Niet zeiken, gewoon doen

Niet zeiken, gewoon doen!

Niet zeiken, gewoon doen!

Luister in het duister

naar het stampen van mijn schoen...

Niet zeiken, gewoon doen!

Niet kijken, scheelt een hoop poen,

niet kijken, scheelt een hoop poen.

't Gaat toch om de tekst, die kun je in 't donker ook wel doen.

Niet kijken, scheelt een hoop poen...

 

Nou, dit is geen doen in het donker. Ik sla voortdurend mis op

die marimba. Arthur! Doe in godsnaam dat licht maar weer aan, dan

zien de mensen dat geweldige decor tenminste.

Zo, goedenavond ik wou er vanavond een gezelige positieve avond

van gaan maken. Eigenlijk had ik een heel zwaar programma met

veel fin de sièclegezeik en sombere toekomstvisies, van de wereld

gaat naar de klote en de mensheid is opper dan op en legter dan

leeg, mar ik zat net in de kleedkamer de kranten van afgelopen

week door te lezen en toen dacht ik zo slecht gaat het eigenlijk

helemaal niet (actuele berichten). Ik had ook emmers vol cynisme

over jullie willen uitstorten, maar ik vind eigenlijk: Cynici

kennen de prijs van alles maar de waarde van niks. Deze uitspraak

is overigens niet van mij, hij is van Oscar Wilde, nee ik zeg het

er gelijk maar even bij want de affaire Diekstra ligt me nog vers

in het geheugen.

Vanavond dus geen sombere toekomstvisie, want ik ben zelf

ontzéttend goed bezig met het creëren van een betere wereld. Ik ben tegenwoordig helemaal eco-oké! Ik heb bijvoorbeeld zo'n

waterbesparende douchekop gekocht - dan kan ik twee keer zo lang

douchen, ik heb tegenwoordig zonnecollectoren op het dak, nu

alleen nog wat zon; ik heb een windturbine op m'n dak staan en ik

heb groene stroom. Ik controleer ook twee keer per dag of het wel

daadwerkelijk groen is, gewoon: vinger in het stopcontact;

vanmiddag was het blauw.

Wat hebben we nog meer? Ja: ik stop mijn glas tegenwoordig in

zo'n bak met vier van die gaten erin. Welk glas in welk gat weet

ik niet, maar het gaat om het idee. We eten tegenwoordig thuis

ook biologisch brood, heel handig: één boterham voldoet voor de

hele week, en oud smaakt het precies hetzelfde als vers. Groen

beleggen doen we ook, dat betekent een blaadje sla bij de kaas

tussen het biologische brood. We eten alleen nog maar Max-

Havelaarvlees - dat is voor boeren die in de problemen zijn

geraakt met de gekke-koeienziekte. Intussen hebben ze dat in

Frankrijk ook; daar noemen ze het la vache qui rit.

Boervriendelijke oké-bananen eten we ook (ik ben gisteren nog op

m'n bek gegaan over zo'n schil: oké, banaan!).

We hebben ook biologisch verantwoorde vuilniszakken thuis. Dat

zijn afbreekbare vuilniszakken. Je moet alleen wel

verschrikkelijk veel afval hebben, want die zakken zijn binnen

twee dagen absoluut afgebroken. Wat hebben we nog meer?

Chloorvrij toiletpapier, zaaddodende pasta, kortom: wij gebruiken

alleen nog maar ecologisch verantwoorde producten. Daar krijg je

tegenwoordig ook airmiles bij, dus wij vliegen morgen op kosten

van het milieu drie dagen naar Mexico.

Ik heb nog iets anders gedaan en dat is misschien wel het beste dat ik ooit voor het milieu heb gedaan: ik ben sinds twee weken begonnen met het

opzetten van het Cabaret-Carpoolsysteem. Dat werkt geweldig. Ik

rijd meestal samen met Toon Hermans; die zit nu buiten in de

auto een beetje te neurién van 'Vierentwintig rozen...'. Ik heb

dekens voor hem meegenomen, dus dat is geen probleem, en straks

om elf uur haal ik hem weer op.

Laatst hebben we Herman van Veen meegenomen, die moest in Parijs

optreden; maar ja, wij carpoolen. Ook hadden we onlangs Hans

Dorrestijn in de auto, dát was een vrolijke bende! We zijn nog

even gaan eten bij een McDrive, nou, Hans wist niet wat hem

overkwam! Hij wilde alsmaar een happy meal.

Ze hebben Hans trouwens gevraagd de oudejaarsconference te

schrijven; dan zit je dus écht in de eindtijd!

Maar goed, ik zit dan meestal samen met Toon in die auto. Zijn we

gezellig een beetje terrein aan het rijden; meestal door het

Groene Hart en dan zitten we zo'n beetje die zieke iepjes omver

te rijden. We hebben zo'n grote limousine, rijdt één op vier, maar ja: wíj carpoolen. Dan zitten we lekker

wat te praten, over het leven en zo, een mopje te zingen en fijn

te spelen op de marimba, zo van: 'Een ballon, een ballon, een

ballonnetje, een ballonnetje dat sist in de pan.'

Geweldig ding, hè, die marimba? Deze is van Ikea. Zweeds tropisch

hardhout. Kl
n nk, heet-ie, dat is Zweeds voor 'niet te hard

slaan'. Prachtig instrument. Hier is acht vierkante kilometer

tropisch bos voor omgekapt; fijn dat zo'n bos dan toch nog zo'n

functie krijgt! Het is trouwens nog verdomd moeilijk om precies

tussen die staven door te slaan...

 

 

Ik schilder (marimba).

 

Vroeger was mijn leven saai

en dacht ik vaak aan zelfmoord,

maar dat is nu voorbij,

sinds ik het woord heb gehoord.

Ik heb het woord van Toon,

hij zei: 'Weet je, jij moet gewoon gaan schilderen!'

En het helpt echt, dat schilderen.

Nu kan ik mezelf van binnen uit bevrijden,

nu kan ik depressies effectief bestrijden.

Verf is de geleider van verheven gedachten,

verf mobiliseert mijn innerlijke krachten,

o ja, ik schilder!

Net als Jeroen Krabbé en Robin de Vilder,

ja, ik schilder.

Net als Carry Tefsen en net als Annie Schilder,

ik schilder.

Net als Ria Valk, ja, die van worstjes op mijn borstjes,

die maakt zelfportretten.

Ik schilder.

Binnenkort ga ik het maken,

binnenkort word ik bekend

en mocht dat nou niet lukken,

dan snij ik gewoon mijn oor af,

net als die andere Vincent.

Ja, ik schilder...

Nee, het gaat ont-zét-tend goed met Nederland. Het gaat ge-wél-

dig! Economisch gezien is het nog nooit zo goed gegaan. 1996 was

echt een topjaar! We hebben zo'n beetje de halve Verenigde Staten

opgekocht en neem nou zo'n groep als de daklozen: daar gaat het

ook ont-zét-tend goed mee. Er komen er steeds meer.

Ze zijn ook niet allemaal junk meer, ze zijn steeds hoger

opgeleid. Ze hebben tegenwoordig zelfs een eigen blad, het

Straatnieuws, en dat is het huisorgaan van de daklozen, om het zo

maar eens te zeggen. Ik heb dat Straatnieuws vanmiddag in Hoog

Catherijne gekocht van een dakloze en dat was echt een primeur,

want dat was de eerste dakloze die twee voltooide studies achter

de rug had.

'Ik ben de eerste dakloze met twee bulle in z'n kontzak en wat

krijg ik van de gemeente? Niks! Geen taart, geen andere kleine

attentie, ja: methadon ken ik krijge, maar dâ hoef ik nie. Ik

ben nie verslaafd. Ik bedoel: as er nou slagroom bij zou zijn,

ja.. Ik ben afgestudeerd musicoloog, ik ben afgestudeerd in de

muziekwetenschappe. M'n doctoraalscripsie ging over muzak. Dâ

weet je misschien, dâ's die muziek die ze in dat soort gestichte

als Hoog Catherijne draaie. As je nog nie an de Prozac was, nou,

dan raak je dat wel van die muzak. Daarom heb ik die marimba ook

hier staan, die marimba is mijn tegenwicht tegen de muzak. Ik

doe alles op dâ ding, alles wâ ik heb. Ik strijk d'r me klere op,

eens per ach jaar, je ken d'rmee surreve in de grach, ik vent 'r

't Straatnieuws op uit, ik speel d'r Bach op. Of Vivaldi, dâ hore

de mense toch nie. Een prachtig apparaat. Ik speel alle

marimba's. Basmarimba, tenormarimba, altmarimba,

sopraanmarimba, álle marimba's.

En weet jij nou waarom ik dakloos ben? Dâ komp omdaddik zo dom

praat. As je zo dom praat, dan gelove de mense nooit dajje

intellekteweel ken zijn. En dan woon je ook nog 'es 'n keer in de

 

Domstad, dus dâ helpt ook al nie mee...

Mar ik heb ze allemaal geleze: Nietzsche, Kant, Brakman, Maarten

't Hart, Ronald Giphart, Marcel Möring, Max de Lange praamsma.

Maar ja, ik prat dom, dus 't zal wel nie zo weze! Nou, ik ga

mooi CDA stemme bij de volgende verkiezinge. Ik heb die Muskes

gehoord, die bisschop van Breda, hejje dâ gehoord? Dâ je als

dakloze brood mag jatte? Geweldig plan, mar ja: wâ voor brood,

dâ zegge d'r dan nie bij. Molenbrood, Pandabrood, Acht grantjies,

biologische tarwe, grof volkore, Chiabattabrood? Ik stond

gistere zo lang te aarzele dâ ik al betrapt was voordâ 'k iets

kon jatte!

