(met knalrood licht)
"Het is groen! Je kan! Het is groen, je kahhan!"
Ik vertrouw het niet, toch steek ik over. Drie dagen later kom ik bij. Naast mijn bed zegt een stem: "hoe is het?"
Ik kan niets zeggen.
"Sorry," zegt de stem, "het was maar een geintje, ik wist niet dat je echt oversteken zou."
(geluid zee)
Het was juli 1972. Hilversum 3 bestond al, het CDA nog niet.
DS-70 had zich net uit het kabinet teruggetrokken en een kilo jonge goudse kaas kostte vijf gulden. In Vietnam was het oorlog, en de familie Bijlo was op vakantie in een idyllisch huisje in de duinen van Vlieland. Vader en dochter lagen al dagenlang met een vakantiegriepje in het
stapelbed, er was nog geen incest, en daarom gingen we met zijn drieën naar zee.
Mijn moeder voorop, dan ik en dan mijn broertje. In een treintje.
Het was een warme dag en de lucht moest wel blauw zijn want de zon scheen de hele dag.
Er zat nog geen gat in de ozonlaag, of misschien was het er wel, maar we wisten er niets van.
Het verzengend hete duinzand schroeide onze tere kindervoetjes. De zee rook naar zee, patat en zonnebrand.
Op het strand aangekomen trapten mijn broertje en ik binnen een halve
seconde in precies dezelfde kwal. Er was nog geen asaron. Wel Duitsers,
die een middeltje hadden, dat de kwallejeuk vertienvoudigde.
Kan je nagaan wat er gebeurt als je in de Rijn flikkert.
Mijn broertje groef een kuil voor een ander, ik viel erin.
Ik vond een grote schelp, die een oude handgranaat bleek te zijn,
die we onmiddellijk aan de rechtmatige eigenaars konden teruggeven.
En zo kon het gebeuren dat er aan het eind van de dag een Hollands
en een Duits treintje over het strand boemelden.
Zonsondergang met jou aan zee
wij zitten samen op een duin
en jij kijkt voor twee.
De zon de zon het strand het strand de zee de zee
zonsondergang met jou aan zee.
Weet je wat ik nou zo jammer vind aan de zee? Altijd als ik de zee hoor, denk ik: "Gadverdamme, veronica." Omdat ze vroeger op dat schip zaten. Daar is de vervuiling van de Noordzee eigenlijk begonnen. Nu heb ik mezelf toch al onderbroken, dus nu kan ik jullie net zo goed even welkom heten. Hoi, hallo hoi. Ik heb van alles meegenomen, een piano met zwarte toetsen, witte toetsen, een microfoon, veel decor, allemaal zelf in elkaar getimmerd, het is geschilderd door Janneke Brinkman, prachtige blouse heb ik aan, hij is ontworpen door Vincent van Gogh, ik laat hem wassen door Frank Govers en ik heb net even de krant zitten doornemen maar er gebeurt hier ook geen zak. Jullie hebben niet eens een corrupte gemeenteraad of een beeld van een vent met een erectie voor het gemeentehuis, nou de burgemeester misschien maar dat is geen kunst. Hoewel, gebeurt niks, ik ben net hier in ... op mijn bek gegaan over zo'n blindentegel! Ja daar is al menig blinde te pletter geslagen. (Andere lokale berichten.) Landelijk is er wel het een en ander gebeurd (aktuele berichten). In het AD las ik dat het luisteren naar muziek van Mozart het IQ verhoogt. Wat zo'n bericht in het AD doet weet ik ook niet. En in het NRC las ik dat de gemiddelde Nederlander een heel slecht korte termijngeheugen heeft. En de conclusie van dat artikel was eigenlijk... ehh lees ik in de pauze nog wel effe na.
(lied aan piano)
HET NAAKTSTRAND
Op het naaktstrand is iedereen naakt
niet dat dat voor mij iets uitmaakt
niet dat dat voor mij iets uitmaakt
en ik stel me voor
hoe ze eruit zien
met hun bungelende borsten
en hun blubberende billen
Pubers met pukkels
met een cola in hun hand
een klein meisje met een ijsje
moeder met een picnickmand
een oude man, verschrompeld lid
en met kwabben op zijn heupen kauwend op een frikadel
een jonge heer, ligt op zijn buik
doet alsof hij ligt te dutten
werpt zijn blik in veertien kutten
o, het naaktstrand
ja, het naaktstrand
en ze lopen zo gewoon te doen
ze lopen zo normaal te doen
ik hoor ze vrolijk praten
maar intussen nemen ze mekaar de maten.
Naast mij zit een leuke vrouw
en ik denk ja die moet ook bloot zijn
ik denk héé die moet ook naakt zijn
en ik vraag haar, mag ik jou
eens bekijken met mijn handen
ze wordt kwaad knarst met haar tanden
roept idioot, krijg de klere
maar dat kan niet, op het naaktstrand.
o, het naaktstrand,
ik steek mijn kop maar in het zand
nooit meer één blote voet op het naaktstrand.
"ik heb nog één rolo, we gaan hem verloten. Een getal onder de tien! Roept mijn buurjongetje. Ik raad het niet. Het is zeven. Hij zal wel weer gewoon zeven vingers hebben opgestoken.
Ik ben altijd achterdochtig. ik vertrouw mensen bijna nooit. Nou wordt mijn vertrouwen ook regelmatig beschaamd. Ik mocht op school meedoen met softball. Dan sloeg ik de bal van een paaltje. Hadden ze me verkeerd om neergezet. Nou ja die jongen zou toch zijn blijven zitten. Of ik ga naar de supermarkt, dan stopt het personeel daar vaak allerlei troep in mijn tas die allang over de uiterste verkoopdatum is. Hele ouwe koffie, of kipfilets die al beginnen te bewegen, laatst hadden ze zelfs een flesje Amstel uit 1870 in mijn tas gedaan. Of ik zit in de trein, en die trein wordt gesplitst, en dan staan de nummers van de treinstellen boven de deuren, maar ik moet dat altijd vragen aan iemand, misschien zeggen ze wel een verkeerd nummer, voor je het weet zit je in Vught, of in Westerbork. Ik zat gisteren in zo'n mooie nieuwe trein, een dubbeldekker, zegt die machinist: "te Utrecht zal deze trein worden gesplitst, het bovenste deel zal doorgaan als intercity naar Schiphol..."
Ik vertrouw niemand. Zelfs zoiets simpels als de natuur vertrouw ik niet. Als je op het strand loopt, schuift de horizon precies even hard voor je uit als je loopt. Je kan rennen, je kan slenteren, het maakt allemaal niet uit. De afstand tussen jou en de kim blijft precies gelijk. Jaja, dat zal wel. Ik geloof er niks van. Wie zegt mij, dat de horizon niet boven mijn hoofd gaat hangen, of mij hinderlijk tien centimeter van mijn achterhoofd zal blijven achtervolgen. Ik vertrouw die horizon niet, daarom heb ik maar besloten dat hij niet bestaat.
