Vincent Bijlo verruilt cynisme voor een zeldzame intimiteit

Utrecht

Het Brandt Corneillehuis is een inrichting voor geflipte

kunstenaars, ontworpen door de grote socialist Berlage. Die

van die beurs in Amsterdam. Toevallig zijn overgrootvader,

beweert Vincent Bijlo, die daar tijdelijk vertoeft vanwege de

obsessieve neiging de hele wereld met grappen lastig te

vallen.

Zittend op een evenwichtsbalk, in een Zeeman-pyama, steekt de

Utrechtse cabaretier en schrijver van wal in zijn nieuwe

programma 'De beurs van Bijlo'. Een titel die verwijst naar

zijn poging om net als zijn overgrootvader een memorabel

bouwwerk te scheppen. Maar dan eentje opgetrokken uit taal,

muziek en geluid.

Want de mensheid wil alleen maar zappen, concentratie duurt

bij de meesten niet langer als een orgasme, de tekst heeft

afgedaan. Maar er moet toch een plaats zijn waar mensen komen

om te luisteren, een plek waar inhoud de boventoon voert.

Tot luisteren wordt het publiek inderdaad gedwongen. Het

verhaal dat hij vertelt over zijn verblijf in het Brandt

Corneillehuis (vroeger gewoon het Corneillehuis, tot het werd

gesponsored door een biermerk), mag dan niet overal even

helder uit de verf komen zodat je soms even de draad kwijt

bent, het is doorspekt van achteloos gemaakte, soms zeer

actuele, venijnige grappen over de gekte om hem heen.

In de loop van de afgelopen vier jaar is Bijlo steeds verder

opgeschoven naar zijn persoonlijke kant. Het afstandelijke

cynisme over zijn blindheid maakte meer plaats voor een

intimiteit die je maar hoogstzelden tegenkomt in het huidige

cabaret. Intimiteit waarin hij ook het verdriet over zijn

handicap deelt. De onmogelijkheid van het krijgen van gezonde,

ziende kinderen, als hij ze al zou willen. De dreiging nu ook

langzaam doof te worden. Hij brengt het niet zwaar, altijd met

een stevige portie humor, maar hij ontroert er mee.

Zong hij in zijn vorige programma '2100' een juweel van een

lied over zijn echtgenote, nu bezingt hij zijn liefde voor

haar in een lied dat eindigt met de sublieme regel: "Ik hou

van jou, omdat je bang bent eerder dood te gaan dan mij."

Het proces naar het persoonlijke theater, zijn wens dat we de

mens achter het 'gestuntel en gezoek' op het toneel zullen

zien inplaats van de blínde Vincent Bijlo, wordt geillustreerd

aan het slot. Als hij het Brandt Corneillehuis mag verlaten en

in een lied zijn publiek zijn dilemma voorlegt: "Altijd

moppen, altijd grappen, de wereld die is blind. Maar ik ben

altijd blinder. Als ik het niet ben lachen ze minder, ik ben

altijd blinder dan ik ben." Hij wil m‚‚r zijn dan 'grappig'

gestuntel en gezoek, hij wil dat we voor h‚m komen.

Ruud Buurman