© Rob Huibers 2003

Tot voor kort wist ik weinig van Wijk Aan Zee. Het moest, dacht ik, een onherbergzaam oord zijn waar de wind de walmen van de hoogovens in je gezicht waait. De zon ging er, dacht ik, altijd schuil achter dikke wolken roet. Het enige dat je er kon doen, was mijn stellige overtuiging, was schaken. Sinds dit weekend weet ik beter, want ik was, samen met mijn vrouw, in Wijk Aan Zee.

Het is een dorp waar de zon vaak schijnt. De hoogovens stinken niet, er zijn geen roetwolken en er wordt nauwelijks geschaakt. Er wonen leuke, lieve mensen. Eerlijke, recht door zeeën, dwarsige Noord-Hollanders met krachtige stemmen, die er aan gewend zijn tegen de wind in te roepen.

Wij waren er vanwege het Juttersfestival. Dat is geen uitstalling van bij eb op het strand opgeraapte voorwerpen, maar een muziekspektakel van een kwalitatief zeer hoogstaand niveau.

Het vond plaats in een grote tent, die men op de dorpsweide, een gigantische grasmat met de omvang van een voetbalveld, had opgezet. Vier dagen lang was daar muziek te beluisteren van een schoonheid zoals men die in tenten zelden hoort.

We hoorden het Pierre Courbois Vijfkwartssextet, dat speciaal voor de gelegenheid een concert speelde waarin alle muziek in een vijfkwartsmaat stond. Daar wen je snel aan hoor, als je niet meetelt is er niets aan de hand.

We hebben geluisterd naar zanger en pianist Theo Nijland, die in gewone vierkwartsmaat speelde.

Er trad een nog niet erg bekende Belgische band op, Absynthe Minded, waarvan wij nog heel veel gaan horen, maar het als absolute hoogtepunt was toch een concertante uitvoering van Frank Zappa’s Joe’s garage.

Frank Zappa was een twintigste-eeuwse, Amerikaanse, tegendraadse popcomponist. Hij heeft zijn hele leven niets anders gedaan dan tegen de wind in roepen. Alles wat Zappa maakte, ademde de geest van protest. Protest tegen het truttige, correcte, burgerlijke, hypocriete Amerika. Ik ben altijd een fan van hem geweest, omdat dat protest gepaard gaat met ontzettend veel humor, zowel in zijn teksten als in zijn muziek. Zijn hele oeuvre is een lange stoet van parodieën die aan je oren voorbijtrekt.

Joe’s Garage is een meesterlijke satire op een Rockopera. Het is een waanzinnig verhaal. Hoofdpersoon Joe is een gitarist die een garagebandje opricht, zijn vriendin Mary kwijtraakt aan de roadies van een commerciële popgroep, verliefd wordt op een robot, in de gevangenis belandt, luchtgitaar speelt, zijn vriendin terug vindt en ‘gelukkig’ wordt als glazuurspuiter in een muffinbakkerij. Joe's Garage gaat over een totalitaire toekomst waarin muziek wordt verboden om de bevolking te onderdrukken. Het stuk steekt de draak met sociale controle, consumptiedrang, het misdadige bedrijfsleven, seksuele rolpatronen, religie en de leefstijl van rocksterren: al deze machten spannen samen tegen de hoofdpersoon, een heel gewone jongen die alleen maar gitaar wil spelen.

Joe kwam tot leven, daar, in die tent, in het dwarsige Wijk Aan Zee, dankzij een hartstochtelijk spelende en zingende band.

O, wat moesten we lachen om de door Frans van Deursen en Jeroen Zijlstra zo gloedvol gezongen liederen als "why does it hurt when I pee" en "catholic girls."

Overral om me heen hoorde ik verstokte Zappa-adepten de enorme lappen tekst uit hun hoofd opzeggen. Sommigen stonden zelfs na elk nummer op om te applaudisseren.

De band stond onder leiding van bassist Egon Kracht. Hij is een van de drijvende krachten achter het festival. Het was zijn idee om dit geweldige Zappaconcert te organiseren. Het kostte hem wel wat moeite, vertelde hij mij na afloop, omdat je voor elke uitvoering van het werk van Zappa toestemming moet krijgen van zijn weduwe. Hij had al drie keer ingesproken op haar antwoordapparaat en al bijna de moed opgegeven toen ze plotseling belde. Egon’s dochter nam de telefoon op, en zei: "Nou pap, hier versta ik helemaal niks van, neem jij hem maar."

En daar stond Egon, oor in oor met de weduwe van. Ze had geen bezwaren, ook niet tegen Wij Aan Zee, en zo begon de band te repeteren, voor dit moeilijke, en muzikaal zeer complexe stuk. Het resultaat was een prachtig, zeer strak gespeeld, twee uur durend bombardement van humor en tragiek in muziek en zang. De Zappa-adepten, voornamelijk mannen, Zappa is geen meisjesmuziek, hoewel mijn meisje het geweldig vindt, raakten er niet over uitgepraat.

Iemand drukte een biertje in mijn hand en zei: "O, alsof het weer 1979 is. Wat heb ik dit lang niet gehoord. Ik heb Zappa voor het eerst gezien in het Concertgebouw in Amsterdam, het zat halfvol, maar het was geweldig. En die teksten, ik begreep jaren later pas wat hij allemaal zong, en dat is niet mis. Het is melig en soms zo ongelofelijk fucking schunnig, Volgens mij heeft de directie hem nooit verstaan, anders had hij niet in het Concertgebouw mogen spelen.

En wat is het verscrhikkelijk jammer dat deze prachtige muziek alleen hier te horen is. Deze band moet met Joe’s Garage op tournee. Het hele land moet platgespeeld worden, juist nu, nu we ten prooi zijn gevallen aan de vertruttingscampagne van Balkenende en consorten, met hun Oranjegevoel en hun Meedoen, juist nu hebben we iemand als Zappa hard nodig. Zappa staat voor vrijheid. Vrijheid waaraan van alle kanten in naam van het landsbelang gemorreld wordt. Ik was gisteravond bij een ander popconcert, daar mocht je niet meer roken, kan je je het voorstellen, en daarom hebben we Zappa nodig, om daar lekker de draak mee te steken. Zelfs in coffeeshops mag je binnenkort niet meer roken, nou, dan vind ik ook dat ze het moeten verbieden om in kerken te bidden."

Hij stak een sigaret op, in Wijk Aan Zee is roken verplicht, en hij zong uit volle borst:

"A little green rosetta, a little green rosetta, you’ll make a muffin betta with a little green rosetta."

Mijn vrouw en ik vielen hem bij. Zappazingend liepen we naar ons hotel, hotel Sonnevanck, het kan ook niet anders heten. Het is er gehorig, alle deuren hebben drangers die strak staan afgesteld. We sliepen nauwelijks door het geknal, maar dat gaf niet, dat hoort bij Zappa.

Om negen uur de volgende morgen rekenden we af. De mevrouw achter de balie vroeg:

"Hebben jullie gedoucht?"

"Ja, hoezo?"

"Nee, gewoon, dat dachten we al, het lekte, door het plafond."

Volgend jaar gaan we weer, naar het Juttersfestival, ik verheug me er nu al op, nog maar 362 nachtjes slapen, en dan is het alweer zover. Misschien monteer ik wel een dranger op de deur van onze slaapkamer, zodat we ook thuis een beetje het Wijk Aan Zeegevoel hebben.