soms de polifinario, omdat er door een technisch misverstand een klein stukje van een theatershow van Toon Hermans op de boscassette terecht was gekomen. Met dat geluid nog in zijn oren liep hij dan tevreden en opgeruimd weer naar huis.

(Ik had eens een vriend en die jongen had zo'n achtelijke hobby! die verzamelde namelijk paddestoelen. Hij was daar erg goed in. Hij kon werkelijk alle eetbara van alle oneetbare paddestoelen onderscheiden. Nou ja behalve die ene dan. Dat was wel een heel mooi exemplaar. Er stond ok nog iets op: Utrecht 4, Bunnik 2.)

Af en toe ging hij naar de stad. Dan startte hij zijn stadsband en verstoof met zijn spuitbus met benzinelucht wolkjes stikstofoxide en koolmonoxide de kamer in. Hij had een spuitbus met benzinelucht. Ozonvriendelijk, en loodvrij. Het was er druk. Hij flaneerde langs de boulevards, temidden van auto.s, fietsers, trams en voetgangers. Haringkramen, zwervers, junks, straatmuzikanten, draaiorgels, het hoorde er allemaal bij. Soms liep hij tot diep in de nacht tot in de kleinste sloppen en stegen, maar hij vond nooit een hoer. Pauze..

Als hij niet in de stad was, op het land, in het café, bij het vuur, of waar dan ook, was hij wel bij zijn vijver te vinden. De vis was niet te beroerd, telkens als hij zijn hengeltje uitwierp, even in het aas te bijten. De vis wist toch wel dat hij niet verorberd zou worden. Vis bakken dat kon hij niet, laat staan fileren. Van de eerste nederlandse hengelsportvereniging voor visueel en anderszins gehandicapten, een naam waarmee menig lid in de knoop raakte, had hij een sprekende dobber gekocht. (u heeft beet, u heeft beet, te laat, eikel). Vroeger luisterde hij tijdens het vissen veel naar de radio. Maar sinds goedkope ellende, nonsense en gebakken lucht in de ether de eerste partij waren gaan blazen, had hij het medium definitief het zwijgen opgelegd. Urenlang kon de radio noninformatie in je oren spuiten, waar je als luisteraar totaal niet om gevraagd had.

Tot zover demis roessos met my friend the wind. Het is tien voor tien geworden bij EO's tijdsein en we gaan praten over de valutacrisis binnen de europese gemeenschap. En dat doen we met onze correspondent in Straatsburg, Haje Thomas. De uiterst deplorabele situatie van het britse pond was voor premier Mayor aanleiding de Duitse centrale bankop zijn knieën te gaan smeken, de hoge rentestand omlaag te brengen. Pas dan zou het pond weer iets ruimer in zijn financiële jasje komen te zitten waardoor de geldmarkt weer even opgelucht adem zou kunnen halen.

Sinds hij de radio definitief monddood had gemaakt, was het stiller geworden, bij hem in huis. En stiltes waren vijanden van zijn wereld. In stiltes kon je zoveel horen. De koelkast, die aan- en uitging

het tikken en suizen

in de buizen

van de centrale verwarming

klikklakkende meisjeshakken

Het ophalen van vuilniszakken

klopborende buren en de bel, van de versman

lijn 4, die eens per tien minuten langskwam.

en... slaande deuren. (kloten met vijver). Na verloop van tijd... enfin een etmaal later... slaande deuren.

Twee dagen later kreeg hij een wereldidee. Hij kocht een wereldontvanger. Dat was nog eens wat anders dan dat laag bij de grondse gebeuzel op onze nationale radio. In zijn kamer kon hij nu de hele aarde bereizen. Dagenlang zat hij gefascineerd te luisteren naar radio Ho tsji Minstad, De stem van Swaziland, radio Utrecht, radio freedom, the voice of America en radio Moskou. De glasnost stroomde zijn kamer binnen.