Eigenlijk moet ik er niet teveel over nadenken. Soms moet je wel vertrouwen in mensen hebben, soms kan dat gewoon niet anders. Ik moet er straks maar weer op vertrouwen dat mijn chauffeur niet in slaap valt achter het stuur. Ja, ik heb een eigen chauffeur, ja, na zo'n voorstelling drink je wel eens wat. Nou hou ik hem wel wakker, die chauffeur, af en toe doe ik (raar stukje Spaans) die jongen schrikt zich een ongeluk, bijna dan. We hebben onszelf wel eens op de radio gehoord, als spookrijder bij de wereld zingt Gods lof. Maar, vertrouwen. Sommige mensen moet je nooit vertrouwen. Politici moet je nooit vertrouwen. Wat het met paars wordt daar kan je nog niet zoveel van zeggen, maar het vorige kabinet heeft iets verschrikkelijks gedaan, die hebben namelijk mijn taxikostenvergoeding gehalveerd. En ze hebben hem niet alleen gehalveerd, ze hebben hem ook nog eens gedecentraliseerd. Dus gemeentes mogen nu zelf beslissen hoe ze die gehandicapten willen vervoeren. En als gemeentes iets zelf mogen beslissen, hou dan je hart maar vast. Ik voer wel eens discussies met gemeenteraadspolitici en daar zitten me toch een stelletje badmutsen bij zeg. Ik sprak er laatst één, een gemeenteraadslid van D66, en die zei:
"Kijk, eh luister. Sta jij er nou vreemd van te kijken eh luisteren als je ziet eh hoort dat het milieu zienderogen eh horenderoren achteruit gaat? Je moet je natuurlijk niet blind staren eh doof horen op de droge cijfers. Als je naar de cijfers kijkt eh luistert komt daar het beeld eh het plaatje eh het het gezicht eh het geluid uit naar voren als zou het helemaal niet zo slecht gaan. Dat lijkt me een heel kortzichtige eh slechthorende opvatting."
Ik zeg tegen die man: "Joh, bekijk het maar!" Decentralisatie. Stel je voor, ik wil spontaan bij een goede kennis langs. Ik bel twee dagen van te voren spontaan de gehandicaptenbelbus. De gehandicaptenbelbus komt, twee dagen later geheel spontaan aanrijden, ik was alweer helemaal vergeten dat ik spontaan bij de goede kennis wilde langsgaan, de gehandicaptenbelbus is geladen met vier spasten, drie dwarslaesies en twee zware astmalijders, wij gieren door de stad, komen aan bij het huis van de goede kennis, het hele zootje rolt over straat, de hele buurt loopt uit en de goede kennis denkt: "Ah God."
Decentralisatie. En dat socialisten dat kunnen verzinnen. Van christenen kan ik het me nog voorstellen, ja sommige christenen beschouwen handicaps immers nog als erfzonde, maar socialisten. Ik dacht dat die toch politiek bedreven vanuit een zeker moreel oorpunt. En nou las ik vanmiddag weer dat er een criminele organisatie in de PVDA is geïnfiltreerd: Nou dat kan niet, je kunt niet in jezelf infiltreren.
(lied aan piano)
DE KAASSCHAAF
Ze hebben in Den Haag de botte bijl begraven
en vervangen door een veel moderner martelwerktuig.
Je kunt er niet mee hakken maar je moet er mee schaven
en het is van alle kanten begroet met veel gejuich.
Het is de kaasschaaf, de kaasschaaf
schaven schaven schaven met de kaasschaaf.
Je schaaft gewoon wat plakjes van gehandicapten af
en mocht dat nog niet genoeg zijn schaaf je nog wat plakjes af
een paar plakjes wao-ers nee dat lijkt me geen bezwaar
maar pas op met de bejaarden, want oude kaas valt uit elkaar.
Het is de kaasschaaf, de kaasschaaf
schaven schaven schaven met de kaasschaaf.
Ze schaven schaven door totdat ze stuiten op de korst
want het gaat ze om de kaas de rest dat is ze worst.
Seniel of werkeloos of blind of lam of zwakbegaafd,
jij bent straks de lul maar in Den Haag heet dat beschaafd.
Het is de kaasschaaf...
Politici moet je nooit vertrouwen. en zeker niet Europese politici. Die doen soms zulke waanzinnige dingen. Neem nou het peentje. Ja, het peentje. Dat is groente, niet? Dat lijkt me zo klaar als een peentje. Maar wat wil het geval. In Portugal maakt men van peentjes zogenaamde peentjesjam. Dat doen ze al eeuwen, maar volgens de Europese commissie kan dat niet, want in het Jambesluit van 1988 staat dat er aleen en uitsluitend jam gemaakt mag worden van fruit. En wat doen ze dan? Dan beleggen ze een driedaagse top op Corfu en daar komt dan een nieuw jambesluit uit waarin staat dat het peentje voortaan fruit is. Nou als je zo met groente gaat manipuleren dan heb je het bij mij qua integriteit als Europees politicus toch wel echt grondig verpest. Maar dat is niet het enige. Neem nou de douchekop, of liever, het oogje waarmee de douchekop aan de stang bevestigd is. De Nederlandse maat is 9 mm. De Duitse maat is 9 mm. De Franse maat, als Fransen ooit al douchen, de Franse maat is 9 mm. De Engelse maat is 0,43 inch. En wat doen die hufters? Nemen ze de Engelse maat als Europese norm. Dus wat gebeurt er: U of ik willen morgen een nieuwe douchekop en dan past het oogje dus niet meer op de stang. Dus we moeten een nieuwe stang hoewel er niets met die stang aan de hand is. Die zou nog mensenlevens mee kunnen die stang zit met vier keilbouten in de muur verankerd die krijg je nooit van zijn leven los, dus je moet een nieuwe muur, muur blijkt dragend, was je even vergeten, huis stort in, je wordt dakloos, je valt in handen van het Leger des Heils, daardoor raak je aan de heroïne, na acht jaar word je opgenomen in een afkickcentrum, voor het eerst sinds acht jaar sta je weer onder een douche, past Het oogje niet op de stang.
Ik ben zeven en mijn moeder en broertje kwijt. Nou ben ik dus weer op dat strand. Nee dat dat duidelijk is. Ik ben bang en ik hoor Duits. Nou dat is hetzelfde eigenlijk. Rondom mij is lillend duits vlees. Ik loop tegen een Duitse buik op. Wirtschaftswunderbuiken noemde mijn vader die. Mijn vader had het niet zo op Duitsers. Leg ik straks wel even uit. Ik grijp een duitser bij zijn schinken.
"Wie sitzt das nun eigentlich mit dem Grieg?"
ik heb een trauma hoor je dat? Ik ben van de vierde generatie, maar daar krijg je geen uitkering voor.
"Der Krieg, Kinkel!"
O nee die had je toen nog niet. Nou je had ze wel, alleen ze waren nog gewoon boer, geen minister. De Duitser draait zich om en antwoordt met een wedervraag:
"wil je misschien een ijsje?"
