DE KLASSIEKER

1 Ik was erbij, zondag, in De Kuip. Ik had me er erg op verheugd. Ik zong blij van "hand in hand, kameraden."

2 Het ging al snel mis. Er werd geduwd, getrokken, ik werd bijna onder de voet gelopen, en ze begonnen te roepen van Hamas, Hamas.

3 En toen sloopten de Joden een trein, onbegrijpelijk.

4 Reed er eindelijk eens een trein, moest hij kapot, het is ook nooit goed.

5 Ze wilden natuurlijk liever met bussen terug naar Amsterdam, dat zijn ze gewend van de NS.

6 Ze waren ontzettend dronken. Terwijl de railcatering al jaren geleden afgeschaft is.

7 Maar die van ons waren ook niet echt heel lief. Hooligans zijn net beesten.

8 Ze hadden ze gewoon naar Blijdorp moeten brengen.

9 In al het tumult vergaten we bijna dat er ook nog een wedstrijd werd gespeeld.

10 We verloren, en ik was woedend.

11 Op de terugweg heb ik de taxi flink verbouwd.

12 De chauffeur vond het niet erg, zei hij, hij had altijd al een cabrio willen hebben.

13 Toch heb ik spijt, diepe spijt, maar ik wilde zo graag meedoen!

14 Voetbal is geen oorlog meer, het zijn de drank en de pillen, die het hem doen.

15 Ik ga voortaan alleen nog maar naar korfbalwedstrijden.