"Aan tafel," riep de Russische moeder, terwijl ze het feestmaal neerzette. "Znzjetsj vovjentsj navartsj," zei vader, het eten smaakt niet goet. "Vovnitschj sammarantsj gespentsj," zei moeder, wat jammer dat je dat soort dingen tegenwoordig in het openbaar mag zeggen. Maar het was waar. Ze had zo lang voor het vlees in de rij moeten staan, dat het bedorven was, tegen de tijd dat ze thuiskwam. "Znjee," zei vader, "ontsaja nabravka vodka," en zo werd het toch nog een gezellige avond.

O, wat was hij in zijn sas met zijn nieuwe wereldradio. Hij hoorde verre, vreemde verslagen over revoluties en staatsgrepen, en rare berichten in exotische talen. Hij verstond er geen zak van, maar hij vermoedde wel, dat er duizenden doden bij vielen.

Ik heb laatst een bijnadoodervaring gehad, ken je dat? en bdetje? Het was prachtig precies zoals je je het voorstelt. Met een tunneltje met aan het eind licht en petrus en zo, schitterend. Maar weet je hoe dat nou kwam? Nou dat was eigenlijk heel stom maar ik had mijn tanden per ongeluk gepoetst met midalgan, die tubes lijken zo ontzettend veel op elkaar. Maar het was zo fantastisch en ik had ook helemaal geen spierpijn meer en ik kreeg het lekker warm, dat kwam natuurlijk door het vagevuur.

O, als ik dood zal, dood zal zijn.

Kom dan, en fluister iets liefs.

Mijn bleke ogen zal ik opslaan,

en ik zal niet verwonderd zijn.

Ja, mooi hè, dat is poëzie. Dat is een hel oud gedicht van J. H. Leopold. Hij is nou al lang dood, maar hij heeft daar toch maar mooi over geschreven. Volgens mij was Leopold de eerste nederlander die een bijnadoodervaring heeft gehad. Ik verzamel gedichten over dood. Ik heb al een hele plank vol. Plank hangt boven mijn bed, als die morgen naar beneden flikkert ben ik hartstikke dood, maar ik kan er nog wel even een doen, deze is van P' C. Boutens, ook een hele oude dichter, ook al lang dood.

Goede dood, wiens zuiver pijpen,

nou nee dat lijkt me in dit verband toch niet zo'n geschikt voorbeeld.

Weet je wat het is met die dood, leuke mensen gaan altijd te vroeg dood, en de grootste eikels worden honderd. Volgens mij doen ze het er ook een beetje om, die eikels. Volgens mij gaan ze gewoon zo lang mogelijk zitten zieken hier op aard, om zoveel mogelijk mensen maar het leven zuur te kunnen maken. Ik zelf ga bijvoorbeeld heel vroeg dood, en nou zat ik laatst bij de tandarts, en daar lag een blaadje van de nederlandse donorvereniging. Die hebben zo'n veertiendaags orgaan, ja zelfs in braille, dat is voor de mensen die op een hoornvliestransplantatie zitten te wachten, en in dat blaadje stond een heel interessant artikel over de zwarte donororganenmarkt. Daaruit bleek dat een gemiddeld mens voor ongeveer acht ton aan organen in zijn body heeft zitten. Als er leven na de dood is kan je op die manier een behoorlijk vermogen opbouwen. Maar ja, dat weet je nooit zeker en om nou je nabestaanden op te zadelen met een vermogen van acht ton, dan krijgen ze weer ruzie en slaan ze mekaar de hersens in en dan gaan die ook allemaal weer dood. Uiteindelijk heb ik besloten een donorcodiciel in te vullen. Ik heb daar wel een voorwaarde aan verbonden. Ik heb gezegd okee jongens ik vul dat donorcodiciel in, maar dan wil ik wel dat mijn organen na mijn dood nuttig gebruikt worden. Dus, stel dat ik eerder kom te overlijden dan Janmaat, en Janmaat zou na mijn dood nog veel plezier van mijn ogen kunnen hebben, dat is wat mij betreft geen enkel probleem. Ik vind dat meer mensen zo'n donorcodicil zouden moeten invullen. Ik vind dat iedereen zijn steentje aan deze problematiek moet bijdragen, al is het maar een niersteen. Ja, ik vind: leven afgelopen, orgaan verkopen. Niets meer om handen, hart verpanden. Daar ben ik heel hard in. Ik durf zelfs te stellen: turken mogen nog best Nederland in, maar dan wel bij de grens milt inleveren. En somaliërs mogen nog best politiek asiel aanvragen in Nederland, maar dan wel op schiphol, maag eruit, hebben ze tenminste geen honger meer. Studenten mogen nog best zes jaar studeren maar dan wel, linkerhersenhelft inleveren, en corpsballen de rechter. En ik vind dat al die trendy lui die zo nodig naar een blinde cabaretier moeten komen kijken, hun verwende kloteogen nou eindelijk maar eens bij die organenbanken zouden moeten...

