Stil, anders hoor je de bal niet.

Speciaal verslaggever Vincent Bijlo en dito fotograaf Rob Huibers trekken er regelmatig op uit voor de Verdieping. Dit keer: de Paralympics in Athene.

tekst Vincent Bijlo

foto's Rob Huibers

De gehandicapte tafeltennisser en economiestudent Nico Blok speelt tijdens de BNN-uitzending een wedstrijdje met oud-kampioene Bettine Vriesekoop.

Voetbal voor blinden, Argentinië wint van Zuid-Korea. De spelers dragen blinddoeken omdat sommige spelers nog wat 'restzicht' hebben.

 

 

Erica Terpstra slaat mij op de schouders. ,,Goud dat je er bent'', zegt ze, met haar door aanmoedigingen stukgeschreeuwde stem, ,,echt top.''
Ik sta in het Holland House. Het is zonder Heineken, dus stukken minder erg dan bij de Olympische Spelen. Ik heb nog geen dom gelal en debiel gegil gehoord. Er zijn hier wel mongolen, maar deze zijn echt. Ik ga hier straks optreden, voordat de medaillewinnaars van vandaag gehuldigd zullen worden. Ik heb de hele middag, in de zon, bij het zwembad van ons hotel, grappen zitten bedenken, leuke grappen, hoop ik, over gehandicapten, en hun omgeving. Er wordt hier veel gelachen.
Met grappen houden mensen zonder benen zich staande. Aan humor trekken mensen zonder armen zich op. Doven lezen lachlippen, blinden voelen slapstick. Het is leuk in Athene, goed leuk, echt leuk, jammer dat ik morgen alweer weg moet. De humor is snijdend, en hard, hij is van een
paralympisch topniveau. Alleen, de valide medemens vindt soms dat we te ver gaan. De valide medemens uit zich graag in correcte bewoordingen. Hij spreekt van 'mensen met een visuele uitdaging' of van 'verstandelijk beperkten', of van 'motorisch gestoorden'. Van de blinden, mongolen en spasten hoeft dat niet. Het maakt ze niet uit hoe je ze noemt, als ze maar kunnen doen wat ze willen, sporten, op een zo hoog mogelijk niveau.
De dj draait de muziek weg, en kondigt mij aan. Ik beklim het trapje naar het podium, struikel, en ga bijna op mijn bek. De eerste grap is gemaakt. Ik begin te vertellen wat ik de afgelopen drie dagen heb meegemaakt.
,,Het was geweldig om hier te zijn.'' Ik heb de Terpstratoon meteen te pakken. ,,We hebben veel sport gezien, de afgelopen dagen. Ja, dat mag ik best zeggen, als blinde, ik zie ook, al doe ik dat op een andere manier. Zoals een rolstoeler ook niet kwaad wordt als je zegt: ,,Loop je even mee?''
We hebben in het olympisch stadion een aantal voorrondes van 100 meters gezien. Er zijn heel veel 100 meters, er zijn namelijk allerlei categorieën. T32 is zonder rechterhand, t33 zonder linkerhand. Het viel ons op dat hoe minder er aan zat, hoe harder ze gingen. Behalve dan bij de 100 meter zonder voeten, die duurde drie uur.
We hebben het knuppelwerpen gezien, dat is een sport voor spasten, die moeten een honkbalknuppel zo ver mogelijk weggooien. De knuppels vliegen om je oren.
We hebben Pieter Gruyters een wereldrecord zien gooien bij het speerwerpen. En toch haalde hij geen goud. Hoe kan dat? Nummer twee, die overigens 2 meter minder ver gooide, was net iets meer gehandicapt dan Gruyters, en aangezien de mate van de handicap mede de prestatie bepaalt, kreeg hij goud. Jammer voor Gruyters, als hij net iets gehandicapter was geweest had hij nu goud.
We hebben het Nederlands damesgoalbalteam gezien. Goalbal is een sport voor blinden. Twee teams van drie staan tegenover elkaar, en rollen een bal met bellen heen en weer. De bedoeling is dat de bal niet in het goal komt, dat zich achter de spelers bevindt. De goal is zes meter breed. De spelers houden de bal tegen door zich op de grond te laten vallen. Het is een lieve sport, het heeft iets sereens, iets heel geconcentreerds. Het publiek moet uiteraard héél stil zijn, anders horen de spelers de bal niet. We zeiden niets, echt niet, hielden zelfs twee keer tien minuten onze adem in, want zo lang duurt de wedstrijd, maar toch was het af en toe alsof de Nederlandse speelsters de bal niet hoorden. Ze werden kansloos verslagen.