Ik heb wel uit 'n kattelieke kerk een handjie vol van die hosties

gejat. En die pastoor kwaad, jonge! Hij zegt:

'Godsgloeiendeteringdakloze! Je mag geen brood jatte van God, dâ

mag nie!' Ik zeg: ''t Mag misschien nie van God, maar 't mag wél

van Muskes, hoor! Hejje d'r geen curry bij, jochie? O nee, wach

effe: doe mij maar een hostie-ham-kaas.'

Je mag geen brood jatte! D'r mag wel meer nie! De hele

intellektewele elite van Nederland is d'r tege, want brood jatte

is nie ethisch verantwoord. Die mense zien ons dag aan dag brood

jatte uit vuilnisbakke, dus dâ is wél ethisch verantwoord!

Bedele mag tegewoordig ook al nie meer. D'r is laatst in

Amsterdam 'n bedelaar opgepakt omdat-ie 't straatbeeld zou

verloedere. Nog effe en iedereen wordt opgepak die nie in een

pakkie van de Sosajetie Sjop rondloop! Dóar gaan we heen.

Maar ik verloeder 't straatbeeld nie meer! Ik bedel nog wel, maar

ik heb zo'n apperaatjie gekoch, dat de mense bij mij met hun

chipknip kenne betale. En dat vinde ze leuk! Ik vang tonne, ech

waar! Ik geef d'r ook Lego-zegeltjes bij, airmiles en zo. Ik heb

ook een aanbieding. As je mij nou elke week vijf gulde geef, dan

ken je over tien jaar graatis op mijn koste naar Londen Heathrow.

En voor de terugweg moejje daar dan 'n dakloze vinde, want die

hebbe ze in Londen ook zat.

Laatst had ik nog zo'n badmuts van 't Leger des Heils bij m'n

marimba staan. Hij zegt: 'Gaat gij mee, arme dakloze, naar ons

Nieuwjaars-sit-in-stoeleprojek? Daar heerst 'n gevoelstemperatuur

van plus dertig.' Dâ zal allemaal wel, maar ik heb d'r geen zin

in. Dan moeje de hele dag gaan zitte op 'n stoeltjie, dan moeje

gaan bidde en as je hard genoeg bidt, dan krijje een koppie soep

en as je nóg harder bidt, krijje d'r twee balle in. Balle van

God.

Maar God bestaat helemaal nie, die balle doen ze d'r gewoon zelf

In. God bestaat nie, anders hattie toch wel op Internet

gezete? Zittie nie, hoor! Ik heb dâ gecontroleerd. Ik doe

tegewoordig zo'n Internetcursus voor dakloze, 't Virtuele Huis,

heet die cursus. We hebbe ons sinds kort ook verenigd in de

European Daklozen Union, een homepage opgezet op Internet, onder

het motto 'in het web voelt de dakloze zich pas écht thuis',

geweldig! Ik vin dâ een prachtig medium, Internet. Ik mag d'r

grag over surfe, nou ja: ik ken 't eigenlijk nog niet zo goed,

't is eigenlijk meer klûne wattik doe.

Laatst zat ik in de bibliotheek van het Witte Huis. Ik weet nie

precies hoe 't kwam, maar ik zat zo'n beetjie met die pijltjies

naar benede en toen kwam d'r ineens op me scherm: 'Welcome to the

White House Library.' Nou, dâ kwam harstikke goed uit, ik had

gelijk onderdak voor de nach. Heb ik nog een beetjie zitte

tsjette met Hilary Clinton, een boompie opgezet met Bill, 't is

echt prachtig, hee!

Er is wel een hoop porno op dat Internet. Ik had laas zo'n vies

mens achter me reet aon. De hele tijd kreeg ik op me scherm: 'Hi!

I'm Debbie from Alaska and I'm sitting naked behind my computer.'

Ik heb teruggeschreve: 'Nou, dâ zal wel koud zijn, wijffie!'

't Cabaretweb, dâ heb je tegewoordig ook. Alle

cabaretvoorstellingen die d'r ooit zijn gemaakt, die staan op dâ

cabaretweb. Je muis leg in 'n deuk van 't lache! Je harde schijf

klap gewoon dubbel!

Maar God bestaat dus nie, daar hâ'k 't over. Ik heb 't vanmorge

gecontroleerd, ik heb 'n e-mailtje geschreve aan God

apestaartsjie hemel.cda en in dâ e-mailtje heb ik gezet:

'Achterlijke God, red ons van dit paarse kabinet!' Nou, ik had 't

verstuurd, maar ik kreeg 't gelijk weer terug, met de vermelding

'god doesn't exist - error 653.' Nee joh, god bestaat dus nie,

anders had-ie ook wel zo'n mobiele telefoon gehad, maar die

heppie nie.

En de dakloze musicoloog had het nog niet gezegd, of

daar ging mijn mobiele telefoon. Ja, ik heb ook zo'n ding. Sorry,

sorry, sorry. Ik ben er ook ingeluisd door zo'n glad KPN-

piepeltje. Die hebben tegenwoordig zo'n speciaal abonnement voor

de gehandicapte medemens. Weet je hoe dat heet? Handispace. Dan

kun je als gehandicapte gratis bellen in daluren; alsof er voor

gehandicapten alleen maar daluren zouden bestaan. Ik bel nu dus

gratis in daluren met GSM.

De politie was trouwens ontzettend kwaad, want die konden het

GSM-net niet afluisteren. Dat klopt ook wel, want het doet 't ook

nooit. Héél af en toe hoor je 'Przklwkajig zrmnstpriep zls

klammeknuk flpiegere streuje klmnsdtroe gnmoeperie.' Ik ken één

iemand die zo praat, dat is mijn moeder, maar zo vaak belt die me

nou ook weer niet.

Maar nu deed mijn mobiele telefoon het dus wel. Ik nam hem

onmiddellijk op. Het was een glad KPN-piepeltje. Of ik wilde

meewerken aan een televisiespot ter promotie van de mobiele

telefoon. Ze hadden ook al helemaal het script uitgedacht. Ik

moest namelijk met mijn stok wat op straat gaan lopen, dan moest

ik verdwalen, dan moest ik met m'n mobiele telefoon mijn vriendin

bellen en roepen: 'Hi. Ik ben verdwaald!' En dan zag je zo achter

in beeld mijn huisdeur opengaan en dan stond ik pal voor m'n

eigen huis. En dan kwam mijn vriendin eraan, een beetje zoenen en

zo, en dan de herkenningsmelodie. Nou, ik zeg: 'Prachtig idee,

wat schuift 't?' en op dat moment piep-piep: wisselgesprek! Ja,

dat heb ik nou nooit. Ik zit wel twaalf uur per dag te bellen om

maar eens een wisselgesprek te krijgen, nooit gelukt, nu wel. Ik

schakelde meteen om: Libertel. Hadden precies hetzelfde idee. Dus

dat GSM-netwerk is blijkbaar tóch af te luisteren.

Nou, ik ben gaan onderhandelen, steeds maar heen en weer tussen

KPN en Libertel, en uiteindelijk ben ik op Libertel uitgekomen.

Die boden net vijfduizend gulden meer, dus ik heb een afspraak

gemaakt op het kantoor van Libertel. Ben ik me op weg daar

naartoe toch verdwááld, zeg! Ik heb nog even geprobeerd ze te

bellen, maar ze waren de hele tijd in gesprek. En wisselgedprek

dat hebben ze niet bij Libertel, want dat is van de kpn.

 

De zelfkant (Piano).

Ik weet niets van de zelfkant,

nee, echt niets van de zelfkant,

nou ja, íets van de zelfkant uit de krant.

Soms stop ik een junk een gulden in zijn hand

en dat is alles wat ik weet van de zelfkant.

Ik zou zo graag blues maken,

maar blues maken, dat kan ik niet,

want blues hoort bij de zelfkant

en de zelfkant ken ik niet.

Ik heb een vriendin, 'k heb een parkiet,

'k heb een huis met bovenburen,

'k heb een huis met dunne muren,

dus blues maken, dat lukt mij niet.

Alleen de parkiet

die vindt het leven in die kooi

niet zo ontzettend mooi.

Hij zingt de blues

ik begeleid hem op de piano, maar ik zing niet.

 

Ja, het gaat ont-zét-tend goed, met mij ook, ja. Het geld stroomt

met bákken binnen. Ik weet zelfs niet eens meer wat ik ermee moet

doen, zo erg is het al. Ik zit wel negentig keer per dag met mijn

mobiele telefoon m'n chipknip op te laden, dat kan tegenwoordig,

kost een gulden per minuut, dus je jast ze d'r snel doorheen. Ik

zit wel honderdtwintig keer per dag via de Girofoon m'n saldo op

de girorekening af te luisteren, ik bel tegenwoordig de raarste

06-lijnen en mobiel kost dat één gulden eenenvijftig per minuut,

dus het gaat hard. Vanmiddag heb ik de relatielijn ontdekt, dát

is iets leuks! Dan kun je checken of je een goede relatie hebt;

ik was er laatst na een gulden of tachtig, negentig achter dat ik

een uitstekende relatie had. Ik zou natuurlijk ook een gesprek

met mijn vriendin kunnen voeren, maar daar heb je niks aan, want

dat is gratis.

Ja, het gaat ont-zét-tend goed, er is zó verschrikkelijk veel

geld. Ze komen er trouwens tegenwoordig erg snel achter als je

eenmaal iets te besteden hebt; dan zijn ze er als de kippen bij.