Gadverdamme waarom verzin ik dit toch allemaal. Vind je het niet vreselijk dat dit soort gedachten überhaupt tussen twee slapen heen en weer kan ketsen? Ik word soms toch zo ziek van mezelf! Ik had dat laatst ook weer eens en weet je wat ik toen gedaan heb? Toen heb ik maar eens een slokje uit een flesje oil of olas genomen. En weet je wat er gebeurde? Ik werd een en al zachtheid van binnen. Zachtheid, goedheid en blijheid. Ik begon zelfs een beetje in god te geloven en er kwam een collecte aan de deur. Een collecte, voor blinden en ondanks de nederige excuses van de collectante pakte ik met een brede glimlach mijn portemonnee, en ik stortte al het geld dat ik had in die bus. De bus werd ontzettend zwaar, de collectante liep bijkans krom toen ze naar de volgende op weg ging. Nou, die gaat straks de wao in, dacht ik, maar dat geeft niet, want dan kan ik voor haar ook weer geven. O het was zo geweldig, ik gaf aan alles. Ik gaf aan de wilde ganzen, die ik vroeger alleen maar gegeten had, ik gaf aan weesjes in Roemenië, ik begon zelfs platen van Gert en Hermien te draaien. O het was zo geweldig, ik voorzag junks van overdoses, zwervers bood ik achtgangendiners aan, tot op een dag het flesje leeg was. Toen ging de bel, het was de deurwaarder. Hem kon ik niets meer geven.

Na verloop van tijd ontdekte hij, dat je op de wereldontvanger ook de polietieradio kan afluisteren. Op uiterst luchtige wijze werd daar gedebatteerd over de ernstigste delicten. PFPFPFPFPF ik kan je niet verstaan over PFFPFFFFIFOOFJKSFGIW 602 even naar een andere frequentie over PFPFPFPFP Ja dat is al een stuk beter. 602 gaan jullie eens even kijken op de eerste Looiersdwarsstraat daar heb een man zijn vrouw van het leven beroofd, en als je dan terugkomt, doe mijn een lol en rij effe langs het bureau en neem dan voor mijn een broodje shoarma mee ja? okeekie, bedankt.

Langzaam maar zeker werd hij door de wereldradio geobsedeerd. Steeds vaker meende hij het woord dood te horen, in alle talen. dood, mort dead deud, tod kassie, wijlen. Wat een verrotte troep was het toch op die ellendige wereld.

Ik vertrouw niet op de joden

omdat ze palestijnen doden

de palestijnen vertrouw ik ook niet

omdat ze joden doden

ik vertrouw niet op de zoeloes

omdat ze cxosas doden

de cxosas vertrouw ik ook niet

omdat ze zoeloes doden

de sjiieten, de soenieten,

zijn al jaren op elkaar aan het schieten

de kirgiezen, de oezbeken

willen het liefst elkaars nek breken

iedereen wil uebermensch zijn

dat is altijd zo geweest, en dat zal altijd wel zo blijven,

zolang er mensen zijn.

