© Rob Huibers 2004

Ik bel mijn vriendin Annemiek, die altijd in is voor interessante experimenten, of ze mee gaat voelen.

"Ja, natuurlijk, altijd. Maar waar dan?" Vraagt ze enthousiast.

"In Cristofori, in Amsterdam."

"Wat valt daar nou te voelen. Daar kun je toch alleen maar horen, piano’s en vleugels?"

"Ja, meestal wel, maar vandaag niet. Vandaag staat er kunst, kunst om te voelen."

Een groep jonge kunstenaars organiseert er in samenwerking met de stichting Kubes, kunst en cultuur voor en door blinden en slechtzienden, een expositie. Want kunst om alleen maar naar te kijken is voor blinden erg saai, en de zienden, die moeten maar eens leren dat er ook nog andere manieren van zien zijn.

Bij binnenkomst wordt Annemiek geblinddoekt, ik niet, het zou vergeefse moeite zijn mij zo’n ding voor te binden, ik kijk er dwars doorheen, met mijn handen welteverstaan. Het grote voelen kan beginnen. We lopen in een treintje naar binnen. Eerst onze nietgeblinddoekte begeleidster, een aan de expositie deelnemende kunstenares, dan ik, en dan Annemiek. We worden door een smal gangetje gedirigeerd. Aan weerszijden van ons bevinden zich zachte wanden, warme schuimrubberwanden met welvingen. "I love you" fluistert een stem achter mijn handen, een lieve schuimrubberstem. Ik leg mijn wang tegen de wand en fluister: "I love you too."

"Wat zeg je?" Vraagt de begeleidster.

"O, niks, ik praatte even tegen de kunst."

De trein zet zich weer in beweging en wij lopen een zaal binnen. We worden voor een groot doek geplaatst, een doek met veel lege ruimtes en hier en daar een bult, een pukkel, een heuvel, een berg, een bobbel? Het maakt niet uit, we mogen er in voelen wat we willen, ook voelen moet, net als zien, abstract mogelijk zijn. Je moet het wel leren, abstract voelen. Ik ben gewend concrete dingen te voelen. Stoelen, tafels, deurkrukken, flessen, glazen, ik ben gewend om driedimensionaal te voelen, en Annemiek is gewend te zien, ze ziet wat ze gaat voelen, waardoor het heel anders voelt nu ze het niet ziet. Ze vindt het prettig, het voelen, omdat het veel langzamer gaat dan zien. Millimeter voor millimeter hoor ik haar handen schuiven over de bobbels, heuvels, bergen, bulten. Dan voel ik opeens handen op mijn hoofd.

"Wat zijn dit voor draadjes?" Vraagt een man die achter mij staat.

"Dat is mijn haar," zeg ik, ik voel me genoodzaakt een stap opzij te doen, ik ben geen kunst.

We dwalen verder door de zaal. Annemiek wordt stiller, de blinddoek maakt dat ze zich in zichzelf terugtrekt. Ze is gefascineerd door deze wereld van het tasten, ze wordt gegrepen door de onverwachte aanraking van koude handen van plaatstaal.

Ik verbaas me over wat ze herkent. Ze herkent onmiddellijk een tweedimensionale koele vrouw van ijzerdraad aan de rondingen van haar borsten, ik herken alleen de driedimensionale van papier-maché die naar lavendel ruikt. Ze schrikt van de voet gemaakt van was die ze in haar hand krijgt gedrukt. Hij heeft geen tenen maar een klauw, en waar het been uit de voet komt zitten enge draden. Ze lacht om het geluidskunstwerk waar je je hoofd in kunt steken en waar kleine ballonnetjes aanzitten die zich elke twee seconden vullen met lucht. We steken onze handen in een voeldoos, waar we stoeltjes in ontdekken, en kleine televisietjes. We doen een ketting om ons nek met zachte kralen en we staan minutenlang te voelkijken naar een wand, verdeeld in vakken waar rozen op staan afgebeeld. Rozen, van kroonkurken, spijkers, lege tubetjes, papier met daartussen brandende lampjes die je handen verwarmen. We tastzien een stil landschap met ribbelende golfjes en lege lucht.

Ik voel me hier thuis. Dit is mijn wereld, het universum van de aanraakbare dingen, het rijk van hard en zacht, van koud en warm, van zwaar en licht. Zienden voelen hier wat ik zie en ik voel hier wat zij zien. Dan sta ik opeens met mijn handen in de echte lucht. Het is voorbij.

De blinddoek gaat af en Annemiek leidt mij de deur door. De schuimrubberwanden zwijgen. Wij lopen naar een aangrenzende ruimte waar de deelnemende kunstenaars zitten. Ik feliciteer ze, ik schud ze de hand. Ze hebben warme, echte, driedimensionale handen. Meer bezoekers voegen zich bij ons. Men is onder de indruk van het gevoelde.

"Voelen," zegt een vrouw, "is net vrijen. Je moet het met aandacht doen, langzaam, je neemt de tijd."

"Het zou goed zijn," zegt een andere vrouw "als we dat vaker zouden doen. Het brengt je veel dichterbij de essentie van de dingen dan zien. Het raakt je in je hart. Een verbogen stuk ijzerdraad is opeens niet zomaar een verbogen stuk ijzerdraad. Ik heb het nooit zo op moderne kunst, omdat ik het zie. Maar nu ik het voel, voel ik het ook echt, het voelen verlost je van heel veel vooroordelen, omdat je iets centimeter voor centimeter moet aftasten. Je moet het ondergaan."

We besluiten om nog een keer door de expositie te lopen, maar nu zonder blinddoek. Maar halverwege stoppen we, de betovering is verbroken, de magie is weg. Opeens is dat verbogen stuk ijzerdraad toch weer gewoon een verbogen stuk ijzerdraad, en geen vrouw, althans voor de anderen. Voor mij blijft ze een vrouw.

Kunst is vervreemding, kunst is stappen uit je dagelijkse werkelijkheid, kunst is het ontkrachten van vooroordelen, kunst is je laten voelen wat je nooit zag. Het is de schoonheid van kroonkurken, de troost van schuimrubber, de warmte van papier-maché. Kunst is voelen in Cristofori. Wat is het jammer dat deze tentoonstelling maar één dag duurt, wat is het zonde dat zo weinig mensen hem aangeraakt hebben. Toch kan hij er altijd zijn. Elke dag. Bind gewoon thuis een blinddoek voor en ga eens op onderzoek uit. Of doe dat bij vrienden thuis, of in een servieswinkel, alles is er tenslotte om gevoeld te worden, en als je maar wilt, is alles kunst.