MADE IN BRAILLE
Vincent Bijlo
Gespeeld van januari 1989-mei 1991
Regie: Jan-Jaap Jansen
Op het toneel staat een piano, een pilaar met een buste van Van Beethoven, een rieten stoel, nog een pilaar met een oude braillemachine en schuin over het toneel loopt een roodwit lint.
Ik las braille ik las braille
van haar nek tot aan haar taille
stond iets te lezen op haar rug.
Ik kon het bijna niet geloven
't ging mijn verstand bijkans te boven
wat overigens niet moeilijk is
maar toch, het was niet mis
want wat zij daar overbriefde
dat was het, echte liefde.
Beethoven onderbreekt ruw.
B: "Vincent Vincent Vincent, waar ben je in godsnaam mee bezig!"
V: "Ik speel een liedje".
B: "Ja dat hoor ik, maar dat zijn geen vingeroefeningen, je zou toch Für Elise oefenen?"
V: "Ach man die Elise van jou die is al zo verlept!"
B: "Maar als jij niet studeert, dan zul je nooit mijn grote werken kunnen uitvoeren." V: "Grote werken grote werken, de Deltawerken, dat zijn pas grote werken."
B: "Vincent, waarom was jij te laat?"
V: "De brug was open en mijn band was lek."
B: "Ik eis een verklaring. Stiptheid en discipline, Vincent, anders kan ik niet meer met je werken."
Bijlo staat van zijn pianokruk op en gaat boos naast de boze Beethoven staan.
V: "Hè, doe niet zo autoritair man."
B: "Waarom heb jij je donkere bril niet op?"
V: "Dat maak ik zelf wel uit!"
B: "Nee nee neenee, waarom heb jij je donkere bril niet op, dat stoort de mensen in de zaal!"
V: "Nou, ik wou wel eens wat anders. Hans Anders!"
B: "En waar is je witte stok?"
V: "In de open haard."
B: "Maar zo maak je je toch veel te afhankelijk. Waar is je hond?"
V: "In het bos, aan een boom."
B: "Wat?"
V: "In het bos, aan een boom, je begint al behoorlijk doof te worden, straks wordt je nog afhankelijk van mij!"
B: "Vincent, vertel het nou maar. Waarom was je te laat?"
Bijlo pakt het roodwitte lint en loopt naar de rechterkant van het podium.
"Goed, okee, ik zal het dan maar bekennen. Onderweg hiernaar toe hebben we op de snelweg een das doodgereden. Zo'n lief klein beestje met zo'n zwartwitte pels. Hij leefde nog een beetje. Ik heb nog geprobeerd hartmassage toe te passen, maar ja, waar zit het hart bij een das, mond-op-dasbeademing mocht ook niet echt baten, en op weg naar het ziekenhuis is hij in de dierenambulance overleden.
Ze hebben net onder die snelweg dastunneltjes aangelegd, daar had hij dus eigenlijk doorheen gemoeten. Er zijn drie ingenieurs van het Centrum voor regelgeving en onderzoek op het gebied van de wegenbouw, waterbouw en verkeerstechnieken zes jaar met die tunneltjes bezig geweest, maar deze dissidente das had gemeend deze van menswege opgelegde maatregel niet op te moeten volgen en is met een spandoekje boven zijn kop de rijbaan opgelopen, wat hem dus uiteindelijk ook de das heeft omgedaan. Er zit twintig mensjaren werk in zo'n dastunneltje en deze das lapt dat zomaar aan zijn laars? Of, deed hij het bewust? Was hier sprake van verzet? Ja, dat denk ik wel.
Deze das wilde mijns inziens bewijzen, dat ook aan de tolerantie van de fauna ten opzichte van de mens een eind komt. Dat is moedig, heel heel moedig. En ik vind dat deze das het symbool moet worden van de strijd van de fauna tegen onze zogenaamde westerse beschaving. Maar, daarvoor moet hij natuurlijk eerst een naam hebben. Ik stel voor: In christelijke landen Ju Das, en in islamitische landen Ali Das.
Ik zal deze das na afloop van de voorstelling overhandigen aan de Vereniging das en boom. Ik dacht eerst nog, ik geef hem aan milieuminister Alders, maar vanmorgen las ik in de Telegraaf dat hij nog steeds deodorant uit spuitbussen met drijfgassen gebruikt, dat schijnt namelijk uitgelekt te zijn. Goeie krant!
Ik vind het ook zo'n halfbakken maatregel, die dastunneltjes. Eerst roei je zoveel mogelijk dieren uit en dan bescherm je het restje dat je nog overhoudt. Stel: op je slaapkamer bevinden zich acht muggen. Dan sla je er toch ook niet zes dood, nee je knuppelt ze alle acht neer en dan ga je rustig tevreden slapen. Maar wat doet men: men legt dastunneltjes aan, men bouwt wildviadukten, ik kan je wel vertellen dat die reeën daar zo depri van worden dat ze er massaal van afspringen. Ze sluiten hele snelwegen af omdat daar een zootje padden overheen moet. Dat noemen ze de paddentrek. In maart of in april dan moeten alle manlijke padden opeens massaal gaan trekken en die moeten dan dwars over de snelweg. Die snelweg sluiten ze dan keurig af met twee slagboompjes en ... trekken maar. Maar als ik een keer wil trekken, dan zeggen ze gelijk dat je er blind van wordt.
Soms vraag ik me wel eens af: waar is de mensheid in godsnaam mee bezig. Ik zal een paar rare voorbeeldjes noemen. In Nieuwegein, of all places, wil men 4000 bomen gaan kappen om te bezuinigen op het onderhoud. Dat is toch godgeklaagd. Er schijnt acht miljoen ton gif in de grond te zitten in Nederland. Ik wist niet eens dat we acht miljoen ton grond hadden. De veestapel moet onmiddellijk teruggebracht worden met 75 procent. Ik heb daar dé oplossing voor. Begin met de twee grootste varkens van Nederland, Wiegel en Vonhoff, en dan is het mestoverschot in één klap opgelost.
En alle politici storten zich opeens mondiaal op het milieu, mevrouw Thatcher voorop. Vroeger bestond het milieu niet voor mevrouw Thatcher, als er iemand het milieu verpestte dan was het Thatcher wel. Maar nu lult ze alleen nog maar over the birds and the bees and the flowers and the trees. Terwijl in Nederland minister Nijpels niets anders heeft gedaan dan af en toe een boompje planten op de nationale boomfeestdag en zijn hele departement te voorzien van spaarlampen. Bah! Ja, die dingen geven zulk afgrijselijk licht. Nu zul je vragen: "Hoe weet jij dat?" Nou, dat licht dat is zo walgelijk, dat hoor je gewoon. Op zich was het natuurlijk wel lief van Nijpels, dat hij dat allemaal zomaar deed, maar dan stapte hij daarna dus wel weer vrolijk fluitend in zijn metallic groene BMW.
Nou doe ik er zelf ook aan mee, aan het verzieken van die natuur, ik rij ook auto, maar ja, dat is economisch noodzakelijk. Woonwerkverkeer. Toch kap ik er mee. Vanaf morgen ga ik alleen nog maar met de trein. En als ik moet optreden in plaatsen waar je met het openbaar vervoer niet kunt komen dan hoeft het van mij niet meer. Dan hoeft het publiek tenminste ook niet massaal met de auto naar het theater. Mevrouw May- Weggen, ja u zegt nu niets, maar ik weet dat u in de zaal zit, tenminste u had gereserveerd, maar misschien heeft u het niet gehaald, mevrouw May- Weggen, ik stel u een ultimatum. Ik geef u na deze voorstelling mijn speellijst, en dan zorgt u ervoor dat alle plaatsen waar ik vanaf morgen moet optreden met het openbaar vervoer optimaal bereikbaar zijn. Right?
Bijlo loopt naar de piano.
Zuur is de natuur
Zuur is de natuur
en de bescherming daarvan is heel duur
zout is de Rijn
maar dat kan de bedoeling nooit zijn
giftig is de grond
als ik daarop zit jeukt dat aan mijn kont
het broeit in de kas
voor de tuinders komt dat goed van pas
snel smelt het ijs
en wij betalen daarvoor nu de prijs.
Ze lullen zich lam over fosfaten,
ze zijn werkelijk in alle staten,
maar het verkeer dendert nog steeds door de straten
o wat bereik je nou met al dat praten.
Zuur is de natuur
zuur is de natuur
What a wonderful world!
Europa
Ja, de ministers van milieuzaken zullen het nog moeilijk krijgen om de strenge Europese milieueisen voor na 1992 op te stellen. Maar wat dacht je van mij? Ik krijg het na 1992 ook beslist niet makkelijk.
Moet ik mijn liedjes straks gaan zingen in het Frans
of moet ik in het Duits gaan declameren
wat kan ik dan nog met mijn Nederlands
misschien moet ik wel Engels gaan studeren.
Want met Europa als eenheid
raak ik straks een been kwijt
want mijn kennis der talen gaat mank
en mijn guldens gaan straks van de bank
dat worden ecu's in drie jaar tijd.
"Dat wordt dan 3 ecu 75 meneer. Betaalt u per giro?"
"Nee sorry mevrouw ik had giros gekocht, van dat Griekse vlees weet u wel."