Hij zei ijsje, hoorde je dat. Een Duitser, ijsje. Dat strookt nou niet bepaald met het beeld dat mijn ouders mij van dit volk met de paplepel hebben ingegoten. Ik kan het niet aannemen, dat zou collaboratie zijn en zeg daarom ferm: "Sodemieter op met je ijs, Duitser!"
Ik ga maar in de zon liggen op het strand.
Dat kan ook niet meer gewoon, zonnen op het strand. Heb je eindelijk eens één dag mooi weer en je ligt nog geen seconde in het zand of er komt een bus met werkloze dermatologen langs: "Weet u wel dat dat heel gevaarlijk is, liggen in de zon, daar kunt u huidkanker van krijgen, wist u dat wel."
De kankerbus! Weet je wat mij is opgevallen? Tegen Duitsers zeggen die mensen van die kankerbus niets. Laten ze gewoon liggen. Want een goeje Mof is een... Jezus, dat jullie dat zomaar afmaken. Makkelijk hoor. Maar als ik zeg een goeje Turk is een... dan hoor je niks. Omdat iedereen in zijn broek schijt om voor fascist te worden uitgemaakt. Terwijl die Turken net zo goed of fout zijn als die Duitsers, kijk maar naar Koerdistan. Maar met Duitsers mag het blijkbaar wel, en dat komt, volgens mij, door de oorlog. Ja. Dat is een heel nieuw inzicht. Ik zal even mijn trauma uitleggen. Ik ben opgegroeid met de oorlog. Mijn ouders hebben niet gevangen gezeten, ze zijn geen dierbaren verloren, ze hebben niet in het verzet gezeten, daar waren ze nog veel te klein voor, ze hebben hem gewoon meegemaakt, de oorlog. En het besef, dat zij leefden terwijl miljoenen werden vergast, dat is iets, waarover zij nooit konden ophouden zich te verbazen.
6 miljoen. elke keer als mijn vader het zei, klonk het, alsof ik dit cijfer voor het eerst hoorde, 6 miljoen.
Bij ons thuis was de oorlog er altijd. Elke dag werd je wel met de oorlog geconfronteerd. Al was het alleen maar door de stank van verrotte etenswaren in de keuken, moeder bewaarde alles. Een tic die ze van de hongerwinter had overgehouden. Uiterste verkoopdata werden door haar met minstens een jaar verlengd. Regelmatig ontploften er bij ons thuis in de ijskast bekertjes vruchtenyoghurt. Dan dacht vader dat het weer oorlog was. De oorlog was er altijd. Als Duitsers je de weg vroegen dan wees je ze de verkeerde kant uit. Vader had ons bevolen bij zulk soort gelegenheden de volgende tekst uit te spreken:
"U gaat hier rechtsaf de Churchillaan op, dan gaat u links de Rooseveltlaan in, tot u uitkomt op het Montgommeryplein, dan kunt u achter het Jaltamonument uw BMW parkeren, en dan bevindt u zich op loopafstand van het Anne Frankhuis.
Toch heb ik Duits als eindexamenvak op de middelbare school gekozen, mijn vader mocht dat niet weten. Naamvallen oefenen dat deed ik in de kelder. Dat was dezelfde kelder, waar mijn vader gedurende de bange oorlogsdagen met een vergiet op zijn kop naar radio Oranje had zitten luisteren. Met dit verschil dat ik ten aanzien van de Duitse woordjes het vergiet niet op maar in mijn kop had zitten. Mijn vader kwam er toch achter. Hij is de kelder binnengevallen en heeft al mijn Duitse leerboeken geconfisceerd en in de open haard geflikkerd, en toen heb ik maar Turks in mijn pakket genomen. Moeilijk Turks, moeilijk, ik snap niet hoe die Turken dat kunnen praten. Nou en toen kwam ik van school af, en toen wilde ik iets gaan doen om het vaderland een dienst te bewijzen, ik ging in dienst.
Ik wilde bewijzen dat ik dan wel blind mocht zijn, nou ja dat hoefde ik niet te bewijzen, dat zag men wel aan de manier waarop ik mijn oproepkaart had ingevuld, ik wilde bewijzen dat ik dan wel blind mocht zijn, maar dat ik best nog in staat was een geweer vast te houden, of een handgranaat achter de vijandelijke linies te werpen. Ik wilde graag bij de genietroepen, ik vond mezelf behoorlijk geniaal in die dagen, maar dat mocht niet. Ik had een te hoog IQ. Leger is niet voor niets de vergrotende trap van leeg. Ik werd geplaatst bij de spiksplinternieuwe luchtmobiele brigade. Behalve dat we geen helikopters hadden. De enige mobiele lucht was de tocht op de slaapzaal. We moesten ons op de grond maar gaan bezighouden. Dat deden we met het zogenaamd lopen door mijnenvelden, het in de stad voortbewegen met camouflagepakken (je ziet me niet hè, nee) en de nucleaire aanval. Dan riep er iemand flits flits flits dan moest je voorover gaan liggen en dan gebeurde er helemaal niks. Na de eerste schietoefening had ik de luchtmobiele brigade behoorlijk uitgedund, en na de tijgergang was ik nog maar de enige. Toen zei de kuko, kutkorporaal, Bijlo, bijdehandte lolbroek, ik heb eens met Wiko gesproken, dat is de nieuwe premier, en Wiko wil zoveel bezuinigen dat waarschijnlijk het hele leger opgeheven wordt. Jovo is het er niet mee eens, da's de nieuwe minister, jovojovo, maar wat Wiko zegt moet gebeuren. Het leger moet weg. Het kost veel te veel, en het is verschrikkelijk inefficiënt. Ik zeg tegen die kuko: Wat een pacifistisch gelul zeg, je moet het leger niet opheffen, je moet het rendabel maken, je moet het privatiseren. Maak dan een Camel-infanteriebrigade, een vierde Durex-pantserdivisie. Laat de oorlogvoering sponsoren. Deze granaat wordt u aangeboden door Muiden Chemie. Maar het leger werd niet geprivatiseerd. Het deed iets anders, waarover mijn vader zo kwaad werd, dat hij mij onmiddellijk beval te deserteren. Het Nederlandse leger ging nauw samenwerken met de Duitsers.
(lied aan piano)
SOLDIER'S THINGS TOM WAITS (VERTALING: MARISKA REIJMERINK)
Bedbanken en paukenstokken
en pandjesjassen
een tafelkleed, mooie leren schoenen
zwembroeken en bowlingballen
'n klarinet en ringen
van deze radio is een draadje los
Van alles en nog wat
Soldatenspul
Z'n uzi, z'n laarzen vol met stenen
O en deze is voor dapperheid
en deze is voor mij
En alles kost een gulden in deze doos
Manchetknopen, wieldoppen
medailles en romannetjes
Je kan er goed in rijden, maar de remmen zijn wat door.