Armeniërs, azerbeidjanen

vietnamezen, amerikanen

chinezen, tibetanen

indiërs en pakistanen

koreanen amerikanen

russen, afghanen

christenen mohammedanen

iedereen wil uebermensch zijn.

dat is altijd zo geweest en dat zal altijd wel zo blijven

zolang er mensen zijn.

Hij werd steeds bozer en agressiever. Dan probeerde hij zich tot kalmte te manen, door urenlang in het bos te gaan wandelen. Het hielp niet. Ook in de stad vond hij nergens rust. Soms was hij zo kwaad, dat hij wel bushokjes in elkaar zou willen trappen, maar hij wist niet waar die stonden.

Twee dagen later deed hij iets, dat hij nog nooit gedaan had. Hij verliet de veilige begrensdheid van zijn kamer, en liet zich per taxi vervoeren naar een heuse muziekwinkel. Daarbinnen stonden alle denkbare en ondenkbare instrumenten opgesteld.

Klarinetjes, trompetjes, kornetjes, fagotjes, hoorntjes, trombonetjes tubaatjes, saxofoontjes suzafoontjes blokfluitjes, dwarsfluitjes bazuintjes, kromhoorntjes, pommmertjes zinkjes schalmeitjes kazoetjes mondharmonicaatjes accordeonnetjes bandoneonnetjes melodicaatjes harmoniumpjes orgeltjes synthesizertjes clavecimbeltjes clavicortetjes hammerklaviertjes, pianootjes fortetjes vleugeltjes spinetjes draailiertjes altviooltjes cellootjes contrabasjes, vedeltjes gambaatjes viooltjes, violofoontjes zingende zaagjes, balalaikaatjes banjootjes joekelilletjes basgitaartjes gitaartjes cembalons citartjes luitjes mandolinetjes mondharpjes bongootjes castagnetjes congaatjes handtrommeltjes pauketjes sambaballetjes tablaatjes tamboerijntjes, vibrafoontjes xylofoontjes buisklokjes triangeltjes etceteraaatje etceteraatje.

het instrument dat hij zocht, stond helemaal achteraan, in een hoekje van de zaak. Hij vroeg aan de verkoper of hij hem er heen wilde brengen. De man sprak: "zou u dat nou wel doen meneertje, ik bedoel omdat u... nou ja u weet wel. Ik vind het heel moedig als mensjes zoals u stapjes gaan ondernemen op hun levenspaadje, maar het moet wel leuk blijven, nietwaar. Ik vind het prima, als ze alle drempeltjes onder de deurtjes weghalen, maar het mag niet gaan tochten, wat maar al te vaak gebeurt. Ik herinner mij een sprookje, dat daar over ging. Kent u dat?"

Hij kende het niet.

"Nou meneertje, laat me u dat dan eens even vertellen."

De verkoper ging op een pianootje zitten, en begon.

"Er was eens een blindeninstituut, en God was daar koning, en de blinden waren blind opdat Gods werken in hen openbaar zouden kunnen worden. Maar de blinden vonden dit niet leuk. En ze vroegen God?

"God, u bent toch goed?"

en god zei: "reken maar van yes!" hij was ook koning van een engels blindeninstituut. En de blinden vroegen: "Maar god, als u goed bent, waarom maakt u ons dan niet ziende?"

