BERICHTEN UIT BERLIJN 2
Hier zijn de vrolijke Trabanten weer. De natte, vrolijke Trabanten. Sinds wij een tandem gehuurd hebben regent het. De Mauer Streich Zug, waarover ik u vorige week berichtte, is niet doorgegaan. We zouden met een Groene Europarlementariër en een Groen lid van de Bondsdag langs plaatsen fietsen waar de muur had gestaan. Er werd een groene ballon aan onze tandem gebonden, er werd ons druivensuiker ter hand gesteld voor de broodnodige Energie Für Berlin, en we wachtten in de regen op de duizenden belangstellenden, die met ons deze historische tocht zouden maken.
"Vroeger," zei Jeroen K, mijn vriend die niet met zijn volledige naam in de krant wil, "vroeger waren de Duitsers zo pünktlich, moet je nu eens kijken. Ze zijn al een kwartier te laat."
We overlegden met het Bondsdaglid en de Europarlementariër, toen er na een half uur nog niemand was komen opdagen.
"nou," zeiden ze, maar dan in het Duist, "dan doen we een klein stukje met jullie, van die tocht." Het was aardig, maar we hoorden aan hun bibberende stemmen dat ook Duitse politici niet zo goed tegen regen kunnen. We deelden ze mede dat ze beter hun Energie Für Berlin konden bewaren voor zonniger dagen. Ze waren ons erg dankbaar. Ze lachten opgelucht, en klonken opeens alsof ze er erg goed voor stonden in de peilingen. Toen zijn we in een café Pflaumentorte gaan eten.
Berlijn is fascinerend. Vroeger waren West en Oost twee grote pauwen die tegenover elkaar stonden te pronken met hun veren. Nu moet de stad zich opnieuw leren schikken naar de nieuwe orde. Overal zijn nog sporen van de vorige ismes te zien. Lopen door Berlijn is lopen door de geschiedenis. Het is een geschiedenis, waarvan de Berlijners eigenlijk niet zo goed weten of ze hem moeten wegpoetsen of moeten behouden.
Er is een monument voor De Muur. Het staat op een plaats waar 173 mensen de dood hebben gevonden toen ze wilden vluchten uit de DDR.
Er is een monument voor de Holocaust, in het hart van de stad. Het bestaat uit honderden betonblokken, waar je tussendoor kunt lopen. Met elke stap verandert het uitzicht. De bodem, waarop de blokken rusten, golft. De golvingen lijken ontstaan te zijn door het beton, dat loodzwaar op de bodem drukt. Het is alsof er een nietsontziend leger over je heen walst. Het is een kolossaal en indrukwekkend monument. Het is beklemmend om door de smalle gangetjes tussen de blokken te lopen, waarvan sommigen schuin staan, alsof ze zomaar op je zouden kunnen vallen.
Berlijn worstelt met zichzelf, maar denkt groot, zoveel groter dan wij in dit tweedehandsland. Berlijn leeft. Sommige stukken van de stad laten zich niet inpalmen door projectontwikkelaars, op andere plaatsen worden oude communistische gaten snel gedicht met veel glas en staal. En tussen dat alles staat de nieuw Bondsdag. Zij waakt, op de plaats waar vroeger de muur stond, over de democratie. Opdat dit, en dat geldt zowel voor communisme als fascisme, opdat dit nooit meer zal gebeuren.
Er is nog zoveel meer te vertellen over Berlijn. Over de nieuwe, hippe buurtjes in Oost, waar men eindelijk stad mag zijn, en dat ook graag wil weten. Over de oude Kuhrfürstendamm, die vroeger de etalage van het grootkapitalisme was, maar er nu een beetje doelloos bij ligt. Over de Fernsehturm op de Alexanderplatz in Oost, een 368 meter hoge televisietoren, overal zichtbaar in West, die de boodschappen van de heilstaat naar het westen stuurde. Over de brede Alees in het oosten, over Kreuzberg in het westen, ik zou er een krant mee kunnen vullen. Misschien is het goed om er eens te gaan kijken. Doe ze dan de groeten, van de vrolijke Trabanten, Jeroen K en Vincent B.