Dat weten ze meteen. Ik kreeg vanmiddag bijvoorbeeld een brief:

'Als u nu vijfhonderd gulden aanbetaalt, komt u op de wachtlijst

voor een donorlever.' Ze waren er dus achter gekomen dat ik nogal

veel bier koop, en weet je hoe? Via mijn airmiles-pas. Ik krijg

wel meer heel rare post. Laatst weer: 'Op 26 april hebt u voor

het laatst een wc-eend gekocht. Wordt het niet weer eens tijd?'

'Geachte heer Bijlo, uw vriendin slikt al een maand de pil niet

meer. Komt u eens vrijblijvend langs. Met vriendelijke groet,

Prénatal.'

Er is zo verschrikkelijk veel geld! Dat die bedrijven het geld

hebben om dat soort rare mailingen te doen, dat is toch

afgrijselijk? Behalve de overheid, die heeft dan op de een of

andere manier weer géén geld, dat is dan weer zo gek! Maar daar

springen die bedrijven dan natuurlijk meteen weer in, die gaan

alles sponsoren wat los en vast zit. Bijvoorbeeld het onderwijs.

Dat gaat binnenkort helemaal geprivatiseerd worden. Binnenkort

wordt het gewoon zo dat je, voordat je naar een geschiedenisles

gaat, eerst even naar een videootje moet kijken. 'In Wereldoorlog

I voerde men oorlogen met behulp van mosterdgasgranaten met

Marne-mosterd. Lekker bij een blokje kaas. In Wereldoorlog II

vielen de Duitsers Rotterdam aan met toestellen van ons eigenste

Fokker. En onze Joodse medeburgers werden afgevoerd over rails

aangeboden door de firma Krupp. In Vietnam rookten de soldaten

tijdens de zware gevechten met de Vietcong Marlboro-sigaretten.

En in Rwanda ging men elkaar te lijf met messen van het merk

Solingen. Keihard de scherpste.'

Binnenkort neemt het bedrijfsleven op alle niveaus de macht over,

ook op mondiale schaal. De Tutsi's gaan naar Pepsi en de Hutu's

naar Coca. Als je een crematie hebt gehad, ga je niet meer gewoon

koffie drinken en cake eten, nee, dan ga je even naar de

McDeath.

Er is zo verschrikkelijk veel geld, ook particulieren bulken

ervan. Ik heb tegenwoordig ongelooflijk veel vermogende vrienden.

Laatst kwam ik een vriendin tegen en dat mens was me toch

chagrijnig, zeg! Kwáád! Ik zeg: 'Wat is er aan de hand? Gaat het

slecht met je relatie of zo?' 'Ja,' zegt ze, 'we hebben thuis

verschrikkelijke ruzie, want we moeten beslissen wat we voor 'n

boot moeten gaan kopen. Maar gelukkig gaan we morgen op

fietsvakantie naar Vietnam.'

Nu zijn ze terug van die fietsvakantie naar Vietnam en er was

gelukig geen reet aan. Het ritje van Schiphol naar huis was

dertig keer zo leuk als drie weken lang door ontbladerde bossen

fietsen en bovendien hadden ze in Vietnam nergens, maar dan ook

nérgens Vietnamese loempia's. Volgend jaar gaan ze op

loopvakantie naar Zaïre.

Mensen zijn zo stom! Ze kopen auto's van tonnen om achter de

lulligste Japannertjes in de file te kunnen staan. Dan gaat zo'n

auto van twee ton tweehonderdtwintig kilometer per uur, maar

achter zo'n kutjapannertje in de file gaat-ie precies even hard

als dat Japannertje! En dan zouden ze die files best kunnen

oplossen met dat carpoolen, maar ja: cárpoolen! Je bent

zó'n ongelooflijk mietje als je dat opzet!

En dan is het natuurlijk ook nog zo dat iedereen gewoon wil dat

die files blijven stáán. Niemand wil die files kwijt. Stel je

eens voor dat er op een dag geen files meer zouden zijn. Iedereen

zou ongeschoren, onopgemaakt en uren te vroeg op z'n werk komen,

er zou veel te veel gewerkt worden, de werkloosheid zou stijgen,

de lastendruk zou veel te hoog worden, de beurs zou instorten,

het land zou failliet gaan, we mogen de EMU niet meer in, het zou

een grote bende worden.

Bedrijven hebben ook verschrikkelijk veel belang bij de files.

KPN en Libertel willen maar wát graag dat ze blijven bestaan,

want er wordt ontzettend veel vanuit de file gebeld. Dat je wat

later thuiskomt, omdat je in de file staat. Het schijnt zelfs dat

medewerkers van Libertel en KPN mensen in auto's gaan bellen en

ze heel moeilijke vragen gaan stellen. Dan gaan die mensen dus

langzamer rijden en dan heb je een file.

We zouden de files wel kwijt kunnen, maar niemand wil carpoolen,

want iederee wil lekker alleen in z'n auto zitten, lekker een

beetje zitten ruften, lekker de radio keihard aan, lekker een

beetje zitten kankeren op die kutfile. En het is natuurlijk ook

zo dat als je met z'n tweeën in een auto zit, je niet lekker kunt

zitten kankeren op die kutfile, want dan staat-ie er niet!

Toch gaan die files vanzelf verdwijnen, daar kunnen wij helemaal

niets aan doen. En daar hoeft Jorritsma ook niets aan te doen,

die hoeft geen gulden extra te investeren in infrastructuur, want

over dertig jaar zijn alle files weg. Dan is alle fossiele

brandstof op. En dat gaan wij allemaal nog meemaken, tenminste:

dat halen jullie toch nog wel, dertig jaar? Ik bedoel: Herman

Brood is onlangs vijftig geworden, nou, dan worden wij wel

honderdtwintig. Jeltsjin leeft ook nog steeds, die hebben ze

gewoon een paar pvc-pijpen door z'n borst geramd, hoewel hij er

nog vrij slecht uitzag in Helsinki, dus er is ns nog hoop. Zal me

benieuwen of hij dat uitgestelde bezoek aan Nederland alsnog komt

afleggen. We moeten toch goed uitkijken dat het dan niet Robert

Paul is.

Over dertig jaar zijn alle fossiele brandstoffen op.

Misschien nog wel eerder ook, want we jassen er toch steeds meer

energie doorheen! Je zou zeggen: als er iets schaars wordt,

zouden we dan niet eens rustig aan gaan doen? Nee hoor, de wereld

is een soort bak patat geworden: je moet snel doorvreten, anders

is het koud. De autowegen moeten worden verbreed, er moet een

tweede nationale luchthaven komen, nou, daar ben ik ook helemaal

voor, maar dan wel ondergronds.

Er zijn vijf miljoen zeshonderddrieëndertigduizend auto's in

Nederland en dan tel ik de mijne nog niet eens mee. Laatst las ik

een kop in de krant van de Gasunie. Die juichte: 'Hoi! We hebben

nog nooit zoveel energie in vierentwintig uur omgezet! Nationaal

record! Hoi! Een record! Hoi!' We kunnen wel gaan staan juichen,

maar straks valt er helemaal niks meer om te zetten. En dan wordt

het écht koud. Een vuurtje stoken gaat niet meer, want al die

kn
n rs en kln nks en andere kn t-kwists van Ikea, die heb je zo

opgestookt, en de bossen zijn zo verzuurd, die branden ook voor

geen meter meer. En dan wordt het dus echt verschrikkelijk koud,

tenzij het broeikaseffect zó doorzet dat je het hele jaar door

buiten kunt zitten, maar ga daar voorlopig maar niet van uit.

En stel je eens voor: al die lege wegen, die de hele dag maar

liggen te wachten op al die auto's die nooit meer zullen rijden!

Het file-signaleringsysteem signaleert helemaal níets meer,

behalve misschien wat verdwaalde hooligans, de Erasmusbrug ligt

er verlaten bij - o nee: dat is dan al eerder gebeurd (voor die

brug zouden ze trouwens een prachtig ballet kunnen maken: de

Stervende Zwaan). En op al die lege wegen hangen de bordjes met

'100' voor lul, maar er is één voordeel: Van der Valk zal nooit

meer de fiscus kunnen ontduiken.

En stel je eens voor: Schiphol wordt natuurgebied. In alle

parkeergarages komen theaters. Natuurmonumenten gaat wandelingen

organiseren in de tunnel onder het Groene Hart. En soms, als het

heel hard waait, is er een heel klein beetje stroom en dan voert

men korte gesprekjes via zijn mobiele telefoons, of men speelt

cd's af of men draait video's en dan gaat de wind weer liggen en

dan is het weer weg.

Ach nee, joh! Zo ver komt het toch helemaal niet! Dan hebben ze

allang weer iets nieuws verzonnen!

Jaja! Wat dan? Kernenergie is niet zo'n goed idee, daar zijn ze

gelukkig nu zelf ook wel achter. Dit jaar gaat Doodewaard dicht

en daar komt dan een pretpark in, Euranium Wunderland. Wat zou je

dan moeten verzinnen? Auto's op water? Koude kernfusie? Ik zie

het niet zitten. Het zou wel een geweldig plan zijn als iemand

auto's zou uitvinden die rijden op pis. Dan zou je tenminste

lekker kunnen zeiken in de file. En drank wordt dan ook noodzaak.

Dan krijg je in zo'n spot van Postbus 51: 'Drank helpt je

vooruit! Hoegaarden, de witte motor!' Het zou ook dé oplossing

zijn voor incontinente autorijders. Ja, het gaat ongelofelijk

goed met mij, ik ben namelijk verliefd.

De hoge e (gitaar)

De eerste keer dat jij mij zag,

zat ik me te vervelen,

'k zat doelloos op de grond

op mijn gitaar te spelen.