"Nee maar ik bedoel, betaalt u met uw giromaatpas?"
"Nou, ik weet niet hoeveel die opbrengt. Wat geeft u ervoor, het is natuurlijk wel hoog gekwalificeerd plastic, niet?"
"Ach meneer, houdt u toch alstublieft eens op met leuk doen ja, ik heb aan mezelf al meer dan genoeg."
"Ah, u bent ook leuk. Daar heb ik anders nog helemaal niets van gemerkt".
Daar vliegt mijn zojuist gekochte giros door de lucht en belandt met kracht op een aubergine. Gevulde aubergine, denk ik, maar ik durf het niet hardop uit te spreken. Achter mij komt een dikke mevrouw opzetten die met een paar Bratwürste in mijn rug port. Precies waar ik al bang voor was is gebeurd. Europa is een eenheidsworst geworden, en dan nog wel een Bratwurst. Ik neem snel de benen, maar die reken ik niet af, ik loop er gewoon mee weg.
Overal bezwijken tolmuren, douanebeambten in hun val verpletterend. Auto's mogen nu ook hier 180. Een Italiaan drinkt Earl Grey thee op een Hollands terras in de regen. Een Engelsman eet Franse friet in een Wimpy in West-Berlijn. Volgevreten kapitalisten rijden met glanzende mercedessen andere ideologieën van de sokken. En in Nederland maakt men de eerste James Bondfilm met Jeroen Krabbé in de hoofdrol. From Brussels with lof.
Europa is één.
Ik ga mijn liedjes dus maar zingen in het Frans
und in der deutschen Sprache deklamieren
ik kan dan niets meer met mijn Nederlands
o ik denk dat ik maar Engels ga studeren.
Want met Europa als eenheid
raak ik straks een been kwijt
want mijn kennis der talen gaat mank
en mijn guldens gaan straks van de bank
dat worden ecu's, in drie jaar tijd.
Louis Braille
Minister Brinkman heeft in de zeven jaar dat hij minister is geweest, toch niet uitsluitend slechte daden verricht. Hij heeft als ik goed geteld heb één goede daad gedaan, hij heeft mij namelijk ¦ 40.000,00 toegezegd.
(Nu volgt imitatie van Brinkman met daarin woorden als "met name, uuuuhhhh, beleidskaderstructuur, horizontale samenleving en diversiteitsplanning.)
Nou, Brinkman die lulde nog zo ongeveer drie uur in die trant verder, maar het geld is binnen, en daar ga ik leuke en nuttige dingen mee doen. In de eerste plaats ga ik natuurlijk alle postorderbedrijven toegankelijk maken voor rolstoelers, dan wordt er een klein bedragje gereserveerd om Tineke De Nooy een dotterbehandeling te laten ondergaan, maar één projekt staat al vast. Volgende week komt hij namelijk uit, de eerste Playboy in brailleschrift.
Dat wordt gigantisch leuk, ik heb Ria Bremer al zover gekregen dat ze op de middenplaat wil gaan staan, ja beter iets dan niets natuurlijk, vingeren tot aan de pols. Voor het tweede en derde nummer heb ik nog kandidaten nodig, dus als er onder u dames zijn die daar zin in hebben (Een dame steekt haar vinger op. Het blijkt Hanja May- Weggen te zijn. Bijlo weigert resoluut.) Nee mevrouw May, dat valt niet onder uw departement. Laten we Hedy d'Ancona vragen, die weet trouwens alles van cultuur met haar broer bij de soundmixshow.
Het wordt een ontzettend leuke receptie waar ik die eerste Playboy in ontvangst ga nemen. Ik heb talloze bekende Nederlanders en ook buitenlanders daar uitgenodigd, onder andere Louis Braille zelf. Misschien weet je het, Louis Braille was de bedenker, promotor, conservator, manager en uitvinder van het blindenschrift. Op vierjarige leeftijd kreeg hij een leersnijdersmes in zijn oog, tot ons aller geluk mag ik wel zeggen. Hij kreeg het in zijn linkeroog en verloor daar gelijk het licht in en het rechteroog schrok daar zo van ... precies. Dus die kleine Braille gelijk roepen:
"Papa papa, j'ai perdu ma lumière!"
De oude Braille komt eraan, ziet wat er aan de hand is en gaat gelijk de wijde omgeving uitkammen, maar:
Wie hij ook vroeg
en waar hij ook zocht
hij keek in de kroeg
en in de winkel waar men brillen verkocht
hij zocht in de tuin
en hij zocht in de heg
maar het licht bleef onherroepelijk weg.
"Zo," zei die oude Braille tot zijn zoon, terwijl hij de voordeur achter zich dicht deed, waarbij zijn rechtermiddelvinger precies tussen de deur en de scharnierpen ... nou nee, laat ik het niet erger maken dan het al was. "Zo," zei dus die oude Braille tot zijn zoon, "ik heb het licht nergens kunnen vinden." Ja, dacht onze kleine held, daar ben ik mooi klaar mee. Of nee, dat dacht hij natuurlijk niet, hij dacht: oui, je suis beau prêt avec cela, en hij verviel in mismoedig gepeins. Maar toch, hij groeide op en op zeker moment had hij dan dat blindenschrift ontwikkeld.
Het komt erop neer dat je door middel van verschillende puntencombinaties de letters van het alfabet kan maken. Het is eigenlijk net zoiets als het puntensysteem voor de vaststelling van de huur, maar dan dus voor blinden. Voor blinde huurders wordt de zaak wat ingewikkelder, maar daar wil ik dan te zijner tijd nog wel eens een belangengroep voor oprichten.
Louis Braille werd in Frankrijk razend populair en hij werd al snel het gevierde middelpunt van een literaire stroming, die zich in 1854 in Le Figaro presenteerde als zijnde "de braillisten". Het voornaamste genre dat deze groep beoefende was het puntdicht. Nu even to the point, ook wel aardig trouwens in dit verband, je kunt als je wilt het brailleschrift hoorbaar maken. Dat doe je door elk puntje te vervangen door een toon op de piano,
Het is eigenlijk net zoiets als Vladimir Horowitz altijd deed. Misschien ken je hem, Vladimir Horowitz was een Russische pianist die in 1925 naar Amerika emigreerde en dat was absoluut niet zonder reden. Want hij zat tot voor kort, in het Witte Huis, met Barbara Bush op de eerste rij in katzwijm, de grootste top secretdokumenten door te spelen naar de Sovjet-Unie toe, in akoestisch braille.
Wat Horowitz kan, dat moet voor mij toch ook geen probleem zijn, en daarom wilde ik hier vanavond met u een klein experiment gaan doen. Ik ga een woord spelen in akoestisch braille, en het is de bedoeling dat jullie raden wat dat woord is. Er zijn ook nog enkele leuke prijzen aan verbonden, hoofdprijs is de eerste Playboy in akoestisch braille, dus ik zou zeggen doet u allemaal even mee. Ik zal eerst even een alfabet spelen, dan heb je een idee waar het zo ongeveer over gaat. (Hij speelt een aantal zeer dissonante klanken op de piano en roept daarde letters A/Z bij. Hij draait zich lachend naar de zaal.) Is dat te bevatten? Gisteren probeerde ik het in De Bolderkar, (nu niet meer te snappen actueel grapje) daar lukte het niet, maar met jullie moet dat toch geen probleem zijn. Ik speel een adjectief, een bijvoeglijk naamwoord zoals sommige mensen zeggen, een adjectief van elf letters. (Speelt wederom dissonante klanken. Na lang wachten en wat gegiechel roept iemand: "snobistische".) Ja verdomd, het is goed, hoe is het mogelijk. Nou, toch vertrouw ik het niet helemaal, U ziet er ook nogal snobistisch uit, dus ik ga toch even de proef op de som nemen. Ik verhoog de moeilijkheidsgraad nu enigszins. Ik speel nu een substantief, en ik vertel er niet bij dat dat gewoon een zelfstandig naamwoord is, een substantief van dertien letters. (De dissonante klanken weer. Iemand roept: "boeken ... boekentoptien") Ja, het kan, snobistische boekentoptien was het inderdaad.
Waarschijnlijk hebben jullie het wel door, dit was natuurlijk doorgestoken kaart, maar zijn niet in wezen alle brailleboeken doorgestoken kaarten?
Genese
Heb je je verstand nog
denk dan eens een keertje goed na
zie je het verband nog
tussen handicap en [t2]dna[t1]
want als het gaat zoals het nu gaat
dan staan binnen een paar jaar
een aantal banen op de tocht
in de gehandicaptenraad.
O wat zal de wereld fraai zijn
zonder doven lammen blinden autisten en zo meer
maar zal het niet wat saai zijn
dat zien we tegen die tijd dan wel weer
want als het gaat zoals het nu gaat
dan staan binnen een paar jaar
een aantal banen op de tocht
in de gehandicaptenraad.
Ik ben nog net op tijd geboren
om nog niet te zijn gescreend en gescand
want als ik later was geboren
dan was ik hier nu niet present
want als het gaat zoals het nu gaat
dan staan binnen een paar jaar
een aantal banen op de tocht
in de gehandicaptenraad.