Stropdassen en bokshandschoenen
Dit zakmes is verroest
Deuk die hoed maar gewoon uit
Van alles en nog wat
Soldatenspul
Z'n uzi, z'n laarzen vol stenen
O en deze kreeg ik voor mijn dapperheid
En deze hou ik zelf
Verder kost alles een gulden in deze doos
"Je kan! Je kan springen!" roept men van heel ver weg beneden. Ik sta op de hoge duikplank en ik vertrouw het niet. Ik ben bang dat ik iemand een dwarslaesie bezorgen zal.
"Spring nou, lul!" Met de moed der wanhoop laat ik me toch maar in de orkaan van kinderstemmen vallen, er zwemt niemand onder mij.
Het is vandaag wereldblindendag. Heb je het gelezen? De blinden niet. Iedereen heeft tegenwoordig zijn dag. Wereldsecretaressedag, nationale fietsdag internationale boomfeestdag dag ter bescherming van het ongeboren leven, vaderdag, moederdag biddag voor de was droogmolendag, er gaat geen dag voorbij of hij is wel ergens voor. Maar op een gegeven moment zijn die dagen op. Dan gaan ze het in uren doen. Reumauur dotteruur, moet je steeds op je horloge gaan kijken. "Hoe laat is het? Vijf over één, dan is het herpes2uurtje al begonnen."
Typisch amerikaanse vinding, als iets sukses heeft moet het een vervolg krijgen, ze zijn ook al bezig met een nieuwe variant op aids, hiv5. Wereldblindendag. Ik doe daar niet aan mee. Ik ga me niet blinder maken dan ik al ben. Mijn huisarts beweert dat blind tussen je oren zit. Dat is zo'n new age-eikel zo'n Ted Troostepigoon, zo'n orenmafioso. Ja, dat vind ik zo'n flauwe kutopmerking natuurlijk zit blind tussen je oren, want je ogen zitten nou eenmaal tussen je... juist. Blind is psychisch, als je maar wilt, kun je zien. Ik zeg tegen die haptonomische flessentrekker we zullen eens kijken, jij geeft mij nu de sleuteltjes van jou saab... Enfin toen bond hij in. Nee. Blind is blind en daar kun je niks aan doen. Je kan naar Pearl gaan want bij Pearl is de tweede bril gratis, maar zelfs met beide brillen op zie je nog geen steek. Ik heb er trouwens helemaal geen last van, ja ik zie niks, maar verder... Ik heb een keer een fietser ernstig verwond. Ik steek de straat over, prik ik mijn stok precies tussen de spaken. Ja je ziet het niet hè, dat is het eigenlijk, je ziet het niet. Zo heb ik jarenlang pal tegenover een exhibitionist gewoond, wist ik niks van. Je ziet het niet. In de spiegel van de kapper zie ik niks dus mijn haar zit altijd goed. Ik kan uren in een kamer zitten met mensen zonder dat ik weet dat ze er zijn. Dat is me een keer gebeurd met een andere blinde. Ik wist niet dat hij er zat, en hij wist niet dat ik er zat. Dat heeft een dag of vier geduurd, en toen zeiden we tegelijk: "Hoi!" We zijn ons de pleuris geschrokken. Dat bleek mijn broer te zijn, die andere blinde. Daar woonde ik al een jaar mee samen, wist ik niks van. Leuk was dat, samenwonen met een blinde. Dan gingen we koffie drinken, en dan kwam ik de kamer binnen met een blad met koffie, en hij kwam er net uit met de suiker en de melk, koffie verkeerd. Of we gingen samen een krat grolsch halen. Ik voorop, met de stok, en dan dat krat en dan hij. In een treintje. Nou waren ze op weg naar de supermarkt aan het graven, en er stonden wel hekjes, maar die stonden een de straatkant en aan de plantsoenkant. En wij liepen daar precies tussendoor. We lagen in het gat en ik zeg tegen mijn broer:
"op een dag drink je geen bier meer."
(lied aan piano)
WHISKEY
Ik zit vaak 's avonds met vrienden in een heel gezellig oud café
en dan doen we daar de blaastest want ze hebben maar één wc
We drinken bier en veel whiskey omdat dat goed valt
want in Whiskey zit geen alcohol whiskey is puur malt.
Hans die is heel treurig want zijn vrouw die nam de benen met een buschauffeur
Die chauffeur rijdt op lijn 4 en die heeft een halte bij hun voor de deur
in de remise heeft hij haar gestript en Hans zijn leven is vergald
maar in whiskey zit geen alcohol whiskey is puur malt.
en dikke Bert die zit te zijken over Turken en Marokkanen bij hem in de buurt
want ze bezetten alle huizen, die eigenlijk aan Hollanders moeten worden verhuurd
hij roept Nederland is vol er kan niemand bij
maar er is nog zat plaats als Bert maar wat afvalt
en in whiskey zit geen alcohol whiskey is puur malt.
en 's nachts in de warme regen lopen wij in polonaise door de mooie lieve stad
de lantarenpalen praten en een merel brengt een ode aan een hele oude kat
en uit onze kelen klinkt een god'lijk gezang
in whiskey zit geen alcohol want whiskey is puur malt
in whiskey zit geen alchohol tot je op het asfalt valt.
En ik zit daar al die tijd maar op dat strand, zonder zonnebrand en zonder moeder. Het is jammer dat het op het strand zo'n klereherrie is, anders had ik mijn moeder misschien wel ergens horen praten. Al die transistors die maar van die domme muziek voortbrengen, lalaashoalala sugar babylove en popcorn, er waren nog geen walkmannen.
Soms zit je in de trein naast zo'n imbeciel met zo'n walkman op. (tssstsststsssts) en dan gaat hij ook nog eens meetikken met zijn voet (tssstsstsstss tik tsstsstss tik tik, uw vervoersbewijs alstublieft, tsstssst tik tik, uw vervoersbewijs alstublieft, tsstsstsss tik hè?) maar die waren er nog niet die walkmannen. Er is nog niks gebeurd op dat strand. Ja ik heb een bal tegen mijn kop gekregen en iemand heeft me geprobeerd te onthoofden met een frisbee. Ik heb een ongelofelijke dorst gekregen. Ik had eigenlijk gewoon dat ijsje moeten nemen van die Duitser, dan had ik een raket genomen, er waren nog geen magnums. Dat gezeik over die oorlog, daardoor heb ik toch mooi mijn raket door mijn neus laten boren. Hij ligt nog achter me, die mof. Zal ik het hem gewoon vragen? "Eis!" Je moet ze gewoon commanderen dat doen zij ook altijd. "Ja," zegt hij, "your eyes are very bad."
"Nee joh lul ik praat geen Engels, ik praat Duits. "Ich will eis.""
Nein."
"No, only one."
En verdomd, twee minuten later heb ik een raket te pakken. De vrede tussen mij en de duitser is een feit. We sluiten een pakt, de vrede van Vlieland. En samen gaan we hand in hand de pauze in.
(na de pauze)
"Ja, hang hem er hier maar uit, hier kun je rustig pissen." roept mijn vriendje. Ik ben nog maar nauwelijks begonnen of dertig joelende schoolmeisjes fietsen voor mijn plasser langs. Ik sta voor lul.