Toen jij mijn kamer binnenkwam,

knapte er een snaar;

sindsdien speel ik met vijf snaren op mijn gitaar.

Het was de e, de hoge e,

de e van eenpersoonsbed

en de e van eetcafé.

Sinds ik jou heb,

speel ik zonder hoge e.

De e is van de snaren

de allernaarste snaar:

de e is van de blues

en de e is van de pijn,

dus zie je een jongen

met 5 snaren op zijn gitaar,

dan kan zijn vriendin

alleen maar net zo leuk als die van mij zijn.

Het was de e, de hoge e,

de e van eenpersoonsbed

en de e van eetcafé.

Sinds ik jou heb,

speel ik zonder hoge e.

Sinds ik jou heb,

heb ik genoeg aan b en g en d en a

en de lage e.

Een geweldig instrument, hè, die gitaar? Nou ja, het hangt er een

beetje vanaf wie 'm bespeelt. Mensen zeggen wel eens: 'Hee, ik

wist niet dat jij gitaar speelt.' Dat wist ik trouwens zelf ook

niet. Ik kwam er achter toen ik Guus Meeuwis hoorde. Het is ook

echt zo'n instrument voor in het kampvuur, tenminste die van

Meeuwis dan. Ook zo'n ding voor protestsongs, geweldig gewnre was

dat.

Schuldig (gitaar)

Ik voel me schuldig over de ellende,

ik voel me schuldig over de bende

op de wereld, maar 'k doe niets

om het te veranderen.

Nee, ik doe niets;

ik laat het over aan anderen.

Zie je míj staan in de woestijn,

baby's vaccineren?

Zie je míj zitten in het zand,

kinderen schrijven leren?

Zie je míj op de dorre vlakte staan,

waterputten slaan?

Nee, dat zie je niet,

nee, dat zie je niet,

want ze hebben daar geen behoefte

aan iemand die niets ziet.

Maar jullie, jullie met je goede ogen,

jullie met je heldere blik:

jullie zitten hier maar onbewogen,

jullie kunnen wél iets doen!

Jullie wel, en niet ik.

Ik zou het doen,

maar ik kan het niet.

Echt, ik zou het doen,

maar ik kan het niet.

O nee, dat is niet hypocriet...

Ik liep dus vanmiddag nog steeds met die dakloze door Hoog-

Catherijne en dat is tegenwoordig 24 uur per dag open. Dus mocht

je om drie uur 's nachts denken: joh! Ik zou best eens een leren

jas willen hebben, dat kan. Ze zijn dan aanmerkelijk goedkoper.

Ik loop dus door Hoog-Catherijne, gaat wéér mijn mobiele

telefoon. Ik neem hem onmiddellijk op.

'Hallo?'

'Ja, met Hans Dorrestijn'

Leuk, Dorrestijn. Heeft zeker iets over ons Cabaret-

Carpoolsysteem.

'Nee, ik had een andere vraag: houd jij van sporten?'

Nou nee. Nee, eigenlijk houd ik niet zó van sporten. Ik zit

liever achter de geraniums met een biertje. Het schijnt ook niet

te mogen van Erica Terpstra, die gaat over gehandicapten en ze

kan ook niets anders dan aanmoedigen: 'Húp jongens! Vooruit

maer!' Toen zij aan de macht kwam, moesten en zouden de

gehandicapten ineens massaal gaan sporten. Dus ik dacht: nou

vooruit, ik ben ook de beroerdste niet. Laat ik mijn valide

medemens een pleziertje doen. Dus ik ben ooit eens begonnen met

zitvolleybal. Ja, dat vond ik dan wel relaxed, ik kreeg toch

nooit een bal. Maar ik heb het niet lang volgehouden, want ik

werd na de eerste wedstrijd al geschorst: ik ging na afloop

staan.

Ik heb ook nog een tijdje aan luchtdrukgeweerschieten gedaan.

Hadden ze ook aangepast. Dan moest je met dat geweer op een

kaartje richten. Dat kaartje maakte geluid en als het geluid

stopte, dan had je blijkbaar dat kaartje geraakt. Dat gebeurde

nooit. Ik heb wel een keer m'n instructeur geraakt, die schiet nu

ook aangepast.

Hardlopen, dat heb ik ook gedaan, dan werd ik met m'n arm met een

riempje aan de arm van een ziende vastgebonden en dan kwam het

vaak voor dat ik met zo'n los armpje aan de finish kwam.

'Houd jij van sporten? Wij mogen namelijk als cabaretiers meedoen

aan AVRO's Sterrenslag.'

Sterrenslag, dat vind ik nou zó geweldig; als ík daar eens aan

zou mogen meedoen, zeg! De Paralympics voor bekende Nederlanders!

Dat leek me nou zo stoer, per ongeluk op m'n brommertje Ron

Brandsteder doodrijden, of Bart-de-Graafwerpen of zo. Dus zei ik:

'Natúúrlijk wil ik meedoen aan AVRO's Sterrenslag!' maar de AVRO

zei: 'Nou nee. In uw geval kan dat niet, want dan moeten we al

die spelen weer gaan aanpassen en daar hebben we geen geld en

tijd en mankracht voor.'

Ja, de AVRO. En mij wél vragen als er een of ander lullig

programmaatje moet worden gemaakt, zoals Sex met Angela. Dat ging

over sex met gehandicapten. Ja ja, dat kán, jazéker kan dat!

Jullie zouden zeker wel willen weten hoe dat dan gaat, hè? Laat

ik dit zeggen: met het licht uit. Tenminste, dat denk ik. Ik weet

het niet, want ik heb het nog nooit met een gehandicapte gedaan.

Maar dus wel voor zo'n lullig programma als Eén op Tien. De AVRO

denkt namelijk dat één op de tien Nederlanders gehandicapt is.

Het zijn er natuurlijk veel meer, maar dat weet de AVRO niet.

Hadden ze tien uitzendingen gemaakt en in elke uitzending gingen

ze een handicap gezellig een beetje in het zonnetje zetten. Leuk

muziekje eronder en zo. Ik heb eens een uitzending over doven

gezien: léuk! Toen hadden ze namelijk Albert Verlinde doof

gemaakt. Hadden ze het maar zo gehouden, maar nee, dat niet. Ze

haalden de propjes uit z'n oren en de presentator vroeg: 'Gut,

Albert, hoe wás het?'

'Nou,' zei Albert, 'ik hoorde niks.' Hij had beter in een

uitzending over verstandelijk gehandicapten kunnen zitten.

Toen zei die presentator: 'Nou, Albert, je hoeft mij niks te

vertellen, want ik heb wel eens een oorontsteking gehad en ik

weet precíes wat het is om doof te zijn.' Ja, ik heb me ook wel

eens lam gezopen, dus ik weet precíes wat het is om in een

rolstoel te zitten. Ik heb ook wel eens naar de AVRO gekeken, dus

ik weet precíes wat het is om verstandelijk gehandicapt te zijn.

Vorige week was het Wereld Dovendag? Heb je 't niet gehoord? De

doven hadden in Amsterdam een symposium georganiseerd over de

toekomst van het doofzijn. Of dat na dertig jaar nog mogelijk zou

zijn, wat het zou kosten en zo. En toen hadden ze allemaal

sprekers uitgenodigd om over de toekomst te praten, onder anderen

Chriet Titulaer, onder het motto 'of je hem nou hoort of niet, je

verstaat hem toch niet'. Aan het eind van de dag moest ik komen

optreden voor die doven en ik had gespeeld en ik ga dat podium af

en ik denk: het was níets, het was helemaal níets; ik heb het

helemaal verkeerd gedaan, ik hoor niks! Kon ik weten dat die

doven applaudisseren door met hun handen naast hun oren te

wapperen!

Eén op de Tien dus. Ze hadden dus ook een uitzending over blinden

en wie moest daar in? Nee, Jules de Corte was net dood, dus:

Vincent Bijlo. En ik moest gaan koken voor de camera. Ik zeg:

'Hebben jullie geen catering dan?' 'Jawel, jawel, je krijgt prima

te eten, maar je moet gaan koken voor de camera en dan nodigen we

Joop Braakhekke uit en dan blinddoeken we Joop Braakhekke en dan

gaat die met jou meekoken en dan gooit-ie alles om, hahahahaha!'

Ik heb gezegd: 'Oké, ik doe het, maar alleen als ik de

geblinddoekte Braakhekke in de food processor op vol vermogen een

uur lang mag laten ronddraaien.' Wat is dat nou voor een onzin,

koken voor de camera! Ik bedoel: ik laat zelfs m'n gasten niet

zien hoe ik kook. Het is zo'n onsmakelijk gezicht als ik met m'n

blote jatten in die pannen sta te roeren!

En altijd heeft de AVRO z'n mond vol van 'Gun de gehandicapten uw

gulle giften. Strijk met de hand over uw hart, ze hebben het zo

nodig! Weet je wat ze met dat soort onzin aanrichten? Ik loop

gisteren met mijn vriendin door een winkelstraat, zij zegt: 'Ik

ga even deze winkel binnen, wacht jij even buiten.' Goed, ik

wacht buiten. Krijg ik zo vijf gulden in m'n hand gedrukt! Vijf

gulden! Wat moet ik nou met vijf gulden? Dat is toch veel te

weinig!

Hoewel... nee, wacht even: vijf gulden kan toch ook best veel

zijn. Het is een beetje jammer dat Sport 7 niet meer bestaat,

anders had je voor vijf gulden twee maanden lang naar Sport 7

kunnen kijken. Dat is lang, hoor! Aan de andere kant is het ook

wel leuk dat het niet meer bestaat. Toen het uit de lucht was,

heb ik ontzettend hard tegen m'n beeldbuis geroepen: 'Timmer! Now

you've made things better!'