Eigen handicap
Mooi hè? (Bijlo draait zich uitdagend naar Van Beethoven). Ja, jij zou dat anders doen dat weet ik, maar we leven in de twintigste eeuw, dan hoeft het allemaal niet zonodig meer te moduleren. (Van Beethoven zegt niets. Dan staat Bijlo op en loopt zorgelijk naar de barkruk voor de piano.)
Misschien moet ik het toch maar eens even over mijn eigen handicap hebben. Ik vind het vervelend om er in het openbaar over te praten, ik kom er meestal niet zo gemakkelijk voor uit, ik draai er meestal nogal omheen maar het moet er nu dan toch eindelijk maar eens van komen (hij zet een donkere bril op en zucht diep), ik ... ik, ik rook.
Het is gelukkig geen erfelijke vorm van rook, ik heb het op latere leeftijd gekregen, ik denk dat ik een jaar of twaalf, dertien was toen de eerste verschijnselen zich begonnen te manifesteren. Mijn ouders zagen me achteruit gaan en op een gegeven moment moest ik wel worden opgenomen in de Douwe Egbertskliniek te Joure, Friesland. Ik werd daar behandeld door een hele aardige arts, dokter Samson, dat was echt een leeuw van een arts mag ik wel zeggen, hij had ook rook, dus dat schept een band. Hij had het alleen wat gezonder aangepakt dan ik, hij rookte alleen nog maar rechtsdraaiende shag.
Na een behandeling van drie maanden was ik dan eindelijk weer ontslagen uit de kliniek en toen begon eigenlijk de moeilijkste periode uit mijn, ik mag toch wel zeggen, veelbewogen leven, en dat was het revalideren.
Ik kwijnde weg thuis, ik begon zelfs aan de drank te raken, ja en om nou het ene voor het andere in te wisselen. Het was zelfs zover met mij gekomen dat ik op het laatst mijn bier inhaleerde. Aan de koffie verslaafd geraakt ben ik ook nog, het was gewoon pure espresso dat er op het laatst uit mijn blaas kwam, dus er moest iets veranderen en daarom heb ik dokter Samson gevraagd wat ik nu in godsnaam moest doen en hij raadde mij toen aan om naar Lourdes te gaan. Naar de genezende heilzame bronnen aldaar. Nou zit ik in een katholiek ziekenfonds en die vergoeden dat, gelijk natuurlijk een weekje Parijs aan vastgeknoopt, alleen ik zat met een enorm probleem want welk lichaamsdeel dompel je nou in het water om van het roken af te komen.
Voor dat doel heb ik dan weer kontakt opgenomen met een ouwe Franse boer, Gaston Gauloise, die man die had in zijn leven ook al heel wat afgepaft. Slof na slof, hij heeft nu ook een pantoffelwinkeltje in Amiens. Ik heb deze man dus gevraagd in mijn beste Frans: "Welk lichaamsdeel dompelde u nou in het water om van het roken af te komen?" en hij antwoordde mij daarop: "mon cul". Dat is inderdaad Frans en het wil zoveel zeggen als: je reet. Sorry, de vertaling is niet van mij, die is van Ernst van Altena. Maar ik heb dus precies gedaan wat Gaston Gauloise mij aanried, ik ben met mijn reet in die genezende heilbrengende bronnen gaan zitten, ik zat daar zo'n minuut of vier, vijf, en er gebeurde eigenlijk geen reet. Dus ik begon die zenuwachtige shag-rolbewegingen alweer te maken, voel ik me daar toch opeens zo'n genezende, heilbrengende golf langs mijn kringspier, mijn lever, mijn milt en zo door al die organen tot in mijn kruin, en ik spring op, draai me om, stoot ik daar toch allemachtig hard mijn teen! Dat kon ik in die toestand absoluut niet hebben dus ik godverde hartgrondig, gelijk heel Lourdes op mijn nek en ik strompelde zo goed en zo kwaad als dat ging, met de gekwetste voet onder de arm naar huis.
Ik kwam thuis, drie maanden later, ik had nog twee maanden nodig voor de trap, ik woon drie hoog, en een afgrijselijke leegte overviel me. Ik zette de tv maar eens aan op het derde net, ik kreeg het Achtuurjournaal met verschrikkelijke beelden van Noord-Ierland, ik kreeg Haye Thomas (imitatie): "Vraag blijft natuurlijk, of de Britse regering in staat zal zijn, dit afschuwelijke geweld, dat al aan talloze mensen het leven heeft gekost, tegenover haar electorale achterban zal kunnen verantwoorden."
Nederland 2 was ook al niet veel beter. Dat was Veronica met Tineke. Die zat me daar toch een pot onwijs goor te vreten! Bah! Nederland 1. NCRV, Rondom tien, Henk Mochel. Die was aan het praten met mensen die hulp wilden gaan verlenen nà zelfdoding.
Toen kon ik mezelf niet meer beheersen. Ik gooide mijn tv weer uit onder het motto een baksteen blijft nog altijd de beste afstandsbediening en ging totaal over de rooie. Sorry, het spijt me
(steekt een sigaret op). En tot overmaat van ramp kon ik mijn drankzucht de dag daarna ook al niet meer de baas, en ik begaf mij, hoe kan het ook anders, naar de slijter.
De slijter
De slijter staart mismoedig uit het raam
zijn zaak floreert niet
er wordt te weinig gezopen
vroeger had zijn winkel grote faam
maar hij ziet nu de omzet
met liters tegelijk teruglopen.
De oorzaak is simpel
het spotje van de n.o.s
goed bedoeld
maar zo gaat zijn zaak wel op de fles.
Drank maakt meer kapot
dan je lief is
daar wordt de slijter vreselijk kwaad om
want voor hem klopt het niet
voor hem is het precies andersom
't is het gebrek
aan omzet van drank
dat meer kapot maakt dan hem lief is.
Zijn vrouw vraagt hem
ga je mee naar bed het is al laat
de slijter hoort het niet
neemt grote slokken whisky
hij is kwaad
ze herhaalt het nog een keer
hee, ga nou mee
de slijter antwoordt nee
ik doe even niet mee.
Zondag
Vanmiddag overviel me weer zo'n golf van weemoed naar die verschrikkelijke sleur. Die verschrikkelijke sleur van zondagmiddagen, waarin het voetbal en het weer onveranderlijk slecht waren en de laatste resten kater van het zaterdagse café- bezoek mijn hoofd maar niet wilden verlaten. En de enorme berg huiswerk, die een schaduw over de hele dag wierp.
De beklimming van die berg stelde je zo lang mogelijk uit, maar aan het eind van de dag, als je geweten te erg begon op te spelen, begon je maar aan de moeizame tocht naar boven. De top bereikte je nooit. Meestal bleef je ergens bij de boomgrens steken, omdat je dan moest eten, om 's maandags op de gletsjer van een schriftelijke overhoring op je bek te gaan.
Die vier, betoogde je dan dinsdag, kwam niet omdat jij het niet had voorbereid, maar omdat je ontzettend moest poepen. Maar de klas niet uit mocht en zodoende niet in staat was geweest de concentratie die, zo vermoedde je, toch wel vereist was om de overhoring op een enigszins aanvaardbare wijze te kunnen voltooien, niet had weten op te brengen. Als je dit soort smoesjes 's avonds aan tafel met verve wist op te dissen, kreeg je je ouders onvoorwaardelijk achter je.
Maar waarom dan die berg huiswerk niet op zaterdag beklommen, zodat je aan het eind van de dag met een voldaan gevoel op de top je bivak kon opslaan. Geen denken aan. Op die hoogte waren geen kroegen. Ja misschien een armzalige berghut, maar daar zou zij zich zeker niet vertonen. Zij kwam nooit verder dan de kroeg in het dorpje, in het dal. Daar ging je dan ook maar heen en liet de berg de berg. Dan overgoot je je gul met je Denim-aftershave für Männer die kühl bleiben, auch wenn es heiss wird, en je begreep maar niet, waarom de cafévloer, die toch zo vol stond met voeten van vrolijk drinkende mensen rondom jou zo'n kale plek vertoonde.
Je was zo naïef en zij was zo lief. Hoe ze naar je lachte als je tijdens de geschiedenisles onder de bank een half mandarijntje in haar kleine warme hand drukte. En hoe ze zich daarna in datzelfde mandarijntje verslikte, omdat ze schrok van de leraar, die haar vroeg waar Jalta lag. Wat zou je haar ... wat wilde je ..., ach, je wist het ook eigenlijk niet. Je wist alleen maar dat je haar al wekenlang wilde bellen, om haar ook eens onder twee oren te spreken, want dat kwam er nooit van. Altijd werd ze wel omzwermd door gillende vriendinnen en groepjes stoere jongens. Het kwam nooit in je op om ook eens tussen die stoere jongens te gaan staan, de kans dat je met hen kon wedijveren achtte je al bij voorbaat nihil.
Op zo'n miezerige, grauwe zondagmiddag had je het er dan maar eens op gewaagd, je had gebeld. Haar vader nam op, hij klonk bars. Met moeite perste je haar naam uit je strot. Ze was er niet, ze was naar jazzballet. Opgelucht smakte je de hoorn op het toestel. Maar in je dromen duikt ze weer op. Daar ligt ze, zomaar in mijn twijfelaar.