Zo, ik heb net in de pauze de krant zitten lezen, en u weet het natuurlijk, het gaat niet goed met de Deventer Koekfabriek. Nee. Er zijn heel veel arbeiders die bang zijn dat ze in de wao terecht komen omdat ze nu een nieuwe
cacaocao hebben. Mijn krant zegt het alsvolgt: (met computerstem) Deventer. De werknemers van de Deventer koekfabriek hebben vandaag een petitie aangeboden aan de voorzitters van PvdA CDA en
D66. Veel arbeiders zijn bang in de wao terecht te komen als gevolg van de nieuwe cacaocao. Erg handig zo'n spraaksynthesizer. Het is net een chagrijnige Rus die in Vlaanderen Nederlands heeft geleerd, of de Paus die de Nederlandse bisschoppen toespreekt. Er stond een keer een recept in die krant en volgens dat ding had ik daar 100 kg tomaten voor nodig.
Nog nooit zijn zoveel blinden op één dag aan de schijterij geweest. Die krant werkt met een computer. 's Avonds zet je hem an en 's morgens staat de hele krant op de harde schijf. De hele krant, behalve de rouwadvertenties. Waarschijnlijk denken ze op die redaktie: "het is toch al zo erg voor die blinden." Het gaat wel langzaam, die krant lezen. Op woensdag zit ik nog maar halverwege het zaterdags bijvoegsel, dus af en toe luister ik ook nog wel eens naar de radio om op de hoogte te blijven. Maar daar is ook een hoop onzin op, op die radio! Ik dacht dat het alleen op tv was, maar de radio is net zo erg.
(let's do it! "Hèè Mike, ga je mee vissen?" "Ja okee John, maar dan moet ik toch eerst even een spotvisakte gaan scoren!" "Dat zou ik maar doen Mike, want ik heb er al één." Let's do it!)
Belachelijk om dat zo te populariseren. Als er toch iets ouwelullerig, gezapig bedaagd en burgerlijk is dan is het toch wel vissen. Ik hoorde laatst dat Wim Bosboom ook vist. Als ik visser was zou ik me opknopen aan mijn eigen hengel. Je ziet dat veel in reclames dat ze dingen voor oude mensen populair gaan brengen. Met Bokma doen ze dat ook en met Old Spice. Nou als er iets oubollig, burgerlijk, gezapig en bedaagd is dan is het toch wel Old Spice. (snuiven) Nee, vanavond niet, maar gisteren heb ik vier mensen laten verwijderen die dat op hadden.
("Hee, heb jij de tegekke nieuwe depend incontinentieslip al geprobeerd?" "Ja geweldig, niemand ziet het en je kunt er alles mee doen en het lekt nooit door. En je ruikt het ook niet, als je lekker veel Old Spice op doet.)
Ik vind radio wel een spannend medium. Ik ben laatst naakt voor de radio geweest. Bij de lokale radio-omroep Staphorst. Die zouden me bellen voor een telefonisch interview, om acht over zeven 's morgens, alleen de tijden zijn onchristelijk in Staphorst. Ik word wakker van de telefoon, ren de huiskamer in, neem die hoorn van de haak, helemaal naakt, interviewster had niks door. Ze zei wel dat ik en mooie stem had. Je gaat toch anders praten als je naakt bent. Je kon gewoon horen, dat nieuwslezers van de bbc op de radio vroeger een smoking moesten dragen. Op de radio!
Op tv moet je natuurlijk wel iets netjes aan. Nou ja van mij niet, Joop van Zijl mag wat mij betreft het journaal presenteren in een fel oranje trainingspak, dan gaat het misschien wat sneller.
O nee, dat kan helemaal niet, Joop van Zijl is al jaren dood. Wist je dat niet? Het zijn alleen maar archiefbeelden die ze gebruiken. Die knippen ze en dan plakken ze ze aan elkaar, daarom gaat het ook zo langzaam. Televisie. Voor mij is het een onbegrijpelijk medium. Ik zette hem laatst aan hoor ik (schreeuwen). Boudewijn Büch op de Noordpool. Kwam ik pas na tien minuten achter. Televisie kijken is voor mij eigenlijk net zoiets als luisteren naar het nieuws voor buitenlandse werknemers. (hwanajagadjabad pne prijscompensatie.) Eerst snap je er niks van, maar dan hoor je iets bekends en dan is het pas duidelijk.
Als ik dit hoor: (zaaggeluid) dan denk ik: Teleac, klussen in huis.
(Om het hart te bereiken moet de chirurg eerst het borstbeen verticaal doormidden zagen en de pezen en spieren dienen op vakkundige wijze te worden doorgesneden. Na de ster ziet u hoe het hart uit de borstkas genomen zal worden.)
En dan komt een zwevend sterblok met "geef mij maar Rosta" en die man die had het al aan zijn hart. Sommige dingen weet ik meteen. Klasgenoten, geen probleem. Ik hoor een geflipte onderwijzer en dan denk ik, ja, dat is Postema. Van de week had die Chiel van Praag. Chiel van Praag van Nederland Muzakland. Heb je het gezien. Hoe ze bij die man een klas bij elkaar hebben kunnen sprokkelen is me een raadsel. Of Hollands drama, dat heb ik ook na een seconde al door.
"Peter, ik had je het achtenhalve maand geleden al willen vertellen, maar het kwam er nooit van, ik ben ... maar niet van jou maar van een Franse zanger, of iemand uit Den Haag...
Wat een onzin zeg. (kreunen) jongens, wat is dit? (meer kreunen) prachtige opslag daar van Seles. Of sterspots, waarbij ze alleen maar muziek draaien, zo Stom van die adverteerders, misschien had ik het
product best willen kopen, maar ik weet niet wat het is. Zo loop je de hele blindenmarkt mis.
Volgens mij luisteren mensen nooit goed naar die televisie. Als ze goed naar de tv zouden luisteren zouden ze er niet zo vaak naar kijken. Gisteren zond de EO een documentaire uit over mensen die geboren worden zonder hersenen. Ja, en die schijnen nog heel goed te kunnen functioneren. In Nederland alleen al gaat het om zo'n vijfhonderdduizend gevallen. Nou en hoeveel leden heeft de EO.
Ik vind maar een paar dingen leuk, op tv. Testbeeld, het nieuws voor doven en slechthorenden en rampen en televisie. Stel dat er een vliegtuig neerstort. Eerst tel je binnen een kwartier op drie verschillende netten bij Sonja, Ivo en Karel al duizend slachtoffers, waar ze die mensen vandaan halen dat weet ik niet, dan verbieden ze alle commedies, dat lijkt me niet zo'n ramp, dan krijg je allerlei deskundigen, Baksteen die ook niet begrijpt hoe dat vliegtuig kon neerstorten, gewoon zwaartekracht zou ik zeggen, en dan begint de inzameling.