Maar moet je je eens voorstellen: twee maanden lang kijken naar

Sport 7! All-round kampioenschappen Staatsen met hernia,

werelduurrecord stropdasstrikken, Bowlen Masters 1974 eerste

ronde, stijldansen regionaal voorrondes... Ik heb een plan: als

nou elke ziende Nederlander elke blinde die hij tegenkomt - en

d'r zitten er hier vanavond al acht - vijf gulden geeft, dan

kunnen wij als blinden Sport 7 morgen weer op de rails zetten. En

dan heeft de zender ook precies de goede doelgroep te pakken,

want Postema en Masmeijer hoef je er écht niet bij te zien.

Postema heeft zo'n kegel, die ruik je dwars door de decoder heen.

Blij met blind

Het is misschien wel leuk als jullie bij het volgende liedje

méédoen. Er zit namelijk in het refrein van dit nummer een klap

op de piano - als volgt:... Er zitten er nog twee in, maar die

gaan zó:... en zó:... Maar de klap die ik bedoel, gaat dus zó:...

Als jullie de klap nou horen, moet je keihard zingen: 'Hij is zo

blij met'. Even proberen dan: een, twee, drie, vier!

Een beetje synchroon houden, graag. En dan zó hard dat ze in de

zaal hiernaast denken: 'Godsgloeiende!'

Góeóeóed! Ga maar lekker achterover zitten, let op je adem,

schouders laag, voeten stevig op de grond; denk maar: 'Die grond,

dat is de grond.'

(piano)

Ik kreeg laatst een brief thuis

van het academisch ziekenhuis,

hij ging over genezen,

had ik dat wel goed gelezen?

Ja, het stond er echt: genezen.

Dus ik naar de professor, de profesfessor was heel blij,

hij zei: 'Meneer, straks hoort u er weer helemaal bij!

Er gaat een wereld voor u open, dat beloof ik u!'

Ik zei: 'Nou nee, dank u.' Hij zei: 'Wat zegt u nú?'

Ik zei: 'Als u het niet erg vindt,

laat mij maar lekker blind.'

Laat mij maar lekker blind,

laat mij maar lekker blind!

Ik ga echt niet zien

omdat men dat nodig vindt.

Laat mij maar lekker blind, laat mij maar lekker blind...

Een, twee, drie, vier, já:

Hij is zo blij met -

Hij is zo blij met -

Hij is zo blij met -

Ik ben zo blij met blind.

Ik zie de foto's in de krant niet van de lijken,

ik zie de honger en ellende niet in de sloppenwijken,

ik hoef nooit naar Catherine Keyl te kijken,

natuurlijk, ik hoor dat mens wel zeiken,

maar ik ga niet bij haar zeiken omdat zij dat nodig vindt,

nee, laat mij maar lekker blind.

Laat mij maar lekker blind,

laat mij maar lekker blind!

Ik ga echt niet zien

omdat men dat nodig vindt.

L

aat mij maar lekker blind, laat mij maar lekker blind...

Een, twee, drie, vier, já:

Hij is zo blij met -

Hij is zo blij met -

Hij is zo blij met -

Ik ben zo blij met blind.

Wat moet ik in de wereld van de zienden?

Ik zou niemand meer herkennen,

mijn vriendin niet en mijn vrienden.

Ik zou opnieuw moeten beginnen als een kind.

Laat mij maar lekker blind.

Laat mij maar lekker blind,

laat mij maar lekker blind!

Ik ga echt niet zien

omdat men dat nodig vindt.

Laat mij maar lekker blind, laat mij maar lekker blind...

Een, twee, drie, vier, já:

Hij is zo blij met -

Hij is zo blij met -

Hij is zo blij met -

Hij is zo blij met -

Hij is zo blij met -

Hij is zo blij met -

(Nog maar vijf minuten!)

Hij is zo blij met -

Hij is zo blij met -

Hij is zo blij met -

Koffie!

Night in edam marimba en band.

Bolkestein (piano)

Kijk, er is te weinig blauw op straat,

dat is een veelgehoorde klacht.

Nou, daar hebben wij als VVD het volgende op bedacht,

het lost de criminaliteit in één klap op:

we kopen allemaal een blazer bij de Society Shop.

Dat ís gewoon zo, dat ís gewoon zo;

je kunt zeggen van niet, maar dat ís gewoon zo.

Dat ís gewoon zo, dat ís gewoon zo

dat ís gewoon, ís gewoon zo!

Kijk, Aruba is een eiland en daar gaat het niet zo best,

het is daar - excusez le mot - één groot roversnest.

Maar wij hebben een oplossing voor al die problemen:

we gaan gewoon naar Frans voorbeeld daar een kernproefje nemen.

Kijk, de individuele huursubsidie is een obstakel

en altijd weer goed voor veel socialistisch gekakel.

Maar die linkse kippen zonder kop moeten niet zo tegen mij te

hoop lopen, hè.

Want in dít land is met déze lage rente iedereen in staat z'n

eigen stulpje te kopen, hè.

Maar niet allemaal in Wassenaar,

niet allemaal in Aerdenhout,

want VVD'ers moet je spreiden,

anders loopt het fout.

Dat ís gewoon zo, dat ís gewoon zo;

je kunt zeggen van niet, maar dat ís gewoon zo.

Dat ís gewoon zo, dat ís gewoon zo

dat ís gewoon, ís gewoon zo!

De Hoop Scheffer (piano)

(op de wijs van 'Give me hope, Joanna'/Eddy Grant)

O ja, er was eens een klein partijtje

en dat heette het CDA.

Het was van Lubbers en zijn karweitje,

maar ja, wat kwam daarna?

Dat is De Hóóp - Scheffer

Jaap de Hóóp - Scheffer

Jaap de Hóóp - Scheffer van het CDA

Dat is De Hóóp - Scheffer

Jaap de Hóóp - Scheffer

Jaap de Hóóp - Scheffer van het CDA

Jaap is de hoop in bange dagen,

maar Jaap krijgt het niet voor elkaar.

Alle bloedgroepen blijven klagen,

nee, ik geef Jaap nog geen jaar

Dat is de Hóóp - Scheffer

Jaap de Hóóp - Scheffer

Jaap de Hóóp - Scheffer van het CDA

Dat is de Hóóp - Scheffer

Jaap de Hóóp - Scheffer

Jaap de Hóóp - Scheffer van het CDA

Nou, dát is een tijd geleden dat het CDA een applausje kreeg! Ik

heb er op D66 trouwens ook een gemaakt en die gaat zó:

 

[rest van de pagina blanco!]

 

Dat applausje kwam van links, hoorde je dat? En op de PvdA heb ik

er natuurlijk ook een. Solidariteit! De kaboutermars!

 

Ontwaakt, verdienenden der aarde!

Tot de markt ons geschaard!

Want de Neoliberale

zal morgen heersen op aard'.

Vroeger was ik socialist. Ik kom uit een ongelooflijk grote,

socialistische familie. Een Utrechtse familie; wij woonden met

z'n allen in een heel klein huisje aan de Weltevredenstroat. Mijn

vader was best wel tevreden en mijn opa was schoenlapper.

Tegenwoordig heb je ze niet meer, schoenlappers. Tegenwoordig

heeft iedereen Reeboks en die flikker je gewoon weg. Die gaan dan

naar ontwikkelingslanden en dan komen ze weer hierheen om er de

marathon op te winnen. De NOVIB-methode is dat.

Mijn opa was dus schoenlapper en hij lapte schoenen voor de rijke

mensen van Utrecht; die konden dat op de pof bij opa laten doen.

En op een gegeven moment zat hij dan met een hele winkel vol met

gerepareerde schoenen en die hufters kwamen ze maar niet ophalen.

Dus wat doet opa? Hij zat al járen zonder geld en op zekere dag

flikkerde hij al die schoenen in de kachel en steekt ze aan. Heel

Utrecht onder de rook en tóen hoorde je buiten opeens: 'O! Ik had

m'n schoenen nog moeten halen.'

Een prachtige, ouwe Utrechtse familie was het. We woonden dus met

z'n allen in dat huisje; beneden was de schoenlapperswinkel van

opa en boven was één kamer. Daar woonden wij met z'n zevenen:

opa, oom Bert, m'n ouders en hun drie kinderen. En het was een

fíjne tijd! Ik herinner me de lange winteravonden, waarin we

liters Exota dronken. Af en toe ontplofte er wel eens een fles,

maar ach, dat kwam ons wel goed uit, want wij hadden nooit geld

voor vuurwerk met Oud en Nieuw. Ik herinner me die lange

winteravonden waarin we keken naar de zwart-wittelevisie, zo'n

televisie die je al een uur voordat je wilde gaan kijken moest

aanzetten, want anders waren de buizen niet op tijd warm. Dan

keken we naar Peppi en Kokki - ach god: Peppi is dood, ja. Ach

jee, Peppi is dood! En nog wel in een Thaise badplaats, dat vind

ik tóch verdacht. Maar goed: we gingen dus kijken naar De Vuist,

Wie van de Vier, Twee van de Zes, Vijfkamp, Negenkamp, Mieke

Telkamp...

En als we geen televisie keken, dan deden we spelletjes. Het

vlooienspel, met échte vlooien. Ja, het was een fíjne tijd. We

liepen rond in truien met elleboogstukken en als je broek te kort

was, dan naaide moeder er gewoon een stukje van een ouwe broek

van vader aan. Dan werd je op school wel uitgelachen, maar dan

riep je gewoon terug: 'Hee joh! Hou jij je bek johhee, mejje

achterlijke kapitalistische Levi's!'

