Vincent Bijlo
kraakt harde noten
door Peter Liefhebber
De wereld is een inrichting vol pati‰nten die blind zijn voor de algehele gekte. Zo ongeveer zegt cabaretier Vincent Bijlo het in zijn nieuwste programma, 'De beurs van Bijlo'. Ziende blind zijn, en omgekeerd, is dan ook het door hem scherpzinnig uitgewerkte thema.
Bijlo, zelf blind, trakteert zijn publiek dus op de inzichten van een ervaringsdeskundige, en heeft, als vanouds, tal van treffende observaties bij de hand over het leven met zo'n handicap. Harde en hilarische grappen waren altijd al Bijlo's wapens, maar hij is ze geleidelijk aan het aanscherpen: in toenemende mate zit er een confronterende ondertoon in. Blindheid gebruikt als metafoor voor de hedendaagse race om het bestaan, dat is deze keer zijn leidraad.
Om de zaak visueel scherp te krijgen, zit hij bij het begin van zijn voorstelling in wankel evenwicht op een balk, en als die doorbreekt, meldt Bijlo in een inrichting te zitten voor kunstenaars die de draad kwijt zijn. Het biedt hem het handvat voor een serie grappen, ten dele pesterig bedoeld, ten dele duidelijk hartgrondig gemeend. Pim Fortuyn, Jan des Bouvrie, gebrek aan linksheid bij de PvdA, de oorlog in Afghanistan, ouders die hun kinderen verwaarlozen, het 'mongolenniveau' van Big Brother en ander tv-genot, Bijlo doet er zacht gezegd niet vriendelijk over.
Hij verweeft zijn schimpscheuten in een verhaal waarin hij veel hoeken omslaat (niet altijd even duidelijk gemarkeerd) en heen en weer wipt tussen die kunstenaarsinrichting en de Beurs van Berlage, een schepping, legt hij uit, van zijn overgrootvader. En hij vraagt zich af of hij eigenlijk kinderen zou willen hebben, waarbij hij in zijn antwoord, als uitsmijter, de hardste noot kraakt over de tegenstelling zien/niet zien.
Het is daarmee niet z'n vrolijkste programma geworden tot nu toe, maar dat pad was hij al ingeslagen: grappen zat, maar allengs worden er tussen zijn uitroeptekens steeds meer vraagtekens hoorbaar. Bijvoorbeeld of hij wel publiek zou trekken als hij ni‚t blind was, of hij dus niet 'alleen maar een kermisattractie' is. Nodeloze zelfkwelling: wat telt is niet de kwaliteit van zijn ogen, maar het cabaretgehalte van zijn kijk op de wereld en op zichzelf. Daarmee zit het, ook in 'De beurs van Bijlo', weer goed genoeg.
Peter Liefhebber