Dan komt er een of andere eikel uit het bedrijfsleven 300 kg theeworst ter beschikking stellen waardoor het
aantal slachtoffers op 1300 komt, en dan komt er weer een zwevend sterblok met reclame voor Martinair, dat waren ze vergeten eruit te halen. Martinair, service aan boord in uw eigen taal. Dus ze zeggen niet "we're falling down" maar ze zeggen "we storten neer" nou dat is toch erg prettig. en wat dan nog het allerleukste is, is dat die ramp dan weer terugkomt bij het jaaroverzicht, want dat vind ik ook tegek. Dan heb je anderhalf uur en daar moet je tweehonderdvijftigduizend doden in kwijt, geen uitvaartbedrijf dat daar tegen opgewassen is. Wat zou er nou uiteindelijk van deze maand in het jaaroverzicht terecht komen? (aktuele dingetjes eindigend op trein naar Vlissingen die vergeten is te Zwijndrecht te stoppen).
(lied aan piano)
DE TREIN
Ze praten over röntgenstralen
iemand leest de rails
ik ruik koffie en mest
en naast mij hoest een zware roker
een jongen met een walkman
tikt de maat mee met zijn voet
het is zeven voor negen
we zijn een kwartier te laat
twee vrouwen praten over de oorlog
ik hoor ergens een kus
een kind roept dat er lammetjes in de wei staan
de roker hoest en steekt een nieuwe sigaret op
de conducteur knipt mijn vervoersbewijs, ik ben rail aktief
het is zes voor negen en we zijn een kwartier te laat.
nagellakremover
en after shave
er wordt een mandarijn gegeten
en ze praten nog steeds over de oorlog
maten komen terug van verlof
studenten gaan weer studeren
ouden van dagen op bezoek
want tante Cor van Joop is jarig
het is vijf voor negen en we zijn een kwartier te laat
op de cadans van de wielen
ontstaat vanzelf een gedicht
het is af bij het eindpunt
Maastricht.
"Ren maar jongen, hier kan niets gebeuren," roept mijn moeder. Ik vertrouw het niet. Toch ren ik, met volle kracht, het prikkeldraad in. Ik ben niet kwaad, ik schaam me alleen maar voor haar, omdat ik het prikkeldraad ben ingelopen.
De Duitser en ik, wij zijn een gesprek begonnen over goed en kwaad. Ik ben zeven en zo geprogrammeerd dat ik Duitsers niet aardig vind en de rest wel. Hij vertelt van Japanners en Italianen, die ook fout waren in de oorlog. Het wil maar moeilijk tot mijn kinderbrein doordringen. Alleen moffen toch, alleen
moffen? "Nee," zegt hij, "iedereen was en is fout. De Chinezen, de Tibetanen, de Russen, de Afghanen, de Vietnamezen, de Amerikanen, de Cubanen,de Noordkoreanen, de Zuidkoreanen, de Noordjemenieten, de Zuidjemenieten, de Servièrs, de Kroaten, de Hutu's, de Tutsi's, iedereen is fout. Der Mensch ist den Menschen ein trauriges Ungeheuer." Héé, denk ik, dat is Reiner Maria Rilke, ik ben zeven. "Is iedereen fout?" "ja, "iedereen." "O ja joh?" "Ja, iedereen." "Nee joh." "Jawel" "nee joh" "jawel" "nee joh" "jawel" en dat sleept zich nog zo'n drie kwartier voort, en we bestellen nog een raket.
Als je iets wilt, moet je het gewoon doen. Toen ik zeven was, moest en zou ik klompen! Mijn vader zei: "Klompen! Jij? Wie denk je wel dat je bent! Je bent niet Tjibbe Tjobbema uit Sexbierum, je bent Vincent Bijlo uit Bussum."
"Ja maar..."
"sodemieter op zeg jij gaat maar netjes op je nikes naar school. Klompen, halve gare het stinkt hier nu al naar stront. Bah. Pummel! Wat moeten de mensen wel denken, kijk die Bijlo loopt op klompen, blind en ook nog eens geestelijk gestoord, wat zielig."
Ik kreeg ze niet. Ik ging in verzet. Ik at niet meer. Wilde op blote voeten naar school. Zei lul tegen de leraar. Ik kreeg slechte cijfers, geen klompen. Maar uiteindelijk kreeg ik, op dringend advies van de schoolarts en het hoofd des blindeninstituuts, klompen. Luid daverend kloste ik door de lange, hoge holle gangen. ik was geen boer, ik was koning. Geen blinde zou het ooit nog wagen, tegen mij op te botsen, haha!
Als je iets wilt, moet je het gewoon doen. Als je koffie wilt, moet je het gewoon zetten. Als je geen koffie wilt moet je het ook niet gaan zetten. Als je net zo beroemd wilt worden als ... dan moet je net zo beroemd worden als ... Ik wilde vroeger ook altijd beroemde mensen worden. Toen ik zeven was dacht ik, ik moet een soort Rob de Nijs worden. Ik was net aan het wisselen dus het spleetje tussen mijn tanden had ik al, ik zet op een avond een kaars voor mijn raam, de hele tent in de hens. Toen ik veertien was wilde ik Denny Christian zijn. Hoebahoebahoebahop dat heeft een dag of vier geduurd. Toen ik twintig was dacht ik, ik moet gewoon een soort Henk Westbroek worden. Dat leek me nou een goed doel in mijn leven.
Water dat kookt bij honderd graden
en als je het aanlengt met siroop dan krijg je limonade
alles is onderhevig aan zwaartekracht
en als de zon op de andere kant van de aarde schijnt
is het hier nacht.
James Watt heeft de stoommachine uitgevonden
en Sherlock Holmes woonde op Baker street 221 in Londen
Bell vond de telefoon uit om zijn moeder te bellen
en pizza's kun je tegenwoordig telefonisch bestellen
Je trekt al snel je conclusie
Westbroek is een illusie.
Nou dat was dus ook niks. Toen heb ik me een tijdje stierlijk verveeld, helemaal gedesillusioneerd, een hele vervelende tijd was dat. Ik begon liedjes te schrijven als:
De ijskast slaat aan
en de ijskast slaat af
de ijskast slaat weer aan
en de ijskast slaat weer af
de verwarming slaat aan
en de verwarming slaat weer af
het is hier saai.
er slaat een hond aan
er gaat een autoalarm af
de verwarming slaat weer aan
en de ijskast slaat weer af
de telefoon zal nooit eens gaan
en ik tel de uren af
het is hier saai.
Ik doe een trui aan
want de verwarming sloeg weer af...
Hè nee bah zeg nee dat was het toch ook helemaal niet. En toen begon die doodsaaie verveling weer. Ik was intussen wel op mezelf gaan wonen, mijn ouders vonden me te vervelend, ik woonde op mezelf en ik verveelde me dood. Want weet je wat nou zo treurig was? Ik had helemaal geen
hobbys. Ik kon werkelijk helemaal niks verzinnen waarvan ik dacht: Dat zou nou een hobby voor mij zijn. En iedereen in mijn omgeving wel. Iedereen had hobbys. Mijn vader, die is bibliofiel. Dat je het met boeken doet. Die verzamelt eerste drukken. Ik heb er nog tweeduizend voor hem van mijn eerste boek. Of een vriend van mij, die heeft een grote hamerverzameling. Verschrikkelijk. Ik heb één hamer, en dat vind ik al meer dan genoeg. Ik ben niet zo'n doe het zelver. Ik heb één keer een kastje opgehangen voor het mooie servies... precies. En iedereen zei altijd joh neem nou eens een hobby, ga nou eens brein. Dus ik breien, met pen 8, dan schoot het lekker op, en toen had ik een trui gebreid, was hij te klein, een klotetrui was het. Toen heb ik nog een tijdje origami gedaan, ja dan moet je een beetje Japans gaan vouwen, moest ik een vlinder vouwen, werd het weer gewoon een prop.