Ik stop onder de dekens een half mandarijntje in haar kleine, warme hand, gelukkig verslikt ze zich nu niet. Zou ze nu weten waar Jalta ligt, vraag ik me nog af ...
De Sociale Dienst
(Het hoongelach van Van Beethoven schalt door de zaal.)
B: "Hahaha, natuurlijk weet ze waar Jalta ligt. Nu wel."
V: "Vond je het niet mooi?"
B: "Wat ik er van verstaan heb, je spreekt ook zo ontzettend onduidelijk."
V: "Heb je het niet verstaan?"
B: "Wat?"
V: "O sorry, daar had ik even geen rekening mee gehouden."
B: "Het is toch veel te literair voor jou."
V: "Wat nou literair, jij bent niet de enige met gevoel met je Sonate Pathétique en je Sturm und Drankkop!"
B: "Jongen, je verkwanselt je talenten, je studeert geen piano, je denkt dat alles je zomaar komt aanwaaien. Luister eens, ik ben niet boos hoor, maar wel verdrietig."
Niet boos maar wel verdrietig. Meneer Van Beethoven. We leven in de twintigste eeuw. Het leven is vandaag de dag heel wat complexer dan in jouw zogenaamde Romantiek. Ik vind het een beetje makkelijk, nee ik vind het ronduit klote, dat je je zo opstelt. Voeg liever iets constructiefs toe aan het programma. Maar nee, meneer staat daar maar wat te zijken en te zeveren vanaf zijn zuiltje, het geld stroomt toch wel binnen. Lul! Al het geld dat ik met deze voorstellingen verdien, dat verdwijnt wel mooi in Ludwig zijn zak, dames en heren. Ik moet zien rond te komen van een nog steeds niet aan het minimumloon gekoppelde uitkering, als ik die tenminste krijg.
Ik ben vanmorgen naar het gebouw van de Sociale Dienst geweest om die uitkering aan te vragen, dat gebouw bevindt zich overigens aan de Willem Dreeslaan. Ik kwam daar binnen, liep eerst langs de receptie, daar zat een man achter kogelvrij glas, alsof een uitkeringsgerechtigde bij machte zou zijn een pistool te betalen. Bij die gepantserde man moest ik allerlei formulieren inleveren die ik van tevoren thuis al had ingevuld. Daar stonden vragen op als: Wat voor werk zou u graag willen doen? Acht u zichzelf arbeidsgeschikt? Heeft u al eens een baantje gehad? Ja als kind een racebaantje maar dat schrijf je natuurlijk niet op. Ik leverde braaf mijn stapeltje papieren in en schrok me bijkans arbeidsongeschikt van de van machtswellust druipende vraag van de ambtenaar:
"Uw nummer?"
Och jezus, mijn nummer vergeten op te schrijven.
"7504," stamelde ik, of was dat mijn pincode. Nee mijn pincode was 0457, of toch 75..."
de man schudde minachtend zijn hoofd, noteerde op mijn formulier 0000 en verwees mij door naar de wachtkamer van de ambtenaar die over mijn uitkering ging.
Ik kwam die wachtkamer binnen en werd meteen getroffen door het illustere gezelschap dat daar bijeen was. Bij de deur zat een werkloze timmerman, zijn moker uitdagend op de stoel naast hem, dit om te bewijzen dat hij nog best een heel aardig stukje kon timmeren. Tegenover hem zat een overspannen leraar Duits die met een duizelingwekkende snelheid alle voorzetsels in alle naamvallen door de kamer liet rollen: "Mit nach nebst samt bei ..." Dan was er nog een slijter compleet met kegel en kater, een werkloze hoer, binnen haar beroepsgroep was namelijk een enorme strijd uitgebroken tussen de horizontalen en de verticalen en de verticalen hadden uiteindelijk gewonnen. Zij was evenwel nog van het oude slag: rugslag. In de hoek zat een arbeidsongeschikte chirurg met de ziekte van Parkinson. Open hartoperaties werden bij die man steevast blindedarmamputaties. En last but not least was daar nog een ontslagen hotelkok die teveel van zijn eigen chili con carne gegeten had en dientengevolge nu winden uit uiteenlopende richtingen liet.
Ik zat daar zo'n beetje te wachten tot ik opeens ruw werd opgeschrikt door geschreeuw dat uit een belendend vertrek kwam. Daar lag ongetwijfeld iemand op de sociale verzekeringsbank, met één uitkeringstrekkertje aan zijn hoofd en twee aan zijn voeten, ik denk dat de man verlenging had aangevraagd.
Ondertussen zat ik mijn lijstje door te nemen met zaken die ik voor de ambtenaar van de Sociale Dienst moest meenemen. Rijbewijs. Ja dat was een beetje een probleem. Ik heb namelijk mijn groot rijbewijs en dat ging niet door de deur. Paspoort. Paste niet door de poort, bovendien niet zo'n betrouwbaar bewijsstuk dat je echt Vincent Robert Bijlo bent.
Laatste giroafschrift. Dat had ik dan wel, dat was overigens ook mijn enige giroafschrift.
Sofinummer. Ik wist niet eens dat ik een sofinummer had, dus ik dacht dan doe ik maar weer gewoon 0000, voor de sofi ben je toch een nummer, het maakt absoluut niet uit welk.
Tandenborstel, bord, lepel, mes, vork, mok, dit alles s.v.p. voorzien van pleistertjes met daarop uw sofinummer.
Nou ik had alles behalve mijn rijbewijs en mijn paspoort, maar dat betekende wel dat ik formeel niet bestond. Zou iemand die formeel niet bestaat wel recht hebben op een uitkering, vroeg ik mij af en ik werd in mijn gepeins onderbroken doordat iedereen opstond en de wachtkamer uitschuifelde. Ik er achteraan. We gingen door een lange gang, de gang kwam uit op een stalen deur, de deur ging langzaam krakend open en wij betraden een soort van klaslokaal. We kregen nu een video te zien over wat we wel en wat we niet met onze uitkeringen mochten doen en de taal daarin was zo kinderachtig, dat zelfs de timmerman zich zwaar onderschat voelde. "Uw uitkering zal op de laatste dinsdag van de maand aan u worden verstrekt," kwijlde het apparaat met de vreselijke stem van vara's Letty Kosterman. Laatste dinsdag van de maand? nou mooi niet. Ik pakte mijn succesagenda er even bij, checkte het even en verdomd: alleen al dit jaar zijn er drie maanden waarin helemaal geen laatste dinsdag zit. Zo wordt je dus gepakt als uitkeringsgerechtigde zijnde. De timmerman voelde dit blijkbaar ook zo, want hij pakte zijn moker en begon wild op het televisiescherm in te slaan.
Ah, daar had je de ambtenaar die over onze uitkeringen ging. Hij zei tegen de timmerman, dat het soms nog best moeilijk was om je neer te leggen bij bepaalde situaties, de hoer was het hier helemaal mee eens.
We kregen nu individuele begeleiding. De ambtenaar kwam al onze tafeltjes persoonlijk langs om de laatste hand aan de bureaucratische beslommeringen te leggen, alvorens wij het paradijs der uitkeringsgerechtigden zouden betreden. Daar kwam hij al op mijn tafeltje afgebeend.
Nee, rijbewijs en paspoort had ik niet. Ik kon niet bewijzen dat ik bestond. "Nou meneer Bijlo, dan gaat het hele feest mooi niet door, hahaha."
"Ja maar ik besta wel, hier zit ik toch, ik besta!"
"Nee jongen, je denkt dat je bestaat."
"Sorry meneer, misschien mag ik even, volgens mij is het ik denk dus ik besta."
"Ah, meneer Bijlo is filosoof, nee daar is al helemaal geen werk meer voor. Kijk, zo werkt het natuurlijk niet. Ik denk dus ik besta. Dat zou betekenen dat 10 miljoen van de 15 miljoen Nederlanders niet zou bestaan, en dan zou het nieuwe paspoort ook niet nodig zijn. Zonder geldige legitimatie heeft niemand, en ik herhaal niemand, recht op een uitkering. Anders kunnen we de illegale Achmed Ben Joessoef ook wel met een paar dikke flappen naar huis sturen."
"Wat heeft u tegen Achmed Ben Joessoef?"
"Niks, niks, prima kerel, maar hij bestaat niet."
Ik stond maar op. Hoe bestaat het, dacht ik, dat ik niet bestond? Terwijl de penetrante geur van mijn angstzweet toch tot diep in de man zijn neusgaten moet zijn doorgedrongen. Moedeloos en platzak verliet ik het pand. Van mijn laatste dubbeltje kocht ik een felgroene kauwgumbal. Treurig kauwend slofte ik door de stad, op weg naar mijn eerste sollicitatie.
De christelijke werkgever
"Jaja," zei de christelijke werkgever
"Heb je verder nog wat op je lever?"
Ik dacht, jenever ik wil jenever alleen nog maar jenever ik moet hier weg!
Want in zijn ogen stond te lezen
Bijlo, afgewezen.
"Maar in de bijbel," riep ik, "staat toch, heb uw naaste lief, of niet?"