Wij waren trots op onze afkomst. Elke avond, voordat we gingen

eten, zongen we de hele Internationale. Dat duurde wel lang, maar

ja: koud kon het eten toch niet worden, want we hadden nooit geld

voor iets warms. Behalve natuurlijk als opa weer wat schoenen op

de kachel had geflikkerd. Nee, wij aten boterhammen met reuzel.

En als er iemand jarig was, dan kregen we tulpenbollenstamppot.

En met Kerst mochten we thee zetten met een zakje dat nog maar

één keer gebruikt was. Ja, het was een fíjne tijd.

En oom Bert was mijn grote held. Oom Bert was nog zo'n echte

ouderwetse niet-zeiken-gewoon-doen-man. Ik heb bijvoorbeeld van

oom Bert nog schaatsen geleerd, op van die Friese doorlopers,

nou, dat was verschrikkelijk. Hij bond die dingen zó stevig onder

je poten dat je na tien minuten al niet meer wist of je nog

voeten had of niet. En dan hingen op een gegeven moment die

schaatsen zo zielig naast je enkels en dan stond je met je blote

poten op het ijs.

Oom Bert nam me bijvoorbeeld ook mee naar het speelplaatsje; dan

zette hij mij op een fietsie - ik had een fietsie met zonder

zijwieltjes - en dan zei hij: 'Ik ga nu aan de overkant van het

plaatsje staan en jij fietst tussen de klimrekken door naar mij

toe.' En ik fietste tussen de klimrekken door naar hem toe. Of we

beklommen samen de Dom en dan stonden we boven en dan zei oom

Bert: 'Ik zie Rome, ik zie Parijs, ik zie Berlijn, ik zie

Amerika!' en ik geloofde hem. Of we gingen op zondag samen naar

Maartensdijk. Oom Bert had een ouwe brommer, daar hadden we de

uitlaat afgezaagd, zodat we de zondagsrust flink aan flarden

reden. Ik zat voorop en oom Bert bediende onder mijn armen door

het gas, het stuur en de rem. Dan gingen we in Maartensdijk

vliegeren; oom Bert bouwde namelijk zelf vliegers, dat waren

geweldige vliegers, met staarten van opgerolde kranten. Altijd

als oom Bert staarten van christelijke kranten gebruikte,

flikkerde de vlieger naar beneden. En daarin zag oom Bert een

bewijs dat god niet bestaan kon.

Oom Bert was namelijk een overtuigd atheïst, een vakbondsman, hij

was ook niet getrouwd, daar had hij geen tijd voor, nee, oom Bert

was altijd maar bezig met het vakbondswerk. Hij was er echt zo

een van het gestaalde kader, zo'n man van: 'Als uw machtigen arm

het wil, staat gansch het raderwerk stil!' Oom Bert kon ook van

die geweldige ongenuanceerde dingen roepen. Dan zaten we gewoon

aan tafel en dan riep-ie opeens, zonder dat er enige reden toe

was: 'Alle rijken dood!' En dat vonden wij zó góeóeóed! Ja, we

hadden natuurlijk ook geen geld.

Nachtenlang kon oom Bert vergaderen, in buurtcafé De Rat, over de

bevrijding van de arbeidersklasse. Hoe dat dan moest, wist-ie ook

niet, maar hij wist wél dat er veel bier bij nodig was. De Rat

was zo'n prachtig ouderwets café, waar, als er een nieuw vat bier

nodig was, iedereen aan de kant moest en dan ging er een luik in

de vloer open. Af en toe flikkerde er wel eens een klant in dat

luik, maar die werd dan gewoon weer opgehesen, die werd op een

barkruk gezet, kreeg een cognacje en geen gezeik over drank maakt

meer kapot dan je lief is.

In De Rat kon echt alles. Er werd gekaart, er werd gedart, of

soms een combinatie van beide spelen. Er zaten vrouwen truien te

breien en als je jaren later zo'n trui aan had, kon je nog ruiken

dat-ie in De Rat was gebreid. Af en toe scheet er wel eens een

hond op de vloer, maar dat gaf niet, die gaf dan gewoon een

rondje voor de hele zaak en dan was er niks aan de hand. Dat was

een geintje. Ik ben in De Rat ook voor het eerst straallazerus

geworden; van één sneeuwwitje. Dat kon toen nog. Een goedkope

tijd.

Er stond ook zo'n eenarmige bandiet in De Rat, ik weet niet of u

die nog kent, zo'n ouderwetse fruitautomaat. Tegenwoordig is er

niks meer aan, je hebt vier cylinders, je drukt op een knopje en

je hebt, pats! In één keer de jackpot. Vroeger was dat heel

anders, dan had je zo'n hendel, daar trok je aan en je wist bij

god niet wat er gebeurde, maar het was geweldig. Nou had ik een

jaar gespaard en na dat jaar had ik een gúlden bij elkaar weten

te sprokkelen. En op mijn elfde verjaardag flikkerde ik die

gulden in die eenarmige bandiet, ik trok aan die hendel en pats!

In één keer de jackpot. En dat hele café juichen en roepen:

'Rondje! Rondje!' En ik vroeg aan oom Bert: 'Wat is dat, oom

Bert, rondje, rondje?'

'Nou,' zei oom Bert, 'dat is dat we naar huis moeten.'

Wij naar huis en ik tegen m'n ouders: 'Jongens, jongens! Ik heb

tweehonderdvijftig gulden gewonnen! De jackpot!'

'Nou,' zei m'n vader, 'lever dat maar in, dat zetten we gewoon op

een boekie voor later.' En laat nou nooit meer iemand ook maar

íets van dat boekie hebben gehoord! Maar het was me toch wíjs

geweest, jongen!

Afgelopen 1 mei heb ik opgetreden op de internationale, nee,

laten we het even beperkt houden: op de nationale viering van de

Dag van de Arbeid van de PvdA. Ja, dat zouden ze wel willen, nee:

de nationale viering. Maar het was niet zo'n bevlogen

ideologische bende als je zou vermoeden. Het hele zaaltje zat vol

GSM-telefoons en dat was wel een voordeel: de mensen móesten wel

luisteren naar wat er op het podium gebeurde, want die dingen

deden het natuurlijk weer niet. Maar ze hadden op zichzelf wel

een aardig programmaatje samengesteld. Eerst kwam er Dixieland -

Dixieland bij de PvdA, ja ja, de Rode Blazers! En na de Rode

Blazers kwam Wim Kok, met een ideologisch betoog over de

Muntunie, het nieuwste alibi om asociale maatregelen door de

strot van de kiezer te persen. Na Wim Kok kwam ik, als een soort

hoofd-act, zal ik maar zeggen. Ik werd aangekondigd door de

dagvoorzitter, dat was de voorzitter van de afdeling Noord-

Scharwoude, daar hadden ze blijkbaar de laatste socialist vandaan

weten te halen, en die man vraagt mij: 'God, meneer Bijlo, u

staat nou hier op dat podium, hè? Zou u het publiek nou eens

willen uitleggen: hoe stemmen blinden?' Ik zeg: 'Nou ja, gewoon,

met een stemvork.' Ja, ik vond hem zelf wel aardig, maar de

socialisten konden er niet om lachen. Toen heb ik nog maar even

uitgelegd dat ik een vriendin heb, en die kan wél zien en die

kleurt dan zo'n hokje rood - eigenlijk zou dat hokje groen moeten

zijn, maar goed: ze kleurt het rood.

Ik had daar dus opgetreden en ik had zo'n beetje de

Internationale gezongen, van de Neoliberale, en een paar

dingetjes gedaan en ik ging af - van het podium dan - en ik

hoorde niks. Ik dacht: 'Jézus, ik héb me daar toch slecht

gespééld!' Of zouden die socialisten net zo applaudisseren als

die doven op dat congres? Ik liep dus zo'n beetje mismoedig door

die wandelgangen te dwalen, toen ik ineens een mokerslag op m'n

schouder voelde. Ik draai me om, ik ruik die lucht van

verschraald bier, ik ruik dat werkmanszweet, ik ruik die zware

Van Nelle, die zelfgebreide trui uit De Rat: oom Bert.

En hij was nog helemaal níets veranderd. Oom Bert was nog steeds

dezelfde socialistische rots in de branding van de vrije markt.

Maar hij was wel kwaad. Oom Bert was ver-schrik-ke-lijk kwaad. We

liepen samen dat zaaltje in, waar al die zalmsoesjes etende

socialisten in hun Frans-Molenaarpakkies champagne stonden te

drinken en oom Bert begon verschrikkelijke dingen te roepen: 'Weg

met de Adelmuntunie! "Kok" betekent niet voor niks "lul" in het

Engels! Alle rijken dood!' En toen-ie ook nog de Internationale

begon te zingen, had hij het echt grondig verpest. Hij werd door

zes Rode Blazers opgepakt en dwars door de salondeuren op straat

gesodemieterd. Daar lag mijn socialisme voor lijk op de grond.

Ik heb oom Bert gereanimeerd met een biertje en een zware Van

Nelle, ik heb een taxi voor hem gebeld met mijn mobiele telefoon

en we zijn samen naar zijn huis gegaan. Hij woonde nog steeds in

datzelfde huisje aan de Weltevredenstraat waar wij vroeger met

z'n zevenen woonden. Intussen was opa z'n schoenlapperswinkeltje

er allang niet meer, opa was allang dood en op de plaats van die

winkel zit nu een snackbar - ik heb ooit wel eens geprobeerd daar

een hamburger te eten, maar veel verschil met opa's schoenen kon

ik niet ontdekken.