Onze verwachtingen waren hooggespannen, de dames hadden de Duitsers verslagen, met 4-0 nog wel, dus wij dachten, in onze nergens op slaande Hollandse overmoed: nou, dan kunnen die Canadezen toch geen enkel probleem zijn. Dat is kat-in-het-goalbalbakkie. Niets bleek minder waar. Het werd een fiasco, een debacle, een deceptie, een afgang, een zeperd van de eerste orde. Met maar liefst 9-0 werden de Nederlandse dames in de pan gehakt.
Ik heb ze vandaag in het olympisch dorp nog even gesproken. Ze zitten er niet mee, hebben zich wonderbaarlijk hersteld, en vanmorgen alweer Griekenland verslagen, dus een medaille behoort nog tot de mogelijkheden. Dat is nog eens een keer mentaliteit, zo hoort het.
We hebben blindenvoetbal gezien. Ook daar moet je stil zijn, en ook dat gaat met een bal met bellen. Het veld heeft de afmetingen van een halve hockeyveld, en de teams bestaan uit vijf spelers. Vier veldspelers, en een keeper, die overigens wel kan zien. Dat is jammer, want dan gaan er stukken minder ballen in het doel. Maar het is toch ook wel weer handig, omdat de keeper zijn spelers aanwijzingen kan geven.
De spelers hebben ook nog twee coaches. Eén staat er achter het doel van de tegenstander, en één halverwege het veld langs de zijlijn.
Er vinden veel botsingen plaats in het veld, maar soms, zo fluisterden de zienden om mij heen, gebeuren er ongelofelijk dingen, en geloof je gewoon niet dat die jongens blind zijn. Het moet fascinerend zijn om te zien. We waren bij de wedstrijd Argentinië-Zuid-Korea. Vanaf het begin was al duidelijk dat de Argentijnen gingen winnen, de vraag was alleen: met hoeveel.
Om mij heen werd bewonderend gesist, toen de utblinkende Silvio Vélo scoorde. Wat een balcontrole. Ik zal als ik thuis ben, Louis van Gaal eens bellen, misschien is deze Vélo iets voor Ajax. Van Gaal heeft zo'n harde stem, die zou hem zeker dwars door een volle Arena kunnen bereiken.
Voor mij is het verschil tussen blinden- en ziendenvoetbal moeilijk te horen. Het is wel verhelderend dat ze met een bal met bellen spelen, zodat ik kan horen waar hij zich bevindt.
En ze hebben hier ook geen spreekkoren. Ze zouden wel willen, maar je moet stil zijn, anders horen ze de bal niet.
We hadden nog veel meer willen zien. We hadden naar het zwemmen willen gaan, waar ook weer ongelofelijk veel categorieën bestaan, we hadden naar het rolstoelrugby gewild, we hadden gezellig willen zitten met de zitvolleyballers, en het verspringen met één been willen bekijken, maar de tijd is kort.
Gelukkig hebben we tv. BNN zendt elke avond, tot het einde van de paralympics, het programma 'Met 1 been in de finale' uit. Eindelijk wordt de gehandicaptensport eens lekker afgestoft. Geen gezeur over dat het geen topsport zou zijn, nee, frisse, bijna hippe televisie over mensen die plezier hebben in wat ze doen. Ja, die Terpstratoon, die ligt mij wel.
Eigenlijk is dit veel leuker dan de zogenaamde echte Olympische Spelen, omdat het niet zo bloed- en bloedserieus is. Sporters zijn hier niet woedend als ze zilver in plaats van goud halen.
Ik sprak een zwemmer met een open rug. Ik vroeg nog: ,,Komt daar niet steeds water in?'' Hij lachte, en verklaarde dat hij geen goud gewonnen had, omdat er iemand was geweest die harder zwom dan hij. Dat is logica, nuchterheid en fijne simpelheid.
Dit is nou sport zoals sport bedoeld is. Over vier jaar ga ik zeker weer, dan is het in Peking. Kunnen we elke avond Chinees halen.