"Ach," zei hij en hij kneep zijn secretaresse in haar billen
"daar moet je echt niet zo zwaar aan tillen
anders waren wij hier toch al lang failliet."
Ik kies het hazepad, ik denk ik ben gelukkig weer vrij
en struikel, val, het hazepad ligt vol met keien.
Keien die ik met geen mogelijkheid ontwijken kan
ik kom thuis als een arbeidsongeschikte man.
Sonnet van eenzaamheid
De straten, nu zo koud, nat en verlaten
waren net nog het toneel van vrolijkheid
nu loop ik er wat in mezelf te praten
en tegen bomen, die niets zeggen, tot mijn spijt
o ze luisteren wel, maar zijn gewoon te laf
om mij van repliek te dienen
ik loop door, stoep op, stoep af
en ik begin zowaar te grienen
dan plotseling, een raar gerucht
een Daf komt langzaam nader
ik draai me om en slaak een zucht
o god, het is mijn vader
hij ziet me niet, scheurt langs me heen
hij negeert me, zoals iedereen.
De Mondscheinsonate
(Bijlo speelt het eerste deel van de Mondscheinsonate. Het gaat moeizaam, krukkig. Plotseling heeft hij er genoeg van en gaat hij over in een onstuimige, rauwe blues. Dan springt hij op van de piano.)
Ja, die Mondscheinsonate, ik weet niet wat het is. Ik heb er acht jaar op geoefend, ik heb er elf pianoleraressen aan versleten, maar ik kan het gewoon niet. Het is voor mij gewoon te hoog gegrepen, denk ik. Goed piano leren spelen zal voor mij waarschijnlijk nooit tot de mogelijkheden behoren. (Van Beethoven grijpt in.)
B: "Ik heb je toch gewaarschuwd. Het leven is een strijd en je moet die strijd durven aangaan. Hoe dacht je dat ik het allemaal voor elkaar had gekregen met die negen symfonieën. Maar jij wilde niet luisteren. Autoriteit, discipline, vakkennis, dat lap jij allemaal zomaar aan je laars. Maar goed, je moet het ook allemaal maar zelf weten, ik trek mijn handen er van af. Van mij zul je geen last meer hebben."
V: "Okee Ludwig, nach der Pause mach' ich es ganz allein!"
Tot straks
Tot straks, de groeten en tabee
jullie mogen nu aan de koffie, aan de thee
van mij mag het ook wel rode wijn zijn
maar laat die dan in godsnaam niet van Albert Heyn zijn
tot straks de groeten en tabee.
Na de pauze
(Op het podium heerst een enorme chaos. Er liggen heel veel bedrukte braillevellen, de pianokruk ligt om, de witte stoel ligt op zijn kop achterop het toneel, de barkruk ligt nu op de plaats waar voor de pauze de witte stoel stond, op de plaats van Van Beethoven bevindt zich nu een frituurpan. Van Beethoven is helemaal naar rechts verplaatst en heeft nu een koptelefoon op. Het merkwaardige apparaat dat daar voor de pauze stond is helemaal van het toneel verdwenen. Het wegwerkzaamhedenlint loopt nu van links voor naar rechts achter op het toneel. Midden voor op het toneel tenslotte staat een stapel kopjes. Dreigende muziek zwelt aan. Bijlo komt van rechts op, loopt tegen de omgevallen stoel op, gaat op zijn knieën en kruipt over het podium tot hij de omgevallen pianokruk vindt. Hij stoot zijn hoofd tegen het nu anders hangende lint, schrikt daarvan en rent langs het lint weer terug de coulissen in. Hij roept Ludwig, die geen antwoord geeft. Hij komt weer terug, in de war, In paniek bijna. Hij gaat bij de piano weer op zijn knieen, graait om zich heen en vindt een maanzaadbrood. Hij leest braille vanaf het brood) Groeten van het Nederlands bakkersgilde. Brood daar staat wat op. (Dan leest hij een aantal losse grappen van rondslingerende papieren.)
Wat kost Fokkers F 100? ¦ 100,00.
Op mijn toilet geldt het privaatrecht. Die is van Nationale Nederlanden.
Erotiek.
Waar ik ook ben
In Amsterdam, Utrecht, Sexbierum of Breda
ik denk alleen maar aan Iteke Weeda.
Durex gaat afslanken. Ja dat verzin ik niet, dat staat hier. Maar dan denk ik, dikke lul, wat moet er dan met die werknemers gebeuren?
(Hij graait verder in de braillebladen.)
Hoe deed Wim Kan dat nou toch altijd?
(Dan vindt hij iets waar hij eens goed voor gaat zitten.)
Droge muziekologen
Droge muziekologen
bevlogen filologen
neerslachtige neerlandici
hysterische historici
enge anglicanen
voorname morfomanen
verslaafde slavisten
gek geworden germanisten
dat zijn zo ongeveer de geleerden
die haast allen cum laude afstudeerden
en nu daaglijks zitten te etteren
aan de faculteit der letteren.
J. van den Vondel.
God wat een bende hier op het toneel. Nou eerst maar even die barkruk overeind zetten.
(Hij gaat op de kruk zitten en raakt toevallig met zijn rechtervoet, die bloot blijkt te zijn, een braillevel. Met zijn grote teen, waaraan een nagel zit die in maanden al niet meer geknipt is leest hij voor):
Persbericht Reuter
Op 7 mei 1988 vond in Leiden de finale plaats van het tiende Leidse cabaretfestival. Op een eervolle tweede plaats eindigde Vincent Bijlo. Vincent is vierentwintig, ongetrouwd, woonachtig in Utrecht, ex-nederlandsstudent en heeft geen strafblad. Hij begeleidt zichzelf volgens het Algemeen Dagblad onverdienstelijk aan de piano. La Stampa sprak in een jubelende recensie van topamusement. Een verbijsterde bezoeker liet na afloop van één van Bijlo's optredens aan een verslaggever van de Herald Tribune weten: "Hij lult zo ongeveer over alles wat los en vast zit".
Hoofdmotief van zijn voorstelling wordt gevormd door een vertwijfelde zoektocht naar de kern van het wezen van de Kantiaanse Sehnsuchtmensch, of zoals Heidegger het in 1922 ter gelegenheid van het eerste lustrumfeest van de Fédération Internationale Artistique et Touristique in Locarno al zo mooi zei: "De mensheid kent zijn grenzen niet, en is gedoemd tot nodeloos verdwalen in de ...
Ja, daar stopt het. Jammer ik zou best eens willen weten wat men van mijn voorstelling vindt.
(Hij vindt zijn schoen.)
Ah, gelukkig, mijn schoen, een laatste strohalm in de woe ... hoewel strohalm, is mijn sok een beetje te ruiken achterin? Als ze iets aan het milieu willen gaan doen, mogen ze wel met mijn sok beginnen. Wist je trouwens dat het binnenkort verplicht wordt dat alle Nederlanders een tachograaf in hun schoen hebben? Ludwig, wat is er in de pauze allemaal gebeurd.
(Hij draait zich naar de plaats waar Van Beethoven voor de pauze stond, die niet antwoordt.)
Ludwig, waarom zeg je niets. Ludwig! God, die man wordt ook steeds dover.
(Hij loopt naar de plaats waar hij denkt dat Van Beethoven staat.)
Ludwig, antwoordt nou eens.
(Hij wordt boos en slaat hard op het deksel van de frituurpan. Verbaasd tast hij de pan af en vergelijkt die met zijn eigen gezicht. Dan opent hij het deksel en constateert: geen hersens. Hij stopt zijn hoofd in de pan, ruikt en klapt het deksel dicht.)
Een frietpan.
Leuk gedaan jongens, humor, in de pauze een frietpan neerzetten, als ik weg ben. Bedankt, wie het ook gedaan mag hebben. Maar mij krijg je niet, nee ik ben niet voor een gat te vangen. Je kunt het krijgen zoals je het hebben wilt, ik doe iets met deze frietpan.
Op het eerste gezicht lijkt dit een gewone frituurpan en dat is ook zo. Je kunt er inderdaad in frituren. Maar, er is meer. Deze pan geeft je namelijk de unieke mogelijkheid tot tijdreizen. Het klinkt absurd en dat is het ook. Ik heb het ontdekt samen met Chriet Titulaer en Wubbo Ockels. Chriet en Wubbo zaten een keer bij mij patat te eten, een patatje oorlog, en we zouden daarna nog even gaan swingen in diskotheek Space. Het Shuttletje stond al klaar buiten dus we moesten een beetje door eten. Voor Wubbo en mij was dat geen punt maar voor Chriet wel, die zat zo ongelofelijk in de ruimte te lullen. Toen we dan eindelijk zouden weggaan, deed ik een vreselijke ontdekking. Mijn gel was op. Dan ging het hele feest dus mooi niet door, zonder wet-look ben ik nergens, maar ik dacht, als ik mijn kop nou eens in die pan stop, het vet is toch nog heet, dan blijft mijn haar misschien wel redelijk in model. Dus ik stop mijn kop in die pan, wordt ik er zo helemaal opeens in weggezogen.
Achteraf hebben we wel verklaard hoe dat kwam, deze pan schijnt namelijk te functioneren als een zwart gat. Het is een heel ingewikkeld verhaal, maar het komt ongeveer hier op neer. De hitte verzamelt zich onder het deksel en verdicht de tijd. Brengt de tijd terug tot een compacte massa, ja relativeert de tijd als het ware.