en God zie: "ja hoor eens jongens ik ben geen oogarts," en hij schiep de doven. Maar de blinden namen dat niet. Ze onttroonden God, en zetten een jongen die nog een heel klein beetje kon zien op de troon, koning eenoog. En toen koning eenoog een half jaar aan de macht was, gebeurde er een wonder. Door een geweldige operatie kreeg hij zijn gezichtsvermogen terug. Maar ja, je kunt nog zulke goede ogen hebben, als daar een enorm dom stel hersens aan hangt, stelt het natuurlijk nog niets voor. En koning Eenoog was heel erg dom. Hij was het resultaat van 30 generaties inteelt die weer het resultaat waren van 35 generaties inteelt. Vergeleken bij hem was Willem alexander een genie. En de koning ging weer zitten, en overzag zijn rijk met zijn klare, heldere, doch uiterst lege blik, en nu deed koning Eenoog iets heel erg doms. Hij begon bevelen te geven en decreten uit te vaardigen, want hij wist wat goed was voor de blinden. Maar één blinde was het daar niet mee eens. Hij zei: "ik maak zelf wel uit wat goed voor mij is koning Eenoog" en hij ontsnapte. Hij liep door alle mijnevelden heen, kroop onder het prikkeldraad door, maar hij had nog geen vijftig meter in onze vrije wereld afgelegd, of hij werd overreden, door een trekker van een boer, die op het land bezig was met boeren en toch niks beters te doen had."

Hij eiste het nu op zeer luide toon. "Breng me nu naar dat instrument!"

De verkoper was verbijsterd. Hij zei: Heeft u dan geen moraaltje gehoord meneertje in dit sprookje, reik nooit verder dan uw stok lang is. je moet als mens je plaats kennen. Ik had concertpianist kunnen worden maar ik heb het niet gedaan, want ik had een gezin te onderhouden. Je moet als mens je beperkingen kennen Het gebeurt niet, en ik ga nu een ander klantje helpen. Tabbeetje."

Gedwee liet hij zich het winkeltje uit leiden. "Wacht maar," dacht hij, "we zullen nog wel eens zien."

Twee dagen later kwamen de mannen van de Wehkamp met artikelnummer 4016, drumstel, 7delig. Nu kon hij zelf de bliksem laten sissen, de donder laten rollen, de zwepen van de koetsiers laten knallen, salvo's lossen uit ak47 machinegeweren, bommen tot ontploffing brengen bij gebouwen van rechtse instellingen, en eindeloze goederentreinen door de kamer laten rijden. Door de treinen ontdekte hij de kracht van het ritme.

(ik heb zelf ook op zo'n blindeninstituut gezeten. Zo'n soort indianenreservaat maar dan voor blinden. Dat lag vlakbij de Douwe Egbertsfabriek dat blindeninstituut. Als je vijf seconden je kop buiten de deur hield had je gelijk honderd waardepunten gespaard. Maar op dat blindeninstituut hadden wij een leidster, juffrouw Klaartje. Ze was ongetrouwd, achter in de veertig, en ze wist wel, dat ze de rest van haar leven op dat blindeninstituut zou moeten slijten. En laat het nou net die juffrouw Klaartje zijn, die 's avonds aan mijn kinderbedje kwam zitten. Dan blies ze haar stinkende, gefrustreerde adem in mijn onbevlekte kindergezichtje en dan zei ze:

"Jongen, jij zult het later op de wereld nog heel erg moeilijk krijgen.")

Hij oefende en hij oefende, en toen op een avond toen hij zat te oefenen, ging de bel. Voor de deur stond een man, die engels sprak. "Hallo," zei de man, maar dan in het engels, "Hallo, were you that drummer I heard"?? en hij zei "Yes." "Well," said the man, "I.m in trouble. I,m the manager of the most famous popgroup in the world, and tonight we should give a concert. But one of the members of the band has fallen ill, the drummer. would you, should you, if you, could you....

Het concert was uitverkocht. Achter het podium stonk het naar bier en zweet. En toen ze het toneel op kwamen barstte er een orkaan van gejuich los, in hun richting. Hij telde af, en ze begonnen te spelen. Het werd een wereldconcert. Ze moesten hem na afloop het podium af dragen. De volgende dag schreeuwden de kranten:

"blinde redt concert,

zieke drummer vervangen door veel betere."

Hij nam de naam aan van de zieke drummer. Zelf had hij immers geen naam, hij was blind zonder naam, hij was alle blinden, hij was de allesomvattende nonvisualiteit, kortom, hij zag de ballen.