Toen heb ik nog een tijdje een treintje gehad, en toen ging ik er mee rijden maar daar had ik niks aan, want als ik ging voelen op die baan dan flikkerden al die stationnetjes en die wagonnetjes en die boompjes en die huisjes en die dingen om. Toen heb ik
ook nog een tijdje scheepjes gebouwd, en dan moest je die scheepjes in een fles doen, en dan wilde ik een glaasje wijn nemen en dan schonk ik een hele driemaster in mijn glas. Toen heb ik het maar helemaal opgegeven, met hobbys, maar toen zat ik met een lege hobbykamer, want die had ik wel, een hobbykamer. Daar heb ik maar een radio neergezet, maar radio luisteren, dat doe je ook niet voor je hobby. Ik zat op een avond aan dat ding te draaien, en toen hoorde ik een drs. En toen dacht ik, ja, dat moet ik natuurlijk worden, een drs.
Thans ga ik u iets vertellen
omtrent een heikel en zeer ernstig probleem
het is heel tragisch en ik durf gerust te stellen
dat ik een ieder de eetlust nu ontneem.
Het is de mest de mest het is de pluimveemest het is de varkensmest de vogelmest 't is allemaal de pest
het is de mest de mest het is de rundermest de kunstmest drijfmest en broeimest.
Vroeger rook het opperbest maar nu is de lucht verpest door allerhande mest.
Van Beverwijk tot Bukarest
van Breukelen tot Budapest
Van Edinburgh tot Brest.
ik pleit hier voor een manifest
een manifest een heus protest
een handvest tegen mest.
En geeft de politiek ons dan nul op het rekest
dan krijgen wij in nederland een grote berg mest
zo hoog als de Mount Everest
en ik heb geen reddingsvest.
Nee, dat was het toch ook niet. Bovendien is er maar één drs. P, en dat is Drs. P. Toen heb ik nog een tijdje
Peter Smit nagedaan, ik was er erg goed in maar niemand herkende hem, En toen ben ik op mijn vijfentwintigste mijn broer gaan nadoen, En dat doe ik eigenlijk nog steeds.
"Nee joh" "jawel" "nee joh" "jawel" en we bestellen nog een chocoladecornetto. "Nee joh" "jawel" "nee joh" "jawel" "met nootjes" "nee joh" "jawel" "nee joh" "jawel" "zonder nootjes" "nee joh" "jawel" "nee joh" "jawel" en op dat moment voegt een Noordvietnamese loempiaverkoper zich bij ons. "Roempia's, roempia's, rekkele
roempia's!"
"ha, Noordvietnamese loempiaverkoper," zegt de Duitser. "Je komt als geroepen. Ik heb een interessant vraagje aan je. Wie waren er fout in Vietnam?"
"De Zuidvietnamezen," zegt de Noordvietnamese loempiaverkoper.
"ja, en wie nog meer?"
"O, de Amerikanen."
"Juist," knort de Duitser tevreden. En op dat moment spoelt er een Zuidvietnamese bootvluchteling aan. "Woempia's, woempia's, wekkere woempia's!"
"Ha Zuidvietnamese bootvluchteling, je komt als geroepen," zegt de Duitser. "Ik heb namelijk een interessant vraagje aan je. wie waren er fout in Vietnam?"
"De Noordvietnamezen."
"ja, en wie nog meer?"
"O, de Russen."
De Duitser roept: "Zie je nou wel, iedereen is fout, iedereen is fout. De mens is dom en leert nooit van de geschiedenis."
Dat laatste had hij beter niet kunnen zeggen. hij wordt getroffen door een frisbee, wankelt en zakt in elkaar. Ik roep om hulp. De reddingsbrigade is vlakbij maar wil niet helpen, het is niet in het water gebeurd. De ehbo is ook vlakbij maar wil ook niet helpen, het was geen ongeluk, eerder geluk, zeggen ze. Er komen steeds meer mensen om ons heen staan. Ze lachen, klappen en juichen. Blikjes Heineken worden over hem leeggespoten, een bifiworstje in zijn reet gestopt. Enkelen beginnen zand over hem heen te gooien. Ik probeer hem weg te slepen want ik heb medelijden, maar het lukt me niet, ik mag dan wel wijs zijn voor mijn leeftijd, ik blijf zeven.
Ik heb een buurjongetje van zeven. Een heel eng ventje. Ik hoorde hem laatst tegen zijn moeder zeggen: "Houd je bek vuile teringhoer anders verkracht ik je!"
Ik zeg tegen hem: "Dat heeft je vader helaas al gedaan."
Toen zegt hij: "Hou jij je erbuiten, vieze homojood."
Ik vraag aan zijn moeder: "Waar leert hij dat allemaal?"
Ze zegt: "Van de andere kinderen."
Ik vraag: "En die andere kinderen, van wie leren die dat?"
Ze zegt: "Van weer andere kinderen."
Ik zeg: "En die kinderen?"
"Van de televisie," zegt ze.
"En van hun ouders. Want wie laat ze televisie kijken omdat ze anders ook niet meer weten hoe ze die kinderen moeten bezighouden? Hun ouders."
"Ach," zegt ze, "je moet je niet zo druk maken, hij roept maar wat."
"Hij roept maar wat, zo is het nazisme ook begonnen. Ze riepen maar wat, totdat ze zo hard riepen dat ze er zelf in gingen geloven, en iedereen ging het roepen en iedereen ging het geloven. Nu is hij nog tevreden met een Nintendo game boy, maar over vijf jaar wil hij meer, wil hij erger, wil hij echt bloed. In Sollingen is het al gebeurd. Daar heeft een jochie van 15 een huis van Turken in brand gestoken."
"Ja dat zal allemaal wel, maar ik moet nou weg, ik moet nog even naar de slager, vlees kopen."
"Vlees kopen? Moet je nou godverdomme elke dag vlees eten?"
Ze zegt: "Wil je alsjeblieft niet zo vloeken?"
Ik zeg: "Ik roep maar wat!"
(lied aan piano)
ENKELTJE EUROPOORT
De zon brandt onbarmhartig op de kade
in de container is het nu al hondsbenauwd
ze wachten tot ze worden ingeladen
ze wachten op hun reis naar 't land van goud.
Ze voelen hoe ze worden opgehesen
ze zwenken, zakken zwaaiend in het schip
daar gaan ze, vier verzegelde Ghanezen
op weg naar 't land van vrijheid en begrip.