Vlak voordat het vet begon te stollen trok ik mijzelf uit de ossewit en ik kwam terecht in mijn eigen keuken. Er lag een krant op de keukentafel, ik keek eens naar de datering: Dertig mei 2020, het was dan ook een Algemeen NRC Volkskranthandelsdagbladwaarheidsmagazine. Ik, alert als ik van nature nu eenmaal ben, begreep meteen wat er gebeurd moest zijn. Gewoon een stukje verder gereisd in de tijd met een frituurpan. Er gebeuren tenslotte wel merkwaardiger zaken op deze wereld. Het was wel een gigantische bende in mijn keuken, er stond een afwas van minstens dertig jaar, daar kan geen Dreft tegenop, dacht ik nog.
In de loop van de dag kwam ik er achter dat de wereld in al die dertig jaar nog bijna geen veranderingen had ondergaan. Toon Hermans stond nog steeds in Carré. Er werd nog altijd veel geluld over het milieu, bij de slager kon je alleen nog maar zure zult krijgen. Men had inmiddels wel de veestapel met vijfenzeventig procent teruggebracht. Men was begonnen met de twee grootste varkens van Nederland, Wiegel en Vonhoff, en toen was het mestoverschot in één klap opgelost.
Het broeikaseffekt was nog steeds een hot item. Waar vroeger een eeuwenoude kastanje had gestaan, stond nu een kokospalm, waarvan ik een noot op mijn kop kreeg toen ik er onderdoor liep. Gelijk mijn haar weer plat. Het zestiende kabinet Lubbers was zojuist aangetreden.
Ik kwam langs een Brunawinkel en wie schetst mijn verbazing over wat daar in de etalage lag. Memoires van Vincent Bijlo. Impressies uit een veelbewogen leven. Ik schaamde me al met terugwerkende kracht. Zou ik het kopen? Je gaat toch niet je eigen memoires kopen? Toch leuk om eens even te kijken wat ik in dit leven allemaal nog mee zou maken. Ik pakte het boek, ik zat nog steeds bij uitgeverij Agathon zag ik, en ik begon de inhoud te lezen.
Hoofdstuk 1: De misstap van 1989, openhartige bekentenissen.
Hoofdstuk 2: Europa na 1992, een visie op fusies.
Hoofdstuk 3: Wierook, wijn en wijwater, mijn toetreding tot de rooms-katholieke Kerk.
Hoofdstuk 4: Het schisma van 2004.
Ik klapte het boek dicht. Eng als je leven zo voor je ontvouwd wordt. Ik liep naar huis terug, daar was inmiddels een cameraploeg gearriveerd, die met behulp van mijn gigantische afwas een spotje wilde opnemen voor de zich nog steeds vernieuwende Dreft. Er zat weer twaalf procent meer in de fles, waardoor je wel met een groot gezin moest zijn, wilde je die fles nog van de grond krijgen. Ik vond het prima, werd mijn afwas tenminste ook gedaan.
Ik schrok van de telefoon, die een vreselijk futuristisch geluid maakte. Het was mijn technicus, nog steeds dezelfde als in 1989. Waar ik bleef. We moesten toch vanavond naar Amsterdam? Ik zei hem dat ik er aan kwam en ik begaf me op weg. En het werd me toch een slechte voorstelling! Ik lulde en ik lulde maar, allemaal teksten waarvan ik geen idee had dat ze in mijn kop zaten, het was plat, banaal en glad. Nou weet ik wel hoe dat komt, dat heeft natuurlijk te maken met de enorme bezuinigingen op het onderwijs tussen 1990 en 2020, waardoor het wel plat, banaal en glad moest zijn, anders zou niemand er meer iets van begrijpen.
Ik wil jullie wel even een klein stukje laten horen van hoe flauw en walgelijk het cabaret in 2020 geworden is. Ik ga me proberen te verplaatsen in de tijd, en dan zal ik een klein stukje voorspelen uit mijn eenendertigste programma, zodat je nu al kunt bepalen of je daar heen wilt of niet. Reserveren kan vanaf maandag, ik denk alleen dat het CJP en de vijfenzestig-plus-pas tegen die tijd niet meer geldig zullen zijn.
(Hij stopt de stekker van de frietpan in een stopkontakt op het pilaartje en het licht dooft. Vijf sekonden later als het licht weer aangaat staat hij achter de barkruk met een belachelijk grijs in het midden kaal pruikje op zijn hoofd.)
Goedenavond dames en heren. Ik ben ontzettend blij dat u er vanavond allemaal weer bent. Bijna net zo blij als onze minister van onderwijs, Gerard Cox. Die wil het Rotterdams als voertaal op alle middelbare scholen gaan invoeren. Daar zal zijn vrouw, Joke Aspro Bruys ook heel blij mee zijn. Maar onze minister van cultuur niet, nee, Ivo Niehe niet. Die zweert bij zijn Ivo-Mavo. En onze minister van buitenlandse zaken, ken je die, Willem Oltmans? Zijn Engelse collega zei laatst tegen hem: "Hey, you are old, man!" Jajajajaja.
De mensen zeggen mij wel eens: "Bijlo, jij doet eigenlijk al dertig jaar hetzelfde." Dat klinkt absurd, maar dat is het niet. Maar, ik heb een troef. Vroeger deed hij het licht bij mij, vandaag is hij hier live aanwezig, mijn zoon, Maurice Bijlo. (Een hoempamuziekje wordt gestart en Bijlo voert een ontzettend lullig dansje op.)
Maurice Bijlo.
Ik werd vanmorgen wakker
liep zomaar door het groene licht
ik ging toen naar de bakker
daar stond dat meisje met dat lieve gezicht
ik kocht daar een croissantje
dat kostte mij twee frank
ik kuste haar het handje
maar ojee zij was mank.
We liepen toen naar buiten
en stapten door het rode gras
we waren aan het fluiten
en stampten samen in een plas
de lucht werd blauw, de zon werd bruin
ik voelde het tintelen in mijn kruin
ik wou dat dit altijd zo bleef
wat heerlijk dat ik leef.
We dronken samen grijze wijn
onder een parasol
wat kan de liefde zalig zijn
ik schoot er haast van vol
ik dank hierbij de schepper
die ons dit alles gaf
en dans nu door het gele woud
in een gestrekte draf.
Roeien.
Walgelijk!
(Bijlo loopt kotsend naar de frituurpan en stopt zijn hoofd erin.)
Wat vreselijk. De enige mogelijkheid om dit nog te voorkomen is me onmiddellijk te laten steriliseren. Laten we ons toch niet al te veel met de toekomst bezig houden. Misschien is het beter ons te beperken tot het heden, of liever nog het verleden. Ik heb namelijk, net zoals de meesten van u, een jeugd gehad en tijdens die jeugd heb ik jarenlang wedstrijd geroeid, samen met mijn zus.
Wij zijn een tweeling, mijn zus en ik. Wij voelen elkaar altijd precies aan en voor roeien is dat ontzettend belangrijk, want kenmerk van roeien is dat het synchroon moet gebeuren. Ik nam de linkerriem, zij de rechter.
We zijn eigenlijk met het roeien opgegroeid, we begonnen daar al mee in de baarmoeder. We roeiden toen in een door mijn vader van een oud nummer van Het Vaderland gevouwen bootje. Opgewekt peddelden wij door het vruchtwater.
We hadden altijd ontzettend veel gein in die baarmoeder. Vlak voordat ik dan uiteindelijk geboren werd, want ja, het moest er toch wel een keer van komen, ik heb nog zo lang mogelijk het proberen te rekken maar de moederkoek raakte op, vlak voordat ik dan het eerste levenslicht had moeten aanschouwen, vertelde ik mijn zus nog een mop. Ik zei:
"Weet jij hoe de moederkoek van een Islamitische vrouw heet? Arabische Liga."
En kort daarop aanschouwde ik dan de eerste levenslucht. Ik kreeg een flink portie billekoek, nog snel even gehaald door mijn attente vader en ik huilde. Geen wonder, hij was niet te vreten die billekoek, hij was van Wieger Ketellapper. En ik huilde nog harder omdat "No milk today" van Herman's Hermits op de radio was.
Waar bleef mijn zus nou? "Kom maar naar buiten, we leven hier in het vrije westen!" Ik riep haar maar even toe waar we geboren zouden worden, dan kon ze altijd nog beslissen of ze eruit wilde komen of niet. Het duurde een uur, het duurde anderhalf uur, het kabinet Cals was intussen al gevallen, mijn vader dacht: nou dan ga ik maar vast mijn zoon aangeven bij het geboorteregister. En hij is net weg en daar verscheen, in het gouden morgenlicht dat in brede banen de kamer kwam binnenzetten: haar stuitje. Het bleek dat ze, nadat ik het mopje had verteld, dubbel was geklapt.
Dus ik schuif het raam open en ik roep:
"Pap, het is gebeurd!" En hij vraagt:
"Is het een jongen of een meisje?"
Nou ik wist toen nog niet precies hoe dat in elkaar stak, dus ik vroeg hem:
"Hoe kan je dat dan zien?"
