In november 2003 verscheen De Woordvoerder. Op de achterflap lezen we het volgende:
De stem is voor Otto Iking zijn meest waardevolle bezit. Met die stem heeft hij zich uit het benauwende dal der betutteling omhooggeschreeuwd.
Na het afbreken van zij studie Nederlands besloot hij auditie te doen voor een cabaretfestival. Dankzij zijn zenuwen en een val van het toneel was zijn naam onmiddellijk gevestigd.
Nu is hij dan cabaretier. Avond aan avond laat hij zijn stem bulderen, donderen en sneren. Hij is geëngageerd. O, wat weet hij het allemaal verdomd goed.
"De wereld is een bak patat geworden. Je moet snel doorvreten, anders wordt hij koud. Geld is de enige religie die wij nog hebben. Alles draait om Geld. Geld zij met ons, Geldverdomme."
Toch, ondanks al die mooie woorden, vindt hij zichzelf een vrij marginaal piasje. Op een avond wordt er na afloop op de deur van zijn kleedkamer geklopt. Het is de net aangetreden leider van De Partij die zeer geraakt is door Otto’s optreden. In Otto ziet hij een geestverwant en hij vraagt hem zitting te nemen in zijn campagneteam, als tegenwicht tegen de spin doctors en de strategen, die van de partij een papieren partij dreigen te maken. Otto wordt de "transmitter" tussen de leider en het campagneteam, omdat de leider op hem "ingetuned" staat. De opeenstapeling van gebeurtenissen tijdens de bizarre campagne leiden uiteindelijk tot de dood van de leider.
Lees de recensie uit Nrc Handelsblad van 12 december 2003