Ze slaan de tijd stuk met verhalen
en ze blijven maar herhalen dat ze 't halen dat ze 't halen
want de motoren blijven malen
dus ze moeten wel herhalen
dat ze 't halen dat ze 't halen.
De wind giert ijzig koud over de kade
in de container is het nog steeds hondsbenauwd
ze wachten tot ze worden uitgeladen
hun lijken staan nu in het land van goud.
De minister stuurt een faxje naar de haven
stoffelijke resten retour met volgende boot
ze moeten thuis worden begraven
want illegaal is illegaal, ook al zijn ze nu dan dood.
het is toch maar toeval, waar je geboren bent. Als ik 150 km naar het oosten geboren was, dan had ik zo gepraat.
(Finkersimitatie.) Nou dan was ik ook wel cabaretier geworden denk ik. Als ik 2000 km naar het zuidoosten geboren was, dan was ik misschien wel moslim geweest. En dan was ik misschien wel beschoten door Serviërs, of Kroaten, of andere moslims. En ik zou het niet begrijpen.
Mensen met wie ik onder Tito de beste maatjes was, we zopen samen zlivovitzj tot diep in de nacht. Ik zou wel willen terugschieten, mar waarschijnlijk zou ik mijn eigen medemoslims om zeep helpen. Ik zie het verschil niet tussen de Kroaten
en de Serviërs en de moslims. Maar ik ben gelukkig gewoon in Nederland geboren, en niet in Ruanda, Cuba, Haïti of...
Ik ben daar blij om. Nederland is wel vol, maar het is wel gezellig hier. Ik woon in een ouwe wijk, zo'n wijk waar je nooit een politicus ziet behalve als de verkiezingen eraan komen, het is een leuke wijk. Turkse groenteman is 6 keer zo goedkoop als de Hollandse, en twintig keer zo vers, 1 kilo knoflook voor f2.95, maar dat koop ik niet meer, ik kreeg klachten vzan het publiek. Bij ons in de wijk hoor je wel honderd verschillende talen die je nooit aan de Loi zou kunnen studeren. Nou moet ik wel toegeven dat de sfeer de laatste tijd wel een beetje grimmiger wordt. Ze zijn bij ons in de buurt bezig met renoveren van huizen. Ze waren bij mij vanmiddag de gelvel aan het zandstralen, toen kwam er een Turk voorbij, en ik hoorde
van wel acht verschillende kanten: "als jij je laat zandstralen, dan zie je er al een stuk beter uit." Dat lijkt eng, maar dat is bij ons in de buurt toch meer een soort van open dialoog. Het is nog niet echt eng, ik bedoel, zolang Janmaat leider is van de cd is het toch nog niet echt gevaarlijk. die man, zo'n charlatan, die staat voortdurend zichzelf te parodiëren, er zijn cd-ers die ik veel enger vind. Die
vrouw van Janmaat, die Wil Schuurman, die is pas eng. Die zit nou ook in de kamer. Die heeft haar linkerbeen verloren, daarom is ze zo rechts geworden. God wat zou ik nou eens graag met die Wil Schuurman door de Kanaalstraat in Utrecht willen lopen. Moet je je voorstellen, dan liepen we daar, tenminste ik, ik zou die rolstoel van Schuurman duwen, ik zou er flink de pas inzetten met zo'n lekkere stootbumper voor me. Dan reden we daar, we roken allerlei exotische geuren, we kochten een Turks brood, we kochten een stukje Griekse feta, made in Holland, daar zou Schuurman dan wel weer trots op zijn, we kochten een potje Portugese peentjesjam, we hoorden de voorzanger van de moskee, we hoorden de klokken van de katholieke kerk, we hoorden studenten praten over röntgenstralen, en dan liepen we naar mijn huis, dan zou ik naar binnen lopen, en ik zou aan mijn Turkse bovenbuurman vragen: "breng jij mevrouw Schuurman even naar het station."
Iedereen is weg. Ik blijf zitten bij de gevelde Duitser. Net dacht ik nog dat hij dood was, maar nu hoor ik boven het geruis van de branding uit zijn gorgelende adem. In de verte rommelt de donder. We moeten hier weg. Ik schud aan de Duitser, het bifiworstje valt uit zijn reet. Hij begint te bewegen en komt langzaam overeind. Valt, probeert het nog een keer en blijft dan wankel staan, steunend op mij. Ik ben zeven.
"Waar moet je heen, Bübchen," vraagt de Duitser.
Ik vertel hem waar het idyllische huisje staat waar wij de vakantie doorbrengen. Ik kan hem alléén niet vinden, je moet een drukke weg oversteken en dan langs prikkeldraad in de duinen.
Hij zegt: "hab' kein angst. Geh nicht durch die böse Strasse wo die schönen Augen wohnen."
"Hé, dat is Heinrich Heine" denk ik. Ik ben bijna acht. De dichtregel heeft veel van zijn krachten gevergd, Op de top van het eerste duin zakt de Duitser weer in elkaar, maar we moeten verder, want het onweer nadert. Als de eerste druppels vallen gaan wij het idyllische huisje binnen. Een Duitser heeft mij thuisgebracht.
Mijn familie schrikt van het Duitse wrak, dat zo uit de slag om Stalingrad lijkt te komen.
"Mag hij zich douchen?" vraag ik.
"Goed," zegt mijn moeder,
"maar kaal scheren hoeft niet!" Roept mijn vader. Niemand lacht.
Even later komt de Duitser melden dat "das Auglein des Duschenkopfs nicht auf der Stange passt." "Dat komt door dat verdammte klere-Europa!" buldert mijn vader. De Duitser is het hier volledig mee eens en het ijs is gebroken. Blikjes Heineken worden opengetrokken en de Bifiworstjes verschijnen op tafel. De kinderen zijn verbaasd. De stemming wordt steeds vrolijker. Dan begrijpen wij, dat onze ouders de Duitser dankbaar zijn, dat hij mij weer veilig heeft thuisgebracht. Als wij naar bed moeten, hebben ze het over vogels kijken, en ze spreken af, elkaar volgend jaar in het Schwarzwald te ontmoeten. De Tweede Wereldoorlog is voorbij.
(lied aan piano)
ZONSONDERGANG
Zonsondergang met jou aan zee
wij zitten samen op een duin
en jij kijkt voor twee.
De zon de zon het strand het strand de zee de zee
zonsondergang met jou aan zee.
We rennen samen over straten vol met denderend verkeer
en of het rood of groen is, 't interesseert mij echt niet meer
wij sprinten samen over 't spoor ook met de bomen dicht
ik hoor de belletjes, maar jij hebt het zicht.
wij, wij komen nooit onder een trein,
wij, wij lopen nooit op een mijn,
jij ondertitelt alle films
jij geeft de kleuren hun geluid
jij steekt mij in mooie kleren
ik kleed jou met mijn oren uit.
Zonsondergang met jou aan zee
het wordt kouder op het duin
maar jij schijnt voor twee
en als je straks de zon weer op wilt zien gaan draai je dan om
want ik weet, de zon komt hier nooit op uit de zee.