"Nou als ze geen piemeltje heeft is het een meisje".
"Hebben meisjes geen piemeltjes, wat zielig!"
Hee, opeens kwam het verkeer tot stilstand in onze straat. Iedereen stapte uit of van zijn vervoermiddel en ging in een grote kring om mijn vader heen staan. Meisjes geen piemeltjes, zoiets had men nog nooit gehoord.
"Hoe zit dat dan precies," riep een pukkelige puberjongen, "vertel alsjeblieft meer." Waarop mijn vader een drie uur durende uiteenzetting begon over paringsdrift, orgasmes, G-plekken, bijballen, Iteke Weeda en nog veel en veel meer, en ademloos luisterde het klootjesvolk. Men was verbijsterd.
Ik had het nodige ervan opgestoken, ik zag mijn zus liggen en ik dacht: nou, daar ben ik mooi klaar mee. Of nee, dat dacht ik natuurlijk niet, ik dacht: oui, je suis beau prêt avec cela, en ik verviel in mismoedig gepeins. Maar toch, ik groeide op en mijn zus en ik besloten maar weer eens te gaan roeien. Maar, waarin? Het door mijn vader van een oud nummer van Het Vaderland gevouwen bootje was in mijn moeder achtergebleven en Het Vaderland was intussen opgeheven. Maar gelukkig hadden mijn ouders de Telegraaf, zodat we voortaan in een van die krant gevouwen schip de sloten en vaarten bevoeren. We gingen nu ook aan wedstrijden meedoen, maar dat was niet zo'n sukses, het Telegraafbootje had namelijk een ontzettende afwijking naar rechts. Op een dag kreeg ik een fantastisch idee, dat heb je zo wel eens, ik vouwde een bootje van de Autokampioen. En we gingen snel! Al gauw stonden we aan de wereldtop, qua roeien. We wonnen alles, tot we op een dag ingehaald werden door Jaap.
Jaap was nog groter en sterker dan ik en had bovendien een zonnebank. Mijn zus bedacht zich dan ook geen moment en enterde Jaaps schuitje. En zo daalde mijn bootje, van de absolute top, via de subtop en de brede basis, naar de kille diepten van het roeigebeuren. Het was kouder hier beneden. Voor het eerst sinds de baarmoeder zat ik hopeloos alleen met mezelf opgescheept.
Waar zijn die mensen toch gebleven.
Waar zijn die mensen toch gebleven
die alles zo goed wisten
waar zijn die patriarchen gebleven
die zich nooit vergisten.
Waar is Troelstra, waar is Colijn
waar Johan Neeskens, waar Coen Molijn
waar is de tucht, waar is de dwang
het Classisisme, Sturm und Drang.
Ik begrijp het wel, 't is beter zo
maar ik ben soms wel bang
want er is niemand meer die zegt
ik plak je achter het behang
en er is niemand meer die zegt
je moet om twee uur thuis zijn
en er is niemand meer die zegt
drink toch niet zoveel huiswijn
en dan wordt ik dus weer wakker met een kater
ik sta met heel veel moeite op en drink wat water
en dan gaat het wel weer
maar dan komt die vraag telkens weer
waar zijn die mensen toch gebleven
die alles zo goed wisten
waar zijn die patriarchen gebleven
die zich nooit vergisten.
Waar is Churchill, waar is Den Uyl
waar Olof Palme, waar is John Lennon
waar is Ludwig
op zijn zuil.
Stoklopen
Inleiding
Zolang er mensen zijn wordt er al bewogen. Voor sommigen is bewegen echter makkelijker dan voor anderen. Als je blind of slechtziend bent, kan het ontwijken van obstakels veel problemen geven. Voor hen is dan ook dit handige naslagwerkje bestemd. Maar niet alleen voor hen. Ook voor u, ziende, is de cursus bedoeld, je weet immers maar nooit. Wij raden u dan ook aan om dit boekje altijd op zak te hebben, voor het geval er zich calamiteiten mochten voordoen. Aan de braillevertaling wordt ondertussen hard gewerkt. Binnenkort ligt hij bij alle openbare bibliotheken en postkantoren. Mocht u in geval van nood met behulp van dit boekje het postkantoor of de openbare bibliotheek niet kunnen vinden, dan ligt dat niet aan het boekje, maar aan gebrekkige bewegwijzering van de overheid op met name dit gebied. In de hoop dat dit dokument voor velen een eye-opener mag zijn, houden wij ons voor adviezen en commentaar graag aanbevolen:
Stuurgroep V en V Stok,
postbus 52 (postcode onbekend) Den Haag.
Een stukje geschiedenis
Het lopen met de witte stok is uitgevonden door de blinde Franse polstokhoogspringer Gilbert Ampère, en niet, zoals de Haarlemmers nog steeds ten onrechte beweren, door Laurens Janszoon Koster. Ampère had ontdekt dat als je de polstok in een iets andere stand dan bedoeld voor het hoogspringen houdt, je in een klap zowel je concurrenten als de arbitragecommissie een enorme sprong voor kan zijn. Nadat hij op die manier vier keer kampioen van Frankrijk was geworden, hing hij het springen aan de wilgen en ging zijn uitvinding voor andere doeleinden gebruiken. Hij kortte de stok drastisch in, voorzag hem van opvallende kleuren (wit en rood, nog steeds aanwezig in de Franse vlag) en begon met zijn stok als voelspriet de wereld te verkennen.
Hij stuitte op vele onverwachte moeilijkheden. Wat te denken van de vele vuilniszakken die Frankrijk ook toen al rijk was, en de straatmuzikanten die het centrum van Parijs in die dagen een voor een blinde niet bepaald prettig aanzien gaven. Ampère strandde in een wirwar van mensen en objekten. Hij kon geen kant meer op, tot hij op een dag met zijn uitvinding naar zijn geniale broer toog, André Marie Ampère, de befaamde fysicus en wiskundige, die van zijn stok een stroomgeleider maakte. Nu lag de wijde wereld voor de jonge, in het duister tastende onderzoeker open. Niemand legde hem nog een strobreeed in de weg.
De uitvinding is later aangepast, maar de polsstok van Ampère vormt nog steeds de basis voor onze tegenwoordige blindenstok.
De huidige praktijk.
In de snelle, moderne twintigste eeuw is de mobiliteit van de mens ernstig toegenomen. De gemiddelde Nederlander verplaatste zich in 1989 zes keer zoveel als honderd jaar daarvoor. Eén groep is daarbij echter tussen wal en schip gevallen: de witte stokgebruikers. Uit een onlangs door de Vrije Universiteit te Amsterdam gehouden onderzoek onder twaalf doorsneeblinden, blijkt dat de gemiddelde visueel gehandicapte anderhalf maal zoveel zit als in 1912, toen het laatste onderzoek in deze werd gehouden. Over de ziende stokgebruikers zijn geen cijfers bekend, maar de algemene opinie is dat ook zij meer tijd op hun reet doorbrengen dan hun niet stoklopende medeburgers.
Wij als stuurgroep willen daar iets aan doen. Zowel de blinde als de ziende stokgebruikers moeten zich bewust worden van de situatie. Want ook op dit gebied heersen helaas nog vele wantoestanden. Wantoestanden die niet in de laatste plaats terug te voeren zijn op het lakse, kortzichtige beleid van de overheid. In de loop der jaren is er door het uitblijven van goed beleid en voldoende financiële middelen een ware hausse van allerlei prutserige amateuristische aktiviteiten ontstaan teneinde de mobiliteit van de stokgebruiker te garanderen. Meestal werden deze aktiviteiten gesponsord door plaatselijke middenstanders, maar aangezien voor middenstanders het eigenbelang meestal zwaarder weegt dan het algemeen nut, heeft dit geleid tot een veelheid van extreme situaties.
1. Leiden.
In Leiden bevindt zich op het station een looplijn voor stokgebruikers, gemaakt van felgekleurde rubbertegels. Een goede zaak, denkt u nu, maar trek uw conclusies niet te snel. Deze lijn is mede betaald met geld afkomstig van het Leidse Chinese restaurant Ziao Ziang. Ziao is een slimme Pekingchinees, die ervoor heeft gezorgd dat de rubbertegels precies ophouden voor de deur van zijn etablissement.
De stokgebruiker die aan komt lopen merkt dat de lijn ophoudt en blijft in opperste vertwijfeling als aan de grond genageld staan. Wat nu? Zijn hele wereld dreigt als een kaartenhuis in elkaar te zakken. Op dat moment springen zestien Chinezen op zijn nek en dwingen de ongelukkige het eethuis binnen te gaan. Wij willen met dit voorbeeld de haat jegens buitenlanders niet aanwakkeren, daar zijn andere organisaties voor, maar een merkwaardig voorbeeld is het wel.
2. Amsterdam.
In de metro in Amsterdam heeft men speciaal voor de stokgebruiker een cassetterecorder geïnstalleerd, die je vertelt welk station je nadert. Meestal loopt dit bandje echter minstens twee stations voor. Zodoende stap je dus uit op plaatsen waar je helemaal niet wil zijn.
Deze twee voorbeelden zijn nog maar het topje van de ijsberg. Duidelijk is ons intussen wel geworden, dat de huidige situatie als buitengewoon vervelend en onbevredigend wordt ervaren en daar moeten wij met z'n allen iets aan doen.
De cursus.
We moeten er natuurlijk allereerst voor zorgen dat het trajekt dat wij willen afleggen, vrij is van mens, dier, plant en andere irritante objekten, waaraan wij ons eventueel zouden kunnen verwonden. Tenzij deze verwonding als prettig en/of noodzakelijk door de wandelaar wordt ervaren, maar daar gaan we in deze cursus nu even niet van uit. Voor deze wandelaar zal binnenkort bij de Leidse onderwijsinstellingen de cursus "Botsen mag, ook overdag" verschijnen.
We gaan er dus nu van uit dat een zo veilig mogelijke overtocht wordt gewenst van punt A naar punt B en dat doen we natuurlijk in de eerste plaats door de stok heen en weer te bewegen voor het lichaam, met een amplitude ter breedte van datzelfde lichaam, en daarbij zo hard mogelijk met de stok op de grond te slaan, dit om de eventueel aanwezige mieren de stuipen op het lijf te jagen. Het is echt zaak zo hard mogelijk te slaan, zodat zelfs de doofste mier denkt: "Ja, daar zou best eens iets kunnen aankomen dat misschien als ik niet ...," gesteld dat mieren kunnen denken natuurlijk.
Ik vond het vroeger zelf altijd vreselijk leuk, het heen en weer bewegen van de stok. We werkten toen nog met de ouderwetse stoktechniek, dat was de Herman Stoktechniek, maar dat is ook allemaal veranderd sinds de vara geen rood meer in haar stok heeft. Dat was nog in de tijd dat Marcel van Dam alleen maar appelsap dronk. We werkten toen nog met die ouderwetse degelijke stokken, het wandelstokformaat met zo'n lekkere ijzeren knots er onderaan. Als ik niet buiten aan het lopen was met die stok, dan zat ik er wel mee binnen. Dan hield ik hem stoer tussen mijn knieën en deed dan net of het de stuurknuppel van een F 16 was, ik heb namelijk jarenlang piloot willen worden. Mijn vader ambieerde ook altijd een carrière bij de nationale luchtmacht, maar hij had een bril dus dat kon hij wel vergeten, nou ik had geen bril. Ik wilde hem bewijzen dat al die miljoenen die hij in de loop der tijd in mij geïnvesteerd had niet voor niets waren geweest. Ik wilde hem trots naar de hemel doen opkijken als ik kwam overrazen in mijn F 16. Ik had al met hem afgesproken dat ik een oefenbom zou laten vallen op het huis van de buren, dan wist hij dat ik het was en dan waren we ook gelijk in een klap van die buren af. Maar tijdens mijn eerste oefenvlucht is het al misgegaan. Welk huis was nou dat van de buren?
Ik prikte eens met mijn stok uit het vliegtuig naar beneden, raakte verstrikt in een waslijn en haalde een slipje omhoog. Dat slipje herkende ik duidelijk aan zijn aroma, dat was zonder twijfel het slipje van de buurvrouw, dus ik liet meteen mijn oefenbom vallen. Maar, ik was natuurlijk nu al weer een klein stukje verder en die oefenbom is toen precies terecht gekomen bovenop de EO-studio's, alle zegen komt van boven, dacht ik nog. Er is toen later nog een proces tegen mij gevoerd maar ik ben toen vrijgesproken omdat mijn advokaat warm en gloedvol betoogd heeft dat het hier een blindganger betrof.
Laat ons terugkeren tot de ouderwetse wandelstok. De looppraktijk met die apparaten was lang niet altijd eenvoudig. Ik maakte in die tijd nog wel eens wat slachtoffers, ik liep één op tien in die dagen, maar ja, integratie eist zijn tol. Ik sloeg ook zo hier en daar wel eens een etalageruit in zodat ik het spoor weer makkelijk kon terugvinden. Dat bracht echter gevaren met zich mee. Het is een keer voorgekomen dat ik de etalageruit van een dierenwinkel insloeg waar toevallig een pitbullterrier achter zat, die zich met alle kracht die hij in zich had, in mijn stok vastbeet.
Toen heb ik hem mee naar huis genomen, ik heb hem afgericht, en ik moet zeggen, wat ze ook over die beesten mogen beweren, het zijn fantastische geleidehonden. Als een vorst liep ik op zaterdagmiddag door de Kalverstraat. Dat africhten moet je overigens wel op een speciale manier doen. Je gooit je stok weg en dan gaat die pitbull er vanzelf wel achteraan. Je moet er alleen voor zorgen dat de pitbull aangelijnd is en dat jij die lijn vast hebt. Op het laatst had ik hem dan zo ver dat ik 's middags mijn stok met een taxi naar het café liet brengen, en dan hoefde de barman hem 's avonds alleen nog maar voor de deur te leggen en "wham" daar kwamen wij al aan! Aan het eind van zo'n gezellige avond gingen we dan weer naar huis met een enorm stuk in onze kraag, ik van de drank, de barman van mijn pitbull, en dan begon de procedure weer van voren af aan. Stok in taxi, chauffeur bij mij thuis stok voor de deur gelegd en wij naar huis.
Toen, op een avond dat we dat weer deden, is mijn pitbull doodgeschoten. Door een agent, die ons betrapte op openbare dronkenschap. Ik heb nog geprobeerd een proces tegen hem aan te spannen, maar deze agent was aangelijnd, daar viel niet tegen te procederen.
Blues.
Toen ik gisteren over straat liep
waterig zonnetje op mijn hoofd
kwam er plotseling een vent aan
die mij van al mijn geld heeft beroofd.
Hij kwam van achter een lantarenpaal
sloeg me keihard op mijn hoofd
waterig zonnetje schrok daar zo van
dat het onmiddellijk is gedoofd.
Toen ik vijf minuten later bijkwam
was mijn giromaatpas weg
mijn geld, mijn shag, mijn credit cards
o jongens wat een pech.
Toen ik de straat wou oversteken
reed een auto over mijn voet
maar gelukkig reed hij loodvrij
wat aanzienlijk minder pijn doet.
En toen ik eindelijk thuiskwam
gepokt, gemazeld en bebloed
toen vond ik daar haar afscheidsbrief
tot ziens, tabee, het ga je goed.
Ik dacht ik spring het raam uit
en dat deed ik ook terstond
maar ik was vergeten
ik woon op de begane grond.
De derde persoon
Men sprak over mij in de derde persoon
moet hij nog koffie
op medelijdende toon.
Mijn moeder wist het niet en zei
je zult het hem zelf moeten vragen
nu wendde men zich tot mij
herhaalde de vraag en
jawel, nu in de tweede persoon
maar nog steeds op dezelfde, medelijdende toon.
Ik val huilend in mama's armen
ik heb geen trek meer in hun bakjes troost
ik wil mij slechts aan haar verwarmen
zij is mijn toeverlaat, mijn troost.
Maar dat, zei zij, moest nu maar eens veranderen
en pakte resoluut mijn hand
en sleepte mij toen mee, naar de anderen
daar stond ik, handjes bang vooruit gestoken in het zand.
Maar de anderen zagen mij niet staan
ze speelden vrolijk door
ik moest iets doen, mijn stem verheffen
daar was mijn stem toch voor
ik lulde en ik lulde
ik schreeuwde en ik brulde
totdat men zei, ja, jij bent jij
jij bent jij en niet meer, hij.
(Bijlo staat nog sekonden lang stil en begint dan iets te ruiken en zoekt met zijn neus de ruimte af naar de bron).
Hé, wie heeft zich hier zo gul overgoten met zijn Denim-aftershave? Nee, dit is het niet, dit is Chanel, en o gadverdamme, er heeft iemand Old Spice opgedaan. Ah, ik ruik Wc-eend, er zit een playboy in de zaal waarschijnlijk.
(Dan ontdekt hij Van Beethoven, die daar al meer dan veertig minuten lang zonder dat Bijlo het wist, staat).
Hé, jij bent het Ludwig. Wat heb je nou opgesmeerd man? Für Männer die kühl bleiben, auch wenn es heiss wird, tjonge, Van Heethoven. Jij wou zeker de vrouwen imponeren. Maar dat lukt je toch met je muziek ook wel, dat is toch met Elise ook gelukt.
Je was kwaad he? Moet je niet meer doen. Nee, ik vind dat je muziek, sinds je niet meer hoort wat je schrijft, er stukken beter op is geworden. Die negende, dat vind ik echt een fantastisch stuk.
Zullen we ergens lekker een pilsje gaan drinken en dan nergens meer over zeuren? Dan moet je me gelijk die modulaties eens leren, die in de Sonate Pathétique zitten, want die kan ik absoluut niet uit mijn piano krijgen. Zullen we gaan?
(Van Beethoven reageert niet. Dan ontdekt Bijlo dat Beethoven een koptelefoon op heeft en hem dus helemaal niet heeft horen praten. Bijlo haalt de koptelefoon van Van Beethovens hoofd en zet hem zelf op.
Klanken van "alle Menschen werden Brüder" vullen de zaal en Bijlo pakt het hoofd van Van Beethoven op en gezamenlijk lopen ze af).