We liepen naar boven, we gingen aan die oude, houten, gekerfde

tafel zitten en oom Bert begon te vertellen. Hij was inmiddels

getrouwd - oom Bert getrouwd! Het was hem dan toch gelukt - Hij

was getrouwd met Saartje (of Soartjie, zoals wij altijd zeiden),

het barmeisje uit De Rat. Ze was er ook niet, ze was uit werken

in De Rat, maar, zei oom Bert: 'De Rat is tegenwoordig De Rat

niet meer. Die heet nou Grand-café Rachmaninoff.' Ze hadden

intussen ook twee kinderen, Kees en Koos, maar die waren er ook

niet, die waren namelijk op schoolkamp.

We zaten daar, we namen een biertje en nog een biertje en nog een

biertje. En we begonnen herinneringen aan vroeger op te halen.

Herinneringen aan het schaatsen, het fietsen, de Dom, het

vliegeren, de brommer, Maartensdijk, de Februaristaking, de

spoorwegstaking uit 1903 en hoe meer biertjes we namen, hoe

linkser we werden. Bij het vijfde biertje waren we nog gewoon

socialist, bij het negende biertje waren we Trotzkist en bij het

achttiende biertje behoorden we tot de uiterste linkervleugel van

de Rote Armee Faktion.

En toen begon oom Bert te roepen: 'Alle woapenhandeloare motte

met hun eige woapes afgemoak worde!' Góeóeóed! 'Alle christene

motte noar de hel!' Maar de hel bestond toch niet? Jawel, voor de

christenen wel. Dus ze moeten naar de hel. 'Alle Duitsers motte

aon het gas! En dat moge ze dan eerst zelf hier in Slogtere komme

betoale!' 'Alle Chineze tege de muur!' Nou, daar heb je een

flinke muur voor nodig. 'Nou, die hébbe ze tochoch?' 'Wiegel aan

de galg!' Nee, jongen, dat houdt dat touw nooit!

En toen we acht Tatianakalenders bij elkaar hadden gezopen, waren

er nog maar drie mensen over op de hele wereld: oom Bert, Tatiana

en ik. En Tatiana wensten we de volgende dag dood.

Sinds je niet meer drinkt (piano)

Sinds je niet meer drinkt,

vind je alle moppen flauw.

En sinds je niet meer drinkt,

heb je een hekel aan je vrouw.

Sinds je niet meer drinkt,

zijn sigaretten niet meer lekker.

Sinds je niet meer drinkt,

word je weer wakker van de wekker,

sinds je niet meer drinkt.

Maar sinds je niet meer drinkt,

ben je niet meer zo sarcastisch,

vindt je vrouw je echt fantastisch,

sinds je niet meer drinkt.

Maar sinds je niet meer drinkt,

zijn de dagen veel te lang,

kun je niet slapen, bent 's nachts bang,

sinds je niet meer drinkt.

Sinds je niet meer drinkt,

vind je mensen die drinken stom

en het is nou precies daarom

dat je morgen gewoon weer drinkt.

Weet je, ik vind paars maar een raar kabinet. Ik vind het een

ongelooflijke zegen dat Nederland nou voorzitter van de Europese

Unie is, dan kunnen ze het zoorje tenminste niet binnenslands

verpesten, dan doen ze het op internationaal niveau. Maar ik vind

het een raar kabinet. Eerst schaften ze gewoon de hele Ziektewet

af, toe maar jongens, hup maar, gelijk de Ziektewet weg! De PvdA

heeft er overigens behoorlijk spijt van, want nu moeten ze zelf

het salaris van Rottenberg doorbetalen.

Eerst de Ziektewet weg en daarna nog meer rare maatregelen: dan

moet de tandarts weer uit het ziekenfonds en nu half Nederland

met een bek zonder tanden rondloopt, zegt Borst opeens: 'Nou,

weet je wat ik doe? ik doe gewoon het kunsjtgebit in 't

ziekenfonds!' Überhaupt een raar mens, die Borst. Laatst had ze

gezegd dat je soms abortus mag plegen, als de foetus niet de

gewenste sekse heeft. Nou, ik heb even met de ouders van Borst

gebeld en die hadden toch liever een jongetje gehad.

Een onzinnig kabinet. Er moet meer accijns komen op sigaretten,

op benzine: ik ben de hele dag bezig. Ik moet in Duitsland

tanken, in België sigaretten kopen, het is een gedoe! Misschien

wordt het op den duur wel goedkoper om gewoon naar Schiphol te

rijden. Je gaat niet vliegen, maar je koopt wel een ticket, die

gaan tegenwoordig toch tegen bodemprijzen van de hand. Dan ga je

naar de tax-free area, je koopt dertig sloffen sigaretten en je

gaat weer naar huis.

Een belachelijk raar kabinet is het. Wat ze bijvoorbeeld ook

hebben gedaan: het invoeren van de PGB's, de Persoonsgebonden

Budgetten voor gehandicapte medemensen. Het is een ongelooflijk

ingewikkeld verhaal. Heb je even een uurtje of zo? Ik zal het zo

goed mogelijk uitleggen: het komt erop neer dat elke gehandicapte

een bepaald bedrag op zijn giro gestort kan krijgen en voor dat

bedrag kun je dan hulp op maat inkopen. Elke gehandicapte is nu

dus een kleine particuliere ondernemer. Laat de markt zijn werk

doen, paars in optima forma. Het is leuk voor de gehandicapten,

het houdt ze van de straat - nou, daar zouden ze anders ook niet

gekomen zijn, maar het houdt ze in elk geval bezig.

Ikzelf kom overigens niet in aanmerking voor zo'n PGB. Ik ben

niet erg genoeg.

Ik heb gezegd: 'Ik heb tegenwoordig gehoorapparaten.'

'Nee! Niet erg genoeg!'

Ik heb nog gezegd: 'Ik wil best in een rolstoel gaan zitten als

ik daardoor een PGB kan krijgen.'

'Nee, dat is ook niet erg genoeg, meneer Bijlo! Gaat u uw

handicap maar op het podium misbruiken, daar krijgt u er

tenminste nog geld voor, ja?'

Maar dan moet je je eens voorstellen: een alleenwonende

rolstoeler komt in aanmerking voor zo'n PGB. Heeft natuurlijk

hulp nodig en die man gaat dan allerlei kleurige folders

bestuderen van zorginstellingen, want die moeten natuurlijk ook

privatiseren en die gaan stunten met prijzen. In zo'n folder

staat dan bijvoorbeeld: 'Bij ons is wassen slechts honderd gulden

per beurt én: oksels gratis!' Dus denkt zo'n gehandicapte:

'Nou... Oksels gratis? Dat doe ik!'

Dus zit die man zich suf te ondernemen. Op een gegeven moment

gaat dat systeem werken, hij zit lekker achter de geraniums met

een biertje, en dan heeft hij nèt te weinig geld, dus hij wordt

niet meer in bed geholpen. Volgende dag om negen uur komen ze van

de concurrent om hem uit bed te halen: 'Meneer, u ligt er niet

ín!' Als Terpstra nou eens iets zou willen doen, behalve

Elfstedentochtwinnaars een zoen geven en bevroren ogen ontdooien,

dan zou ze dáár wel eens mogen gaan kijken, want het is er een

zoodje, hoor!

Ik kwam onlangs weer eens met dat rare kabinet in aanraking: ik

moest me namelijk particulier laten verzekeren. Ja, het gaat ont-

zét-tend goed met mij. Ik moest uit het ziekenfonds, want ik

verdiende net twee gulden te veel, maar ik dacht: misschien is

dat wel een beetje 'n probleem, want ik ben namelijk blind. Ja,

ik kan dat op zo'n formulier natuurlijk gaan ontkennen, maar ik

weet niet helemaal zeker of dat wel gehonoreerd zou worden.

En ik ben niet alleen blind, maar ik heb ook nog eens

gehoorapparaten. Op zichzelf is dat leuk. Ik heb net nieuwe en

het is me toch een stukje hi-tech, wat je daar achter die lapjes

hebt zitten! 't Zijn wel dure dingen, ze kosten tweeduizend

ballen per stuk, maar je hóórt dan ook wel iets, moet ik zeggen!

Ze hebben dat tegenwoordig ook helemaal gedigitaliseerd: het

geluid komt in eentjes en nulletjes m'n hoofd binnen. 'Hallo' is

bijvoorbeeld 111011000010101000111. Ik heb ook een lijkst met

xodes bij me. Prachtige apparaten. Er zit tegenwoordig ook een

afstandbediening bij, kijk, dit is 'm. Dan kun je dus kiezen uit

verschillende programma's. Programma 1 is bijvoorbeeld Jehova,

dan staan ze allebei uit. Programma 2 is Blauwe Zaal, programma 3

is café, programma 4 is leeg café, dan maakt hij er zelf

cafégeluiden bij. Het zijn ook message ears: ik krijg er van

alles op binnen. De beurskoersen, de files, het weer - ze kunnen

niet tegen regen. Echt geweldige apparaten; ik ben ook door de

BVD gevraagd of ik de Sovjet Unie wil gaan afluisteren. Ik

ontvang op dit moment staatsgeheimen uit 1966, echt prachtig. Ze

zijn overigens wel ontzettend gevoelig voor storingen. Ik heb net

zo'n nieuwe inductiekookplaat gekocht. Gisteren denk ik: ik bak

effe een eitje. BROAAAAAARRRRRRRRRRHHHH! Toch weer de Speedy

Pizza moeten bellen, tóch weer.

Maar goed, ze kosten dus tweeduizend ballen per stuk en mocht je

door mijn enthousiaste verhalen gaan denken: kom, ik neem

gehoorapparaten, dan raad ik je dat niet aan. Het is namelijk een

ontzettend gedoe om ze te krijgen, een ware lijdensweg. Je moet

allerlei testen afleggen bij de orenmafia. Nou, als je ergens

doof van raakt, dan is het van het piepen en kraken van die

testen. Ik had ook een test waarbij ik allerlei eenlettergrepige

woordjes moest nazeggen en die woordjes werden steeds zachter. Op

het laatst verstond ik alleen nog maar: kut. Tiet. Poep. Lul.

'Nou,' zegt de dokter, 'u krijgt onmíddellijk gehoorapparaten,

on-míd-de-lijk!' Nu heb ik dus die dingen op proef en ze doen het

best goed. TEST! TEST! Roep eens iets? Ja, zie je wel, dat komt

op 36 dB binnen: 011010110001001101.

Vroeger werden die dingen vergoed door de AWBZ, zo'n gezellige,

ouderwetse, socialistische volksverzekering, zo van 'GEEN GELUL!

DOVEN MOETEN HOREN!' En dat moest je ook zo hard schreeuwen, want

die doven moesten tenslotte weeten waar ze recht op hadden. Maar

tegenwoordig heeft het paarse kabinet besloten dat die

gehoorapparaten moeten worden vergoed door commerciële

verzekeraars. Maar dat zijn natuurlijk gewoon commerciële

bedrijven, dus wat doen die mensen? Die bieden je een geweldige

polis, een prachtige polis met volledige vergoeding van

gehoorapparaten, behálve: als je gehoorapparaten hébt, kom je

nooit of te nimmer in aanmerking voor die schitterende polis. Dus

ik moet die vierduizend ballen uit eigen zak gaan betalen om van

zo'n commerciële verzekeringseikel te horen - maar dan hoor ik

het ook wel héél goed - dat ik daar geen recht op heb. Nou, daar

bedank ik voor. Kok, bedánkt!

Misschien moeten ze dat socialisme maar eens gewoon afschaffen.

Misschien moeten we maar eens zeggen: 't is een aardig

ideologietje geweest, het heeft aardig gewerkt - niet overal,

maar hier wel -, schaf het gewoon af. En als je zo bezig bent als

Kok, maak het dan ook echt af. En zeg dan: 'Dat minimumloon, we

verlagen het niet, nee, we schaffen het gewoon af. En

uitkeringen? God, meneer Bijlo, u moet eens goed beseffen dat de

overheid geen charitatieve instelling is! Ik bedoel: als u er

voor kiest werkloos te worden, tja: we leven in een vrije

samenleving. Maar WW? Nee. Bijstandsmoeder? Moeder: oké,

bijstand: nee. En gehandicapten? God, meneer Bijlo! Moet u nou

eens goed beseffen: er zijn tegenwoordig zó verschrikkelijk veel

technieken om dat te voorkomen, nou: gebrúik die dan ook!'

En illegalen? Binnenkort worden ze niet uitgesloten van

onderwijs, nee, ze worden uitgesloten van alles. En ze worden

samen met de legalen gedumpt over de grens en wat kan het dan Kok

en de zijnen nog schelen of het in het land van herkomst veilig

is. En op de opengevallen plaatsen in de Bijlmermeer komen junks,

zwervers en daklozen. En om die Bijlmeermeer komen hekken te

staan.

November (marimba)

oorspronkelijk: Tom Waits, 'November'

vertaling: Mariska Reijmerink

mei 1996

Er is geen schaduw, geen zon,

er is geen maan, geen gazon,

november.

Hij houdt alleen van

halfvergaan blad

en een maan

In de kleur van beton.

Neem het heft in eigen hand,

kom, we gaan hem te lijf.

Door november voelt het net

of ik nergens heen kan.

Vraag of april

mij heel gauw redt

van deze novemberwaan,

gemaakt van natte laarzen

en glimmende zwarte raven

op schoorsteenpijpen.

November is zo groot,

je wordt nog mijn dood,

november.

Met mijn haren gegeld,

met halfvergaan hars

en het bloed van een vogel

en het bot van een haas.

Bungel ik tussen de takken

van een hertebok.

Ach, ik moet hier wel hangen

als een vlag halfstok.

Ga toch weg, jij etter!

Ga toch, wij willen verder,

november

november. (overgang via band naar piano)

Als jij er niet bent (piano)

Als jij er niet bent,

is het vreseljk stil in huis

en de parkiet vraagt aan mij:

'Hee, wanneer komt ze weer thuis?'

Hij zit op zijn stok,

op zijn stok in zijn kooi,

maar geloof me, liefie: als jij weg bent,

dan zingt hij niet zo mooi.

En de spiegel hangt te wachten

tot hij jou weer zien mag

en mijn grapjes liggen klaar,

te wachten op jouw lach.

En het bed stampt ongeduldig

met zijn poten op de grond:

het verlangt naar jouw armen,

jouw benen, buik en kont.

En je boeken staan hier in de kast,

te smachten naar jouw ogen

en je kleren hangen klaar

om aan jouw lijf te mogen.

Als jij er niet bent,

als jij er niet bent...

En de piano wil jouw vingers,

jouw vingers op zijn toetsen

en je tandenborstel wil je mond,

je mond om in te poetsen.

En de wijnfles wil

dat we samen drinken

en de glazen willen

dat we samen klinken.

Als je er niet bent,

als je er niet bent...

En als je er weer bent,

dan vul jij het hele huis.

Dan gaan we lachen, gaan we praten,

gaan we drinken, gaan we vrijen.

Als jij weer thuis bent,

dan ben ik ook weer thuis,

dan ben ik ook weer thuis.

Politiek, je kan er kort over lullen je kan er lang over lullen,

er zijn toch eigenlijk maar twee dingen echt belangrijk in dit

leven. Liefde en humor. Liefde als schild, humor als wapen. Laat

ik daarom afsluiten met een ode aan de humor.

O humor! Jij bent het zout in de pap der maatschappij.

Jij bent de peper op het scharrelvlees, met je besmuikte

gniffeltjes achter handen.

Met je klaterende lach, die echoot tussen de kale, saaie muren

van de torenflats.

O humor! Van jou leer ik. Jij bent Staatsen, Van den Herik, jij

bent Lovers, de NS.

Jij bent Rottenberg en Wolffensperger. Jij bent Bolkestein en nog

veel erger.

Jij bent de neergestorte Russische Marssonde, jij bent de

pleister op de wonde.

Jij bent café De Rat en De Mol, jij bent de paracetamol.

Jij bent de borstel van de geest, jij bent de zalf die veel

geneest.

Jij bent de vonk en tevens de olie in de motor des levens.

Lang leve de humor! De humor!

(piano, beetje lullen in de mcrofoon, van humor is een

internationaal fenomeen, ze hebben dat echt overal. Neem nou zo'n

land als Mexico, daar hebben ze buitengewoon veel humor. Daarom

heb i een oud mexicaans lied vertaald.

) De taco en de enchilada

De taco en de enchilada,

die gingen samen op vakantie naar Grenada.

Ze reden in een oude Lada:

honderddertig langs de autostrada.

De enchilada zei: 'Hee taco, waarom kijk jij zo sip?'

De taco zei: 'Ik ben gevuld met rundvlees, maar 'k wilde eigenljk

kip!'

De taco en de enchilada,

die gingen samen op vakantie naar Grenada.

Ze reden in een oude Lada:

honderddertig langs de autostrada.

Ze moesten heel hard remmen, d'enchilada keek niet uit,

de zure room vloog uit de taco en belandde op de ruit.

De taco en de enchilada,

die gingen samen op vakantie naar Grenada.

Ze reden in een oude Lada,

ze verongelukten op de autostrada.

Ze botsten heel hard tegen een Daewoo,

daar waren ze allebei nog niet echt aan toe,

de taco en de enchilada.

Die reden nooit meer langs de autostrada,

total loss was de oude Lada!

Ze werden gezamenlijk begraven op Grenada.

(toegift, gitaar met geouwehoer ervoor)

Ik ben geboren in Amsterdam

en ik ben daar ook gedoopt.

Mijn ouders hadden natuurlijk

op een wonderkind gehoopt

en ik ben inderdaad briljant,

ja, de beste van het land

in het verpesten van de boel,

in het verpesten van de boel.

Kom ik een bruidsstoet tegen,

gaan ze gelijk weer scheiden.

Zit ik in de trein naar Amsterdam,

dan gaat-ie gelijk naar Leiden.

Loop ik door een dure straat,

verpaupert meteen de buurt.

Loop ik door een stukje bos,

is 't in een mum van tijd verzuurd.

Ik doe het allemaal op gevoel:

het verpesten, het verpesten van de boel.

Krijg ik een rondleiding door de Tweede Kamer,

dan valt het kabinet.

Stoot ik m'n grote teen,

dan moet hij worden afgezet.

Help ik iemand door een deur,

dan krijgt-ie 'm tegen z'n kop.

Help ik iemand in zijn jas,

houd ik hem meters te hoog op.

Ik doe het allemaal op gevoel:

het verpesten, het verpesten van de boel.

Als ik later dood zal zijn

en ze staan aan mijn graf

en ze denken: 'We zijn eindelijk

van die grote klootzak af',

dan kom ik uit mijn kuil

en ik roep: 'Hé jongens, feest!

Jullie zijn allemaal voor niks

op mijn begrafenis geweest!'

't Is mijn enige doel:

het verpesten, het verpesten van de boel,

het verpesten, het